Het mag best iets minder

door IvorenToga op 22/10/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Het mag best iets minder

Wij zijn als rechterlijke macht gewend van de media te horen te krijgen dat we ons teveel in een ivoren toren terugtrekken en ons meer van de signalen uit de maatschappij moeten aantrekken. Het is dan ook opmerkelijk dat journalisten in artikelen in twee kranten op één zaterdag (5 oktober 2013) lijken te concluderen dat het best iets minder mag. Niet alleen weet de rechter genoeg (en zelfs meer dan de burger) van wat zich in de samenleving afspeelt, we kunnen ook wel wat dimmen, als het gaat om de mate waarin en de manier waarop wij proberen aan pers en publiek duidelijk te maken waarmee wij bezig zijn. Het publiek heeft heus wel veel vertrouwen in de rechtspraak.

Dit laatste is een conclusie van Hella Rottenberg en Jelle van der Meer, auteurs van het pas verschenen boek Opzwaaiende toga’s. Achter de schermen van de rechtbank, in een artikel in de Volkskrant. Onder de titel Rechter kijkt te veel tv stellen zij verder onder meer vast dat rechtbankbesturen risicomanagement als hun core business beschouwen en dat door de grote aandacht van gerechten en OM voor mediagevoelige zaken de meer dagelijkse kleine zaken nogal eens in de verdrukking komen.

In zijn column getiteld Mediamacht sluipt het strafrecht binnen, van twee kanten beschrijft en bekritiseert NRC Handelsblad-columnist Folkert Jensma onder meer de wijze waarop een officier van justitie zelfs tot de jongste jeugd van een verdachte terugging om hem in het gewenste (kwade dag-)licht te zetten en daarbij aan het schmieren sloeg en van [deze verdachte] een Bartje maakte ‘die niet buigt voor de feiten’. Ter toelichting: dit speelde in Drente, waar deze verdachte ooit als kind een bijrol in de tv-serie Bartje had vervuld. De presentatie van de officier van justitie leek vooral op de media gericht.

En als ik dan toch uit media citeer en een uitstapje de Atlantische Oceaan over maak: op 20 september 2013 berichtte The New York Times dat een rechter uit New Jersey zijn ontslag moest indienen, omdat het hoogste gerecht van deze staat vond dat zijn activiteiten als stand-up comedian en acteur niet met zijn werk als rechter te verenigen waren. Hij werkte voor de televisie en in comedy clubs in New York en behandelde als parttime rechter vooral verkeerszaken en zaken wegens openbare dronkenschap. Bij de beslissing van het Supreme Court van New Jersey gaf in het bijzonder de doorslag het feit dat hij in een verborgencameraprogramma van ABC anti-homo- en racistische rollen vervulde. Het publiek zou daardoor erg in verwarring kunnen komen.

Als we deze typisch Amerikaanse folklore even buiten beschouwing laten, moeten we ons dan minder van de media – en van de (buiten)wereld in het algemeen – aantrekken? Jensma citeert uit Opzwaaiende toga’s het relaas over het OM, dat burgerpanels raadpleegt over gewenste strafhoogtes. Op advies van zo’n burgerpanel zou het OM hogere straffen voor verkrachtingsdelicten zijn gaan eisen. Hij maakt dan de gevolgtrekking dat de rechtspraak met steeds eenvoudiger filmpjes, tv-experimenten, open dagen en vooral hogere straffen de burger content probeert te houden. “Tegen de toga’s zou ik zeggen: blijf in je rol, wees neutraal en hou afstand. Meer hoeft van mij niet.” Aldus Jensma.

Met de kern van Jensma’s advies ben ik het van harte eens. Wij togadragers moeten vooral neutraal blijven en afstand houden. Dat betekent dat wij niet in de huid van de rechtzoekende of hoge straffen eisende burger moeten kruipen en ons moeten bij onze leest – het recht – moeten houden. Daarnaast moeten wij zoveel mogelijk ervoor zorgen dat wij de aan ons voorgelegde zaken tijdig, adequaat en zonder onderscheid naar mediagevoeligheid, belang of persoon behandelen. En ten slotte moeten wij ons openstellen voor degenen die willen zien en begrijpen wat wij doen, dus ook de media. Rechtspraak is uiteindelijk voor het grootste deel openbaar, zegt onze grondwet.

Kortom, open dagen om iets van ons werk te laten zien moeten we vooral blijven organiseren. Of wij, zoals de rechtbank Haarlem deed, een grote strafzaak door middel van een YouTube-filmpje met Playmobilpoppetjes moeten uitleggen, is voor mij de vraag. Het in Jip-en-Janneketaal schrijven van vonnissen hoeft niet mee te brengen dat Bart Smit helemaal wordt leeggekocht. Bedenkelijk wordt het vooral, als wij de burger met hoge (geëiste en opgelegde) straffen tevreden willen stellen, als dat vanuit de waan van de dag komt.

En dan nog de vraag: wat is onze rol? Die zal in weerwil van de wens tot neutraliteit en afstand voor ieder van de drie togaberoepen anders liggen. Het meest duidelijk is dat de rechter zich van elke persoon- of sfeergerichte uitlating kan en moet onthouden zonder te hoeven worden gehinderd in het weergeven van zijn oordeel over de verwerpelijkheid van het door hem bestrafte gedrag. Daarnaast is het niet zo heel erg, als officieren van justitie en raadslieden ter overtuiging van de rechter een door hen gewenst gekleurd beeld neerzetten. Maar dan wel eerst de feiten en het recht graag.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: