Het sprookje van 1.001 kandidaat

door EB op 11/01/2017

in Varia

Post image for Het sprookje van 1.001 kandidaat

De mogelijkheid om kandidaten voor te dragen voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer is niet onbegrensd. Een kiesgerechtigde kan niet alle inwoners van Nederland op de kandidatenlijst plaatsen. Er zal een selectie gemaakt moeten worden, want de ruimte op de kandidatenlijst is beperkt. Niet alleen moet de kandidatenlijst op het stembiljet passen; er moet ook nog voldoende ruimte overblijven om de namen van kandidaten die door andere kiesgerechtigden zijn aangedragen op het stembiljet te vermelden. Daarom bepaalt de Kieswet dat op iedere kandidatenlijst de namen van maximaal 50 kandidaten mogen staan. Alleen als aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan, mogen er meer kandidaten op de lijst worden geplaatst: 80. De eerste voorwaarde is dat de kiesgerechtigde van een gemachtigde van een politieke groepering toestemming moet hebben gekregen om de door deze groepering geregistreerde aanduiding boven zijn kandidatenlijst te laten plaatsen. Blanco lijsten hebben dus nooit meer dan 50 kandidaten. De tweede voorwaarde is dat er bij de vorige Tweede Kamerverkiezing ook een geldige kandidatenlijst moet zijn geweest waarboven de aanduiding van die politieke groepering stond. Bovendien, en dit is de derde voorwaarde, moeten bij die verkiezing minimaal 15 zetels aan die kandidatenlijst zijn toegekend.

Een half jaar geleden heeft de Tweede Kamer gestemd over een voorstel van de heer Bosma (PVV) om de Kieswet te wijzigen. Zijn amendement (34 384, nr. 8) beoogde de drie voorwaarden voor het indienen van een langere kandidatenlijst bij Tweede Kamerverkiezingen te schrappen, zodat op elke kandidatenlijst maximaal 80 personen voor het Kamerlidmaatschap voorgedragen zouden kunnen worden. Het amendement werd echter verworpen. Toch bestaat er een mogelijkheid voor een kiesgerechtigde om méér kandidaten voor te dragen.

Nederland is verdeeld in 20 kieskringen. In elke kieskring is een hoofdstembureau gevestigd. De belangrijkste taak van deze hoofdstembureaus is tegenwoordig het helpen van het centraal stembureau bij het vaststellen van de verkiezingsuitslag. Kieskringen maken dit mogelijk en hebben dus vooral een administratieve functie. Maar zij hebben ook nog een andere functie. Een kiesgerechtigde kan er namelijk voor kiezen per kieskring een andere kandidatenlijst in te dienen. Hij kan per kieskring wijzigingen aanbrengen in de volgorde waarop de kandidaten op de lijst staan vermeld, maar ook in de personen die hij voor het Kamerlidmaatschap voordraagt. Op die manier kan hij kandidaten uit de regio een prominente plek laten innemen op de kandidatenlijst. Nog niet zo lang geleden waren de praktische mogelijkheden daartoe evenwel beperkt. Alleen als een kiesgerechtigde voor alle kieskringen een afzonderlijke kandidatenlijst wilde indienen waarop ten hoogste de laatste vijf kandidaten steeds van elkaar verschilden, kon hij zijn kandidatenlijsten op één centrale locatie inleveren. Wilde hij meer variatie aanbrengen, dan moest hij bij alle 20 hoofdstembureaus afzonderlijk een kandidatenlijst indienen. Die regel is sinds 1 december 2013 echter komen te vervallen (Stb. 2013, 289 en Stb. 2013, 378). Sindsdien worden kandidatenlijsten alleen nog ingeleverd bij het centraal stembureau. Dat maakt dat iedere kiesgerechtigde 20 x 50 = 1.000 verschillende personen kan voordragen voor het Kamerlidmaatschap. Wordt aan de drie eerdergenoemde cumulatieve voorwaarden voldaan, dan zijn dat er zelfs nog meer.

De kans dat er op de dag van de kandidaatstelling – 30 januari 2017 – echt een kiesgerechtigde twintig totaal verschillende kandidatenlijsten inlevert bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (de Kiesraad) is waarschijnlijk niet zo groot. Er zit namelijk wel een belangrijk nadeel aan: het wordt veel moeilijker te voorspellen welke kandidaten uiteindelijk gekozen zullen worden. Zullen zij straks wel goed met elkaar kunnen samenwerken? Hebben zij voldoende complementaire kennis en ervaring om het Kamerwerk goed te kunnen verdelen? Want al wordt een kandidatenlijst dan officieel ingediend door een kiesgerechtigde, een politieke groepering weet dat haar electorale succes bij een volgende verkiezing mede afhangt van wat de huidige kandidaten straks als volksvertegenwoordiger weten te bereiken. Het is voor een politieke groepering dus prettig om, tot op zekere hoogte, invloed te hebben op de volgorde waarin kandidaten op een lijst tot Kamerlid gekozen kunnen worden (Vgl. ook: D.J. Elzinga, H.R.B.M. Kummeling en J. Schipper-Spanninga, Het Nederlandse kiesrecht, Deventer: Kluwer 2012, p. 18-19). Als er voor iedere kieskring een andere kandidatenlijst wordt ingediend, is de samenstelling en de werkbaarheid van de toekomstige Kamerfractie zo goed als onvoorspelbaar. Grote kans dus, dat de gemachtigde van politieke groeperingen dan geen toestemming wil geven om de aanduiding van die groepering boven de kandidatenlijsten te plaatsen. Dat één kiesgerechtigde op 30 januari meer dan 1.000 personen voor het Kamerlidmaatschap zal voordragen is dus mogelijk, maar niet erg waarschijnlijk.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 LJMB 11/01/2017 om 09:50

Nog los van het feit dat het veel democratischer is als kiezers bepalen wie hun vertegenwoordigers worden en niet politieke partijen, lijkt het me ook dat partijen er baat bij hebben dat de verkozenen een sterk persoonlijk mandaat hebben. Het fundament van de partij in de samenleving wordt dan breder waardoor de partij minder afhankelijk is van het functioneren van de partijleider.

Ik krijg overigens niet het idee dat Finse en Zwitserse fracties minder goed werken, omdat de samenstelling van de fracties daar onvoorspelbaar is.

2 EB 11/01/2017 om 15:06

@LJMB:
Je roept een interessante vraag op: levert het meer aan het toeval over laten hoe een fractie eruit zal zien een minder goed functionerende fractie op? Ik kan die vraag niet beantwoorden. Wel constateer ik dat tot op heden dat risico in Nederland niet (vaak) is aangedurfd. Mogelijk speelde ook de voorwaarden voor centrale kandidaatstelling – zoals die tot 1 december 2013 bestonden – daarbij een rol. Dit wordt de eerste Tweede Kamerverkiezing waarbij elke kandidatenlijst bij het centraal stembureau moet worden ingeleverd.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: