Het wetsvoorstel versterking bestrijding computercriminaliteit na het Sanoma-arrest

door Ingezonden op 14/11/2010

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

De laatste jaren eist het EHRM steeds meer dat als een materieel EVRM-recht wordt ingeperkt er ook een adequate mogelijkheid dient te zijn om deze beperking bij de rechter aan te vechten. Het Hof heeft deze eis recent aangescherpt in het Sanoma -arrest door te oordelen dat in deze zaak een voorafgaande toetsing door de rechter van de beperking noodzakelijk was. Dit arrest lijkt tot nu toe vooral gevolgen te hebben voor de journalistieke bronbescherming en het kraakverbod, maar dit arrest heeft waarschijnlijk ook gevolgen voor het wetsvoorstel versterking bestrijding computercriminaliteit.

Volgens dit controversiële wetsvoorstel zou een officier van justitie in een nieuw art. 125p Sv de bevoegdheid krijgen om te vorderen dat websites ontoegankelijk worden gemaakt om strafbare feiten te beëindigen, zonder voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris. Desnoods zou de officier van justitie dit zelfs kunnen afdwingen door middel van het opleggen van dwangsommen. Op dit voorstel is veel kritiek gekomen; de overheid zou daarmee te veel mogelijkheden krijgen voor censuur. Het Sanoma-arrest geeft de critici nu gelijk. Het arrest is toegespitst op bronbescherming door journalisten, maar mijns inziens heeft het arrest ook een bredere strekking.

In het Sanoma-arrest legt het Hof een grote nadruk op de rule of law. Het bestuur mag niet over een ongelimiteerde discretie beschikken, maar mag alleen handelen op basis van specifieke helder omlijnde bevoegdheden. Een effectieve rechtsbescherming maakt een essentieel onderdeel uit van de rule of law om te voorkomen dat het bestuur zich niet aan de rule of law houdt. Het wekt geen verwondering dat het Hof juist bij de persvrijheid hier zo sterk aan hecht. De pers vormt als een publieke‘watchdog’ van de overheid ook een belangrijke waarborg voor de naleving van de rule of law. Beperkingen op de persvrijheid moeten daarom aan een strikte toetsing worden onderworpen.

Met de opkomst van het internet functioneren veel websites ook als een ‘watchdog’ van de overheid. Zo leveren weblogs als Geenstijl.nl tegenwoordig ontegenzeglijk een belangrijke bijdrage aan het publieke debat. Nog daargelaten dat alle landelijke kranten inmiddels ook een website hebben. De rol van websites zal in de toekomst zelfs waarschijnlijk nog groter worden met het dalende aantal van abonnees op kranten. Er is daarom alle reden om de hoge bescherming die traditioneel aan de pers wordt geboden uit te breiden naar websites.

Het Hof heeft ook onderkend dat ook andere actoren dan de pers als ‘waakhond’ kunnen functioneren. Zo overwoog het Hof in de zaak Steel and Morris/Verenigd Koninkrijk (appl. nr. 68416/01) dat ook kleine en informele groeperingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het publieke debat.

In de concept memorie van toelichting wordt nog betoogd dat een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris niet noodzakelijk is omdat de ontoegankelijkmaking van een website tijdelijk is en beroep hiertegen open staat bij de raadkamer. Een website zou dus weer online kunnen worden geplaatst als de ontoegankelijkmaking onterecht was. Dit argument overtuigt niet echt. Nieuws is erg vluchtig en wanneer de raadkamer een uitspraak heeft gedaan kan de nieuwswaarde van een bericht dus al lang vervlogen zijn. Dat biedt de overheid de perfecte gelegenheid om te voorkomen dat misstanden op een ongunstig tijdstip via websites aan de kaak worden gesteld. In het licht van het Sanoma-arrest is dat niet verenigbaar met de rule of law.

Arjen van Driel Kluit, masterstudent Staats- en bestuursrecht Universiteit Leiden

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: