Hiërarchie van grondrechten? Jit Peters repliceert

door Redactie op 25/08/2010

in Grondrechten

Kunnen grondrechten hiërarchisch worden geordend? MN meent van niet, maar Jit Peters zou in Trouw (‘Wat is dat, de rechtsstaat?’) anders suggereren. Peters heeft inmiddels gerepliceerd. Dat verdient een zelfstandige post, die uiteraard weer van repliek kan worden gediend.

Enige opheldering van mijn kant kan helpen.Immers het gaat om korte citaten en geen uitgebalanceerd eigen stuk.
De hiëarchie van grondrechten of mensenrechten. Het gaat mij niet om de termen. Ondanks een mooie regeringsnota die een hiërachie zou ontkennen waag ik het daarmee toch oneens te zijn. Het recht op leven, het verbod van de doodstraf en het folterverbod gelden bijvoorbeeld absoluut en mogen niet beperkt worden. Artikel 15 EVRM ( Afwijking in geval van noodtoestand) brengt ook een hiërarchie aan.De jurisprudentie van het EHRM acht ook artikel 10 van meer gewicht dan het recht op privacy wanneer de meningsuiting bijdraagt aan een publiek debat.Kortom er is wel degelijk sprake van een rangorde.
Ten aanzien van het recht op onderwijs ging ik wat te snel door de bocht. ( Maartje) De vrijheid van onderwijs ligt inderdaad ook vast in verdragen maar niet het recht van gelijke financiering van het bijzonder onderwijs. Daar doelde ik eigenlijk op en dat recht acht ik hiërarchisch van een lagere orde dan de meeste overige grondrechten.Misschien betwistbaar maar wel goed te verdedigen.

Jit Peters

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 PB 25/08/2010 om 19:31

De verheldering van de heer Peters vind ik toch wat dun. Een hierarchische classificatie op basis van de vraag of bepaalde rechten kunnen worden beperkt binnen het EHRM is leuk, als algemene theorie over grondrechten schiet het toch wat tekort. Het folterverbod lijkt niet meer dan de specificatie van een absolute grens van een inbreuk op het recht op lichamelijke integriteit. Het verbod van de doodsstraf, toch geen gemeengoed van rechtsstaten (zie Zwitserland recentelijk), lijkt niet meer dan een lokale absolute grens van een inbreuk op het recht op leven.

Dat het recht op vrijheid van meningsuiting in sommige gevallen boven privacy gaat, geeft volgens mij juist aan dat er in dat geval een afweging wordt gemaakt en er dus geen hierarchie is.

Het recht op gelijke financiering van bijzonder onderwijs is inderdaad geen eigenlijk onderdeel van de vrijheid van onderwijs, maar vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel. Ouders die bijzonder onderwijs verkiezen, zouden immers extra moeten betalen, hetgeen een vorm van ongelijke behandeling is die moet worden gerechtvaardigd. Bovendien geldt dacht ik het grondwettelijk recht van artikel 23 Gw alleen voor het lager onderwijs. Het gaat dan dus eerder om een specifieke toepassing van het gelijkheidsbeginsel.

Volgens mij had prof. Peters best de kans dit te verduidelijken in het stuk. Nu zullen alle lezers immers denken dat het volledig schrappen van de vrijheid van onderwijs geen aantasting is van de rechtsstatelijke vrijheden. Toch best wel een verschil….

Ik vraag mij dan toch af of prof. Peters niet de mening is toegedaan dat de vrijheid van onderwijs in geheel wel kan worden weggelaten, omdat het gaat om een associatieve vrijheid en niet om een individuele vrijheid…… associatieve vrijheden (onderwijs, opvoeding, kerk, vereniging, (zie de interessante benadering van associative democracy van Veit Bader, Professor Emeritus of Sociology and Professor Emeritus of Social and Political Philosophy) doen het in sommige kringen tegenwoordig gewoon niet zo goed. IN die zin lijken sommige toch een hierarchie te maken tussen associatieve vrijheden en individuele vrijheden. Bedoeld dhr. Peters deze hierarchie…

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: