Hiërarchie

door MN op 19/08/2010

in Grondrechten

Prof. Peters is een gewaardeerd columnist op deze site. Ik heb dan ook even geaarzeld bij het plaatsen van dit berichtje. Maar zijn opmerkingen in Trouw van 18 augustus jl. geven toch echt aanleiding tot een reactie. Dat past ook wel in een debat.

Vooropgesteld: ik ga er van uit dat Trouw een correcte weergave heeft gegeven van Peters’ stellingen. Mocht dat niet zo zijn, dan slik ik mijn woorden in.
Waar gaat het om? De betrokkenheid van de PVV bij de kabinetsformatie geeft aanleiding tot discussie over de betekenis van het begrip rechtsstaat. De opvattingen van de PVV zouden de grenzen van de rechtsstaat opzoeken of overschrijden, zo menen een historicus en verontruste CDA-ers. Anderen, waaronder P&P-auteur Peter Boswijk, menen dat critici door veelvuldig schermen met het begrip rechtsstaat de term aan betekenis laten inboeten. De discussie was voor het dagblad Trouw aanleiding twee pagina’s Verdieping te vullen met antwoorden op de vraag “”Wat is dat, de rechtsstaat?”. Peters wordt veelvuldig aangehaald. Aan het eind van het artikel zegt hij:

“Er is binnen het rijtje grondrechten een soort hiërarchie. Brengt afschaffing van de vrijheid van onderwijs de rechtsstaat in gevaar? Dat lijkt me niet, maar afschaffing van vrijheid van onderwijs voor een bepaalde groep wel: dan is het gelijkheidsbeginsel in het geding. Zo moeten er, binnen de kaders van de rechtsstaat, veel vaker afwegingen worden gemaakt.”

Niet gehinderd door enige grondrechtenkennis maak ik bezwaar tegen het gebruik van het woord hiërarchie. Dat er afwegingen gemaakt moeten worden, lijkt me een gevolg van het ontbreken van hiërarchie. Nog betrekkelijk recent (toegegeven, voor de moord op Theo van Gogh) schreef minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties De Graaf in de nota Grondrechten in een pluriforme samenleving dat de Nederlandse Grondwet geen hiërarchie kent:

“In verband met de mogelijkheid van botsing van grondrechten is het belangrijk te constateren dat de Grondwet geen voorgegeven rangorde tussen de grondrechten kent. De objectieve criteria ontbreken daarvoor. (…) Geconcludeerd moet worden dat hiërarchiesering (niet de enige vreselijke term in de nota, MN) onwenselijk is omdat het geen bevredigende oplossing biedt voor conflictsituaties en bovendien onuitvoerbaar is.”

De Nota is vrij uitgebreid behandeld, en daarbij zijn deze conclusies overeind gebleven. Peters’ opmerkingen sporen niet met het geldende recht. Mogelijk geeft hij zijn persoonlijke, politieke opvattingen weer. Deze kabinetsformatie geeft, misschien nog wel meer dan bij eerdere formaties, publiek en media aanleiding om geregeld een beroep te doen op de deskundigheid van staatsrechtgeleerden. In die context vind ik de uitlatingen van de Amsterdamse hoogleraar ongelukkig.

{ 7 reacties… read them below or add one }

1 AM 19/08/2010 om 13:01

Zit de clou hem niet in de toevoegen ‘soort van’? Hiermee zou de spreker kunnen bedoelen (maar ook ik weet natuurlijk niet wat Peters precies gezegd laat staan bedoeld heeft) dat hij het niet heeft over ‘hiërarchie’ in eigenlijke zin. Bij gebrek aan een beter woord, wordt de term ‘hiërarchie’ gebruikt om aan te geven dat in concrete afwegingen het ene grondrecht boven het andere zal prevaleren. De toevoeging ‘soort van’ is een waarschuwing aan de lezer dat hij de terminologie niet al te letterlijk moet nemen, omdat het eigenlijk om net iets anders gaat. Zou dit een trend kunnen zijn (‘een soort van minderheidskabinet’)? Ik hoop van niet. Maar misschien is het bezwaar dus eerder van taalesthetische aard…

2 maartje 19/08/2010 om 15:33

Juridisch gezien is er door het toetsingsverbod ook sprake van hiërarchie. Grondrechten die in internationale verdragen zijn verankerd en door Nederland geratificeerd zijn hebben daardoor meer status dan grondrechten die alleen in de Nederlandse grondwet staan, of daarin anders zijn geformuleerd dan in die verdragen. Bij mijn weten kent de vrijheid van onderwijs als geformuleerd in de Nederlandse grondwet, geen verdragrechtelijke gelijke.

3 MN 19/08/2010 om 17:13

Uit het citaat blijkt niet dat Peters doelt op de verhouding verdragsrechtelijke grondrechten en grondwettelijke grondrechten. Het voorbeeld van het onderwijsrecht dat Peters gebruikt, is (zoals Maartje zelf al opmerkt) uitsluitend te begrijpen binnen de context van grondwettelijke grondrechten.
Ik snap overigens niet waarom het toetsingsverbod (in combinatie met art. 94 Grondwet) tot hiërarchie in de door Maartje bedoelde zin leidt. Vermoedelijk bedoelt ze te zeggen dat verdragsgrondrechten, anders dan grondwettelijke grondrechten, voor de rechter een toetsingskader kunnen vormen bij het beoordelen van de rechtmatigheid van formele wetten. Dat heeft, zo lijkt me, meer met voorrang dan met hiërarchie of “meer status” te maken. Algemeen verbindende voorschriften die niet in de wet maar in een amvb of gemeentelijke verordening staan, kunnen overigens zowel aan grondwettelijke als verdragsrechtelijke grondrechten worden getoetst. Het toetsingsverbod ziet alleen op de rechter. Het is de wetgever op grond van zowel de Grondwet als verdragen verboden beschermde grondrechten onrechtmatig te beperken.

4 RvdW 20/08/2010 om 01:02

Ik ben het met je eens dat de formulering van prof. Peters’ woorden, zoals deze in Trouw zijn verschenen, niet heel gelukkig is. Van een hiërarchie van grondrechten is inderdaad geen sprake: de heersende leer is toch echt dat ze universeel, ondeelbaar en niet onderling hiërarchisch zijn. Maar prof. Peters is nou ook weer niet de eerste die bepaalde grondrechten belangrijker acht dan andere. Bekend is de sceptische benadering van de sociale grondrechten door prof. Kortmann sr. En prof. Van Kempen, ook uit Nijmegen, pleitte in zijn oratie voor een hiërarchie van mensenrechtenplichten door negatieve plichten altijd boven positieve plichten te rangschikken. Ik vind het iets te gemakkelijk te stellen dat hier enkel sprake is van persoonlijke, politieke opvattingen. Het gaat, denk ik, om opvattingen die rechtstreeks en noodzakelijk voortvloeien uit de eigen visie op de positie van de mens in de samenleving. De meer liberaal ingestelde jurist kán sociale grondrechten niet anders zien dan als een potentieel gevaar voor de vrijheidsrechten, de meer sociaal-democratisch denkende jurist kan zich daarentegen geen samenleving voorstellen waarin de sociale grondrechten lager op de ladder staan dan de overige grondrechten. Ook over de onderwijsvrijheid en het gelijkheidsbeginsel zijn dergelijke meningsverschillen mogelijk. Met de opmerking dat prof. Peters zijn persoonlijke mening gaf, en niet het geldend recht beschreef, ben ik het daarom eens, maar de impliciete beschuldiging dat hij hier politiek bedreef, vind ik minder op zijn plaats.

5 PB 24/08/2010 om 11:04

@ maartje

Vrijheid van onderwijs kent weldegelijk verdragsrechtelijke gelijken. De onderwijsvrijheid is een onderdeel van de opvoedingsvrijheid van ouders. Zo zegt artikel 26, lid 3, van de universele verklaring van de rechten van de mens:

“3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe
om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen,
welke aan hun kinderen zal worden gegeven.”

Dit recht is uitgewerkt in talloze verdragsrechtelijke bepalingen. Zie uitvoerig hierover: M. de Blois, Godsdienst, levensovertuiging en opvoedingsvrijheid, in: NJCM Bulletin, 29-8, december 2004, p. 1084-1100. Die eveneens de grenzen van dat recht beschrijft.

De vrijheid van onderwijs is dus niet uniek voor NL en ook niet minderwaardig en extra, maar een basisrecht. Het specifieke Nederlandse onderdeel van de vrijheid van onderwijs is dat de Nederlandse Grondwetgever heeft bepaald dat het belastinggeld dat door “alle” burgers wordt betaald ook voor “allen” op basis van gelijkheid moet worden aangewend. Daarom bekostigd de Staat het bijzonder onderwijs. En daarin is NL bijzonder.

6 maartje 24/08/2010 om 13:18

Ik bedoel inderdaad voorrang, als vorm van hiërarchie en gebruik niet voor niets de toevoeging “als geformuleerd in de Nederlandse grondwet”. Verder wil ik alleen aangeven dat de grondwet door het toetsingsverbod vreemd genoeg zelf een soort hiërarchie (namelijk voorrang) in grondrechten aanbrengt.

7 jit peters 25/08/2010 om 14:07

Klik hier voor de repliek van Jit Peters.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: