Hoge Raad geeft vrijbrief voor parlementaire scheldpartijen

door MN op 21/06/2011

in Rechtspraak, Uitgelicht

Post image for Hoge Raad geeft vrijbrief voor parlementaire scheldpartijen

In de week waarin onduidelijkheid ontstond over de vraag of Joran van der Sloot beschuit met muisjes uit moet delen in zijn Peruaanse gevangenis (het gerucht dat hij vader zou zijn geworden, wordt inmiddels ontkend), heeft de Hoge Raad een andere majeure Arubaanse kwestie afgehandeld: parlementariërs mogen elkaar tijdens het debat voor rotte vis uitschelden, ook als het debat niet over de visvangst gaat. Daarmee is een einde gekomen aan een kwestie waar op dit weblog al eerder aandacht werd besteed. In eerste aanleg gaf de Arubaanse civiele rechter (thans Tweede Kamerlid) een erg rekkelijke uitleg van art. 6 EVRM. Hij redeneerde dat de parlementaire immuniteit in strijd was met het recht op toegang tot de rechter, en daarom onhoudbaar. Het Gemeenschappelijk Hof en nu ook de Hoge Raad accepteerden echter de beperking op de toegang tot de rechter, zoals het EHRM dat eerder ook al had gedaan. Trouw aan Straatsburgse jurisprudentie redeneert de Hoge Raad dat parlementaire immuniteit twee belangen beschermt: vrije meningsuiting in het parlement en machtenscheiding tussen rechter en wetgever. Rechterlijke inmenging met de toelaatbaarheid van een als onheus ervaren uitlating geeft daarom geen pas. Aan de vraag of  de als beledigend ervaren uitlatingen al dan niet relevant geacht kunnen worden voor het onderwerp van beraadslaging, komt de rechter dan ook niet toe.

Het arrest bevestigt de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof, en wie niet die Welt abhanden gekommen ist, zal niet verrast zijn. Ook de verweerder in cassatie, de minister die de onwelvoeglijke uitlatingen had gedaan, zag dit aankomen: hij zag er van af verweer te voeren en is niet verschenen.

In zijn conclusie werpt A-G Langemeijer nog een interessant balletje op: kan een benadeelde de openbare rechtspersoon aanspreken tot vergoeding van de geleden schade? Langemeijer komt met een voorzicht enerzijds-anderzijds. Tegen het honoreren van zo’n vordering pleit dat de immuniteitsregel de rechter ervan weerhoudt enigerlei uitspraak te doen over de rechtmatigheid van in het parlement gedane uitlatingen, en ook aan toerekening aan de rechtspersoon in de weg staat. Aan de andere kant zou een bevel tot schadevergoeding niet rechtstreeks ingrijpen in de verhouding tussen rechter en (een functionaris in) de wetgevende macht, nu de plicht tot schadevergoeding achteraf zou worden opgelegd. Langemeijer meent dat dit voorbeeld aantoont dat het uitmaakt of de nadruk wordt gelegd op de bescherming van de spreker in een parlementair debat dan wel op de scheiding van de staatsmachten.

Erg overtuigend vind ik Langemeijers anderzijds-scenario niet. Een kenmerk van rechterlijke bemoeienis is dat die, gebodsacties daargelaten, vrijwel altijd mosterd na de maaltijd is. Van een rechterlijke veroordeling gaat bovendien een zogenoemd chilling effect uit: als eenmaal een parlementariër is veroordeeld tot schadevergoeding, kijkt men bij een volgend debat wel uit. En dat was nu juist niet de bedoeling van de immuniteitsregel.

Het is allemaal water onder de Natural Bridge: Langemeijer adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen, en dat is ook wat er gebeurt.

 

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 MdM 21/06/2011 om 20:31

Het immuniteitsvraagstuk blijft veel discussie oproepen. Dit is vooral vaak het geval geweest in situaties waarin immuniteit werd genoten voor het schenden van een geheimhoudingsplicht.

Omdat ik ben afgestudeerd op deze onderwerpen, blijf ik de ontwikkelingen met bovenmatige interesse volgen. Daarnaast heb ik thans het genoegen om van deze blogpost en het arrest van de Hoge Raad kennis te nemen vanaf de plek waar het allemaal begonnen is: Aruba. Men zou het slechter kunnen treffen!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: