Huilen met de lamp aan

door Ingezonden op 04/05/2013

in Uncategorized

Post image for Huilen met de lamp aan

’Volgens mij heeft de coalitie een duidelijke uitspraak gedaan’. Dat was de kernachtige conclusie waarmee Kamervoorzitter Van Miltenburg donderdagavond 25 april een slepend ordedebat probeerde te beëindigen. Dat het hierna finaal uit de hand liep is niet zo vreemd, omdat haar conclusie impliceert dat besluitvorming bij meerderheid van de Kamer – in de praktijk vaak die van de coalitiepartijen VVD en PvdA – zich ook uitstrekt tot de orde van een debat. Maar zo simpel ligt het niet.

Het in goede banen geleiden van de ratrace onder Kamerleden om een bepaald debat op de agenda te krijgen moet de core business van een Kamervoorzitter zijn. Na het nieuws over fraude van Bulgaren met het Nederlandse systeem van fiscale toeslagen wilde de hele Kamer daarover begrijpelijkerwijs debatteren met VVD-staatssecretaris Weekers, en wel meteen na het reces. Maar een dag later was er al nieuwer nieuws: ambtenaren van de Belastingsdienst zouden van deze fraude al langer weten en klaagden er openlijk over dat Weekers het ook wist, maar er niets aan had gedaan. Dat gebeurde in politieke verhoudingen die toch al gespannen zijn, bijvoorbeeld door de steeds terugkerende gevolgen van het ontbreken van een meerderheid van de coalitie in de Eerste Kamer, en een recente motie van wantrouwen tegen een andere staatssecretaris van VVD-huize.

De oppositie, in zeldzame eensgezindheid, zag haar kans schoon om een poging te doen het frame van het al eerder gevraagde debat te veranderen: een kolfje naar de hand van CDA’er Pieter Omtzigt. Het debat moest niet langer gaan over de fraude met toeslagen en wat daaraan te doen (opeens bleek dat dat ook later nog wel eens kon), maar over de vraag: wat wist Weekers wanneer? Daarmee zou de vertrouwensvraag centraal komen te staan en dat vond de VVD uiteraard ongewenst.
De verwarring in het ordedebat ontstond doordat niet iedereen zich deze verandering van perspectief leek te realiseren. In elk geval de PvdA’er Groot niet: die wekte het ene moment de indruk dat hij het verschil tussen deze twee soorten debatten wilde ontkennen, even later leek hij het verzoek van Omtzigt te willen honoreren (die daarom ook vroeg om een hoofdelijke stemming over zijn ordevoorstel), en op andere momenten leek hij het te willen houden bij het oorspronkelijke verzoek van de gehele Kamer. Het verzoek van de oppositie leek hem te overvallen, en hij maakte bij herhaling niet duidelijk of de PvdA het veranderen van het onderwerp van het debat steunde, zelfs niet toen Kamervoorzitter Van Miltenburg hem herhaaldelijk vroeg dat niet alleen te doen met non-verbale communicatie vanuit zijn Kamerzetel, maar hardop in de microfoon. Dat maakt het voor een Kamervoorzitter wel heel lastig om te beoordelen wat de Kamermeerderheid wil.

Mogelijk werd zij gedreven door de wens om het te houden bij wat de gehele Kamer, die zij immers moet vertegenwoordigen, de dag ervoor nog wilde: in elk geval een debat snel na het reces.

Maar zo liet zij zich wel dringen in een afwijzing van de verandering van het frame, waar de oppositie nu juist op uit was. Dat leidde tot de beschuldiging van het sturen van het debat in een door de coalitie gewenste richting, nota bene door de keurige Van Haersma Buma (CDA). Weisglas had als Kamervoorzitter als adagium dat een Kamervoorzitter hooguit het verwijt mag treffen de oppositie teveel ruimte te geven; Van Miltenburg werd nu juist het omgekeerde verweten.
Moet een Kamervoorzitter dan geen tijd gegund worden in het ambt te groeien? Ook Verbeet had een moeilijke start als Kamervoorzitter. Dat ging echter niet over vermeende partijdigheid. Ook Verbeet was de eerste drie jaar van haar voorzitterschap lid van een coalitiefractie, maar liet dat – zoals het hoort – niet blijken. Zij had vooral te kampen met een zoektocht naar de juiste omgang met de PVV-fractie.

De afwikkeling van deze kwestie-Van Miltenburg zal de oppositie er niet geruster op hebben gemaakt. Om verdere schade te voorkomen werd het hen weliswaar gegund dat het debat zou gaan over wat Weekers wanneer wist, maar die conclusie werd nu net weer geformuleerd door de fractievoorzitter van de VVD. Dat de minister-president (ook VVD) het de volgende dag nodig vond om nog even voor zijn partijgenote in de bres te springen was natuurlijk aardig bedoeld, maar hij helpt haar echt van de wal in de sloot bij wat haar nu te doen staat: het vertrouwen van de oppositie terugwinnen. Ze zal de komende periode veler ogen op zich gericht weten in haar dagelijkse werk. Vertrouwen komt nu eenmaal te voet en gaat te paard.

Peter Bootsma

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 micver 15/05/2013 om 16:34

Ook gisteren tijdens het debat over het feitenrelaas Weekers – Bulgarenfraude wasVan Miltenburg niet zo handig aan zet, wat haar direct een geïrriteerde reactie van de oppositiepartijen opleverde. Op de vraag van Omtzigt aan Weekers of de opsporingsdiensten (vallende onder V&J) op de hoogte waren van de komende uitzending in Brandpunt, verwees Weekers lafjes naar Opstelten die later nog aan het woord zou komen. Toen formuleerde Omtzigt de vraag anders door te vragen of Weekers, of zijn departement, de opsporingsdiensten had geïnformeerd, waarna de Kamervoorzitter zich achter het doorschuiven naar Opstelten door Weekers schaarde. Dat leverde een punt van orde door Omtzigt op, waarna Van Miltenburg toch nog overstag ging en de vraag toestond. Het was echter evident dat de vraag van Omtzigt (in de tweede formulering) nooit kon worden afgeserveerd naar Opstelten, en dat had Van Miltenburg moeten weten. Nog een paar van deze foutjes en ze gaat een moeilijke tijd als Kamervoorzitter tegemoet vrees ik.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: