Ik tel tot 65

door PWdH op 07/10/2009

in Grondrechten, Rechtspraak

Nadat de vervoersbedrijven van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam weigerden mee te werken aan het vakbondsplan het vervoer midden op de dag gedurende precies 65 minuten stil te liggen, escaleerden de bonden om onduidelijke redenen naar een staking in de spits. Na de mislukte onderhandelingen van vorige week moesten de bonden bij de rechter opnieuw incasseren: hij verbood de staking. Nu deze volgens de bonden is gericht ‘tegen de overheid om de AOW leeftijd op 65 jaar te houden’, kan die niet onder artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest (ESH) worden geschaard.

Daartoe moet er volgens de rechter sprake zijn van een ‘belangengeschil’ met de werkgevers en daarvan zou op dit moment geen sprake zijn. Dat klinkt licht ironisch, want wie op donderdag 1 oktober televisie keek, kon het geschil bij wijze van spreken van de buis zien druipen, om van de woede en het verdriet bij FNV-voorzitter Jongerius nog maar te zwijgen. Werkgeversvoorman Wientjes presenteerde zich ondertussen één studio verderop triomfantelijk als rationele winnaar. Het blijkt dan ook dat de voorzieningenrechter op zoek is naar een belangengeschil dat ‘zich leent voor een oplossing door collectieve onderhandelingen’. Daarvan is met het verstrijken van de Hamervertraging op 1 oktober, middernacht, geen sprake meer. Regering en parlement zijn immers weer aan zet (r.o. 4.2):

‘Thans is het woord aan de regering en de Tweede Kamer. Nu op dit moment geen gezamenlijk probleem van een werkgever en werknemers dat zich leent voor een oplossing door collectieve onderhandelingen aan de orde is, heeft een staking op dit moment geen invloed op de onbelemmerde uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Dat dat eventueel later het geval kan zijn, speelt thans nog geen rol.’

Enigszins meevoelen met de bonden kunnen we wel. Eerst werden ze gedumpt door de werkgevers, die achterover konden leunen bij de onderhandelingen, omdat dan de kabinetsplannen vanzelf in hun richting zouden komen. Door dat mislukken mogen ze nu ook niet meer staken: eigenlijk komen ze een week te laat met hun staking. Of te vroeg, want mogelijk kan een staking later (opnieuw) wel invloed hebben op ‘de onbelemmerde uitoefening van het recht op collectief onderhandelen’.

Hierna overweegt de rechter nog dat artikel 6 lid 4 ESH is bedoeld om de machtsverhoudingen in collectieve onderhandelingen in evenwicht te brengen. Dit artikel is daarentegen ‘met name niet’ gericht op ‘het onder druk zetten van de overheid, die nog geen definitief standpunt over een bepaalde kwestie naar buiten heeft gebracht.’ Deze passage roept vragen op. Ten eerste: is het zo dat er geen definitief standpunt is? Begrijp ik het goed dan staat – door het tekenen van het crisisakkoord door de coalitiefracties – met het kabinetsbesluit in het voorjaar materieel wel vast dàt de AOW-leeftijd omhoog gaat van 65 naar 67. In die zin is er – met het verstrijken van de Hamervertraging – inmiddels een definitief standpunt. Ten tweede: mag je wel staken tegen de overheid als er een definitief standpunt ligt?

In het verleden werd een staking in de Rotterdamse haven geoorloofd geacht, die was gericht tegen de plannen van de overheid om op de WAO te bezuinigen. Het verschil met de huidige bezuinigingsplannen voor de AOW was wel dat het in die casus ging om bij CAO overeengekomen aanvullingen op de uitkering. Daarmee was het recht op collectief onderhandelingen van artikel 6 ESH direct in het geding en daarmee het stakingsrecht (NJ 1995, 152).

We zien deze vraag vast nog terug. Voor vandaag vallen de bonden terug op hun oorspronkelijke plan: tot 65 tellen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: