Incompatibiliteiten

door MN op 01/12/2009

in Haagse vierkante kilometer

Colleges geven over het Nederlandse staatsrecht is meestal wel, maar niet altijd een bevredigende bezigheid. Ik word nogal eens bevangen door twijfel over de diepzinnigheid en doorwrochtheid van onze Grondwet, zeker als er aanleiding is in de colleges over de grens te kijken. Het probleem van het materiële wetsbegrip is in Frankrijk zo veel helderder en consequenter in de Grondwet uitgewerkt dan ons “er staat niet wat er staat”-artikel 89; onze kabinetsformatie is een houtje-touwtje-constructie vergeleken met de Belgen die geen knip willen maken tussen volkssoevereiniteit, investituur en vertrouwensregel en het fenomeen rechterlijke onafhankelijkheid is ten onzent weggemoffeld achter voorschriften over salariëring en competenties maar wordt door de Duitsers bij name genoemd.

Over de rechterlijke onafhankelijkheid gesproken: onlangs viel me bij het bekijken van de grondwettelijke incompatibiliteitenregeling iets op. De grondwetgever heeft de onverenigbaarheid van functies steeds bezien vanuit het perspectief van de Staten-Generaal. Kamerleden kunnen geen minister zijn (uitgezonderd in demissionaire status), ze mogen geen staatsraad zijn, geen griffier, geen raadsheer in de Hoge Raad: allemaal fraaie toepassingen van de idee van scheiding van ambten. De grondwetgever lijkt echter te hebben verzuimd de onverenigbaarheid te regelen vanuit het perspectief van de andere centrale instellingen.

Zie ik het goed, dan is er geen grondwettelijk beletsel tegen de benoeming van een raadsheer in de Hoge Raad die tegelijkertijd minister is. Ook de wet heeft nagelaten het gelijktijdig dragen van deze petten uit te sluiten. Het is daarom denkbaar dat een minister bevordert dat er een vervolging wordt ingesteld tegen een (voormalig) Kamerlid of bewindspersoon wegens het begaan van een ambtsmisdrijf, en korte tijd later als raadsheer betrokken is bij de berechting van de verdachte (mogelijk zichzelf!).

Van rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid is in zo’n geval geen sprake. Zo iemand zou natuurlijk gewraakt (moeten) worden, maar nog beter ware het als de grondwetgever voorkomt dat de onpartijdigheid van rechters afhangt van de alertheid van raadslieden of andere betrokkenen. Mag dit onderdeel mee op het lijstje aanpassingen in Hoofdstuk 6 dat de Staatscommissie aan het opstellen is?

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 GB 02/12/2009 om 10:08

Als we het toch over de SGP hebben: wat te denken van de combinatie van Senator en fractie-medewerker Tweede Kamer en lid Provinciale Staten?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: