Indirect actief kiesrecht voor de Eerste Kamer

door MN op 04/02/2011

in Decentralisatie, Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Heeft een kiesgerechtigde Nederlander recht op bemoeienis met de samenstelling van de Eerste Kamer? Die vraag houdt mij bezig sinds Elzinga en Michel op dit weblog schreven over de Nederlandse ingezetenen van BES-eilanden. Elzinga en Michel lijken te menen dat er zoiets bestaat als een indirect actief kiesrecht voor de Eerste Kamer. Michel schrijft zelfs dat de bedoeling van de grondwet duidelijk is: “alle Nederlanders in Nederland kiezen indirect de Eerste Kamer.” Dat indirecte kiesrecht wordt BES-burgers onthouden, en dat is volgens Elzinga een smet op het constitutionele blazoen.

Vertegenwoordiging en verkiezing kunnen niet aan elkaar gelijk worden gesteld. Dat blijkt al onmiddellijk bij een blik op de historie. De vertegenwoordigingsopdracht van de Eerste Kamer is ouder dan haar indirecte verkiezingswijze. Meer dan dertig jaar vertegenwoordigde de Eerste Kamer gansch het Nederlandsche volk, ook al werden haar leden door de Koning uit de aanzienlijksten van het land benoemd. Met de introductie, in 1848, van de verkiezing door provinciale staten veranderde dit niet. Tot op de dag van vandaag worden minderjarigen en niet-stemmers evenzeer door de Staten-Generaal vertegenwoordigd als burgers die daadwerkelijk van hun actieve kiesrecht gebruikmaken. De Eerste Kamer vertegenwoordigt BES-burgers dus niet op andere wijze dan Friezen, Limburgers of Zeeuwen.

Zou je, in het verlengde van de stelling dat verkiezingswijze en vertegenwoordigingsopdracht te onderscheiden zaken zijn, niet kunnen volhouden dat ons staatsrecht burgers in het geheel niet betrekt bij de samenstelling van de Eerste Kamer? Mij lijkt daar veel voor te zeggen. Statenleden hebben immers, anders dan sommige leden van het Amerikaanse Electoral College, een vrij mandaat. Dat hebben ze ook bij het uitbrengen van hun stem voor de Eerste Kamer. Een vrij mandaat komt in het gedrang als erkend wordt dat kiezers zeggenschap hebben over de samenstelling van de Eerste Kamer.

Het vrije mandaat ontneemt het indirect kiesrecht van een wezenlijk element: de keuze wordt uit handen gegeven. De kiezer oefent geen juridische invloed uit op de wijze waarop het Statenlid zijn stem uitbrengt. Naast de principiële reden van het vrije mandaat is daar ook een praktisch argument voor. Op het moment dat verkiezingen voor provinciale staten worden gehouden, moet de kandidaatstelling voor de Eerste Kamer nog plaatsvinden. Het indirecte kiesrecht is dus om meerdere redenen een sprong in het duister.

Zou iemand die vindt dat het kiesrecht voor provinciale staten een indirect kiesrecht voor de Eerste Kamer is, niet ook moeten vinden dat het kiesrecht voor de Tweede Kamer een indirect kiesrecht voor de Ombudsman is? Of dat het kiesrecht voor de gemeenteraad een indirect kiesrecht voor wethouders is? Ik vermoed dat er weinig mensen zijn die deze stellingen zouden verdedigen. Kiesrecht voor een orgaan maakt niet automatisch dat bevoegdheden van dat orgaan afstralen op de kiezer. Waarom zou dat bij provinciale staten anders zijn?

Bovendien: de keuze voor provinciale staten als kiescollege van de Eerste Kamer steunt niet op sterke inhoudelijke argumenten. Bij de grondwetsherziening van 1983 is handhaving van provinciale staten als kiescollege veeleer negatief gemotiveerd. De grondwetgever wees een rechtstreekse verkiezing van de Eerste Kamer af. Provinciale staten beschikken niet over bijzondere kwaliteiten die maken dat juist zij de Eerste Kamer kiezen. Als we op die lijn doorredeneren, dan is het niet zo aannemelijk dat burgers die kiesgerechtigd zijn voor provinciale staten een van dat kiesrecht afgeleid indirect kiesrecht voor de Eerste Kamer hebben.

Voor erkenning van het indirecte kiesrecht is natuurlijk ook wel wat te zeggen. Een veelgehoorde reden om niet-Nederlanders het kiesrecht voor de provinciale staten te onthouden, is juist de vertegenwoordigingsopdracht van de Eerste Kamer. Wie zo redeneert, legt een nadrukkelijke relatie tussen de vertegenwoordigingsopdracht en het actieve kiesrecht. Dat is niets nieuws: de uitbreiding van het kiesrecht in de periode 1887-1917 werd mee ingegeven door de wens de vertegenwoordigingsopdracht serieus te nemen. Ook overigens zijn er argumenten te bedenken voor erkenning van een indirect kiesrecht. Ik denk aan de grondwettelijke norm die meebrengt dat de verkiezing van de Eerste Kamer in principe binnen drie maanden na de verkiezingen voor provinciale staten moet worden gehouden. Zou de verkiezing van de Eerste Kamer geheel losstaan van de verkiezing van provinciale staten, dan zou er geen aanleiding zijn voor zo’n korte termijn. En hoewel feiten geen normen creëren, kan er toch moeilijk aan voorbij worden gegaan dat verkiezingen voor provinciale staten feitelijk worden gepresenteerd als de indirecte verkiezing van de Eerste Kamer. Statenleden die bij de Eerste Kamerverkiezingen van hun politieke geloof vallen, zijn een zeldzaamheid.

Terug naar de vraag of Nederlanders die op de BES-eilanden wonen, volgens het recht op de één of andere manier zeggenschap moeten kunnen uitoefenen over de samenstelling van de Eerste Kamer. De Raad van State vond van wel, maar hanteerde daartoe een wonderlijke redenering. Omdat de eilandsraden taken gaan uitoefenen die aan de Europese kant van Nederland in de provinciale huishouding thuishoren, zouden de eilandsraden stemrecht voor de Eerste Kamer moeten krijgen. Die redenering miskent de toevalsfactor in de aanwijzing van de provinciale staten als kiescollege. Als de eilandsraden van de BES-eilanden al stemrecht voor de Eerste Kamer krijgen, dan zou dat moeten omdat de inwoners van de eilanden eenzelfde indirect actief kiesrecht toekomt als Europese Nederlanders hebben. Maar of zo’n recht nou ook bestaat?

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 JADB 04/02/2011 om 10:06

Hulde voor deze invalshoek!

2 RvdW 04/02/2011 om 15:39

Als één van de vierhonderd- à vijfhonderdduizend Nederlanders in het buitenland, die wel direct kiesrecht voor de Tweede Kamer bezitten, maar geen enkele invloed mogen uitoefenen op de samenstelling van de Eerste Kamer, doet de discussie over de BES-eilanden met gezamenlijk minder dan tienduizend kiesgerechtigden toch wat vreemd aan.

Indien het blijkbaar prima in orde is een half miljoen Nederlanders uit te sluiten van ‘indirect kiesrecht’ voor de Eerste Kamer (terwijl deze volgens art. 50 GW als onderdeel van de Staten-Generaal toch het gehele Nederlandse volk zou moeten vertegenwoordigen), wat is dan het probleem met een vergelijkbare uitsluiting van onze Caribische medelanders? Het enige verschil dat ik zie is dat zij wel op Nederlands grondgebied wonen en émigrées niet. Maar zou dat een relevant verschil moeten zijn bij toekenning van ‘indirect kiesrecht’? De verkiezingen voor de Franse Senaat tonen m.i. aan dat dat niet zo hoeft te zijn.

Misschien kan, als dan toch wordt besloten de splinter te verwijderen, ook de balk even worden meegenomen.

3 MN 04/02/2011 om 18:35

@RvdW: je reactie sterkt me in mijn twijfel. Ik ga steeds meer denken dat het effect van de omstandigheid dat de Eerste Kamer wordt gekozen door provinciale staten, wordt verward met een recht voor ingezetenen van de provincie om die Kamer samen te stellen. Met andere woorden: feit en norm lopen door elkaar. Zij die geen ingezetene van een provincie zijn (bij voorbeeld omdat ze niet in Nederland wonen), hebben geen stemrecht voor de provincie. Ten aanzien van hen doet het genoemde effect zich daarom niet voor.
Overigens: ik vraag me af of je verwijzing naar Frankrijk wel hout snijdt. DOM zijn letterlijk overzeese provincies. Juist daarom hebben de ingezetenen van een DOM stemrecht voor de Sénat. En in het verlengde daarvan is de positie van emigrés niet goed vergelijkbaar met die van ingezetenen van een Nederlands openbaar lichaam buiten Europa.

4 RvdW 04/02/2011 om 22:29

@MN: inderdaad lijkt me moeilijk verdedigbaar dat in de huidige situatie vertegenwoordiging een indirect kiesrecht betekent. Voor wat betreft je tweede alinea: ik doelde niet op DOM, maar op de 12 senatoren die indirect door de Franse émigrés(e)s worden gekozen: http://www.senat.fr/role/fiche/franc_etrang.html.

5 Henk 08/02/2011 om 14:28

Maakt het trouwens verschil nu vrijwel alle partijen hun campagne bouwen rondom de Eerste Kamer?

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: