Informatie, communicatie en de ‘equality of arms’

door IvorenToga op 16/10/2012

in Rechtspraak

Post image for Informatie, communicatie en de ‘equality of arms’

Een terechtzitting moet – enkele uitzonderingen daargelaten – in het openbaar geschieden. Daarbij horen alle betrokken partijen steeds aanwezig te (kunnen) zijn en dus ook van elkaars uitlatingen kennis te kunnen nemen. Dat heeft vooral met de equality of arms tussen de partijen te maken en, in het verlengde daarvan, met het belang dat de rechter geen kennis neemt van informatie en standpunten die niet aan alle partijen bekend zijn. De rechter moet zich er van zijn kant steeds van vergewissen dat inlichtingen die hij van de ene partij krijgt, ook aan de andere belanghebbenden bekend zijn. En hij moet ervoor zorgen dat hij met alle partijen communiceert en niet een van hen op een informatieachterstand zet.

Dat gaat niet altijd goed. De slepende en geruchtmakende rechtszaak over Chipshol is daarvan een voorbeeld. Twee rechters moeten zich nu in een strafzaak verantwoorden met betrekking tot de vraag of in het kader van het delen van informatie met partijen de regels over de equality of arms zijn geschonden. In die zaak gaat het er in de kern om of een (inmiddels ex-)rechter contact met de advocaat van een van de partijen heeft opgenomen zonder de andere partij daarbij te betrekken en daarover onder ede heeft gelogen. De moderne snelle communicatiemiddelen, die het enerzijds makkelijk maken informatie aan een veelheid van personen door te geven, worden anderzijds valkuilen, als je niet zorgvuldig iedereen cc-t.

Voor de wijze waarop dit allemaal moet verlopen, bestaan heel wat regels. Zo zijn er voor alle sectoren rolreglementen. Daarin wordt onder meer bepaald hoe en op welke termijnen partijen stukken die zij ter kennis van de rechter willen brengen, aan het gerecht en aan de andere betrokkenen ter beschikking moeten stellen. In strafzaken komt de relevante informatie in principe uitsluitend van de kant van het openbaar ministerie. De verantwoordelijke officier van justitie moet ervoor zorgen dat de verdachte, zijn raadsman en de rechter alle stukken hebben die hij voor de bewijsvoering tegen de verdachte wil gebruiken.
Voor de manier waarop communicatie voor het overige moet verlopen, bestaan geen reglementen. De meningen lopen dan ook uiteen. In de tijd waarin nog het aantal communicatiemiddelen beperkt was, had je niet veel keus. Maar nu kun je als rechter met partijen emailen, faxen, bellen, per brief corresponderen, etc. (En dan laat ik de moderne zogenaamde sociale media nog maar even buiten beschouwing.)

Een toenemend aantal rechters maakt tegenwoordig gebruik van email, vanaf hun rechtspraak.nl-adres. Zij communiceren op die wijze rechtstreeks met advocaten en officieren van justitie. Niet iedere rechter vindt dat dat kan. Zij zijn bijvoorbeeld van mening dat advocaten geen rechtstreeks toegang tot hun – niet openbaar toegankelijke – emailadressen mogen hebben. (Voor communicatie met officieren van justitie geldt dit niet, omdat hun emailadressen ook in het rechtspraaksysteem zitten.) Communicatie kan volgens hen alleen per brief, fax of via de griffie lopen.

Ik vind dat een onnodig voorzichtige en misschien wel angstige houding. Advocaten maken doorgaans discreet gebruik van de mogelijkheid rechtstreeks met rechters te emailen. Slechts een enkele keer gaat het fout, bijvoorbeeld als ze een cliënt in de cc zetten (waardoor deze ook van het adres van de rechters kennis neemt) of als je ineens een uitnodiging krijgt tot de LinkedIn-pagina van de advocaat toe te treden. Het gebruik van email heeft vele voordelen. Je hoeft niet op brieven of faxberichten te wachten (die bij een grote rechtbank elders in het gebouw binnenkomen en geregeld veel tijd nodig hebben om op je bureau te belanden). Je kunt tegelijkertijd met vele betrokkenen communiceren. (En dan moet je erop letten dat je zo nodig bcc-t en niet cc-t.) En je kunt snel en efficiënt werken. Van belang blijft vooral dat je steeds in de gaten houdt dat je iedereen in de communicatie betrekt.

Communicatie moet ook tijdens en in het kader van terechtzittingen steeds met iedereen in gelijke mate geschieden. Dat kan misgaan, als vlak voor het begin van een zitting alleen de rechter(s) en de officier van justitie in de zaal zijn en onderling iets over de zitting bespreken waar de verdediging niet bij is. So wie so maken advocaten wel eens bezwaar, als rechters en officier van justitie al in de zaal zitten, voordat zij worden binnengelaten. En ik kan mij daarbij iets voorstellen. Voor leken is ook niet altijd even duidelijk of de rechters en de officier van justitie bij elkaar horen. Dat wordt nog versterkt door de opstelling in de zaal.

In Amerikaanse films en televisieseries communiceert de rechter in de zaal nogal eens fluisterend met defense attorney en prosecutor. (“Please approach the bench.”) En soms neemt hij hen mee naar achteren om in chambers iets te bespreken. Daarbij zorgt hij er echter steeds voor dat beide partijen gelijk worden behandeld. In de Amerikaanse (accusatoire) rechtspraktijk is de afstand tussen rechters en officieren van justitie ook groter dan in ons inquisitoire systeem. En in de zaal zitten zij niet optisch aan bijna dezelfde tafel, maar zitten beide partijen op gelijke hoogte naast of tegenover elkaar.

Kortom, wij moeten ons goed bewust zijn van de wijze waarop wij met informatieverstrekking en communicatie(middelen) omgaan. Dat wil niet zeggen dat rechters nu ook maar moeten gaan twitteren, maar een beetje meer gevoel voor de voordelen van de moderne media kan geen kwaad. Angst voor die media is daarbij een slechte raadgever.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: