Inhoudelijk koningschap

door GB op 26/04/2009

in Haagse vierkante kilometer

Gisteren in NRC: ‘Debat is nodig over rol koning Willem’. In het onderliggende artikel valt vooral een onsamenhangende Pechtold op, en deze passage:

Als het aan Alexander Pechtold ligt, gaat zo’n debat vooral over de ruimte die de nieuwe koning zal krijgen om zich uit te spreken. Zo weinig mogelijk, vindt hij. „Het lijkt zo van deze tijd om eenkroonprins niet te veel te willen knevelen en wel ruimte te geven. Dat is iets van deze generatie politici, mogelijk door onervarenheid.” Maar dat maakt het Koninklijk Huis ook kwetsbaar,vindt Pechtold. Tijdens een staatsbezoek in Dubai, in januari, zei de kroonprins dat de verkiezing van Barack Obama voor de wereld misschien wel belangrijker was dan de vrijlating van Nelson Mandela. Pechtold: „Hij citeerde iemand anders, maar het is ongepast.”

Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) is van de generatie politici die Pechtold bedoelt. Hij wil Willem-Alexander en Máxima wel ruimte geven om zich uit te spreken. Martijn van Dam was een paar jaar geleden te gast op villa De Eikenhorst, bij een van de etentjes die Willem-Alexander en Máxima houden voor mensen die er waarschijnlijk toe zullen doen als zijstraks koning en koningin zijn. Wat Martijn van Dam betreft, zou er debat moeten zijn over deministeriële verantwoordelijkheid voor leden van het Koninklijk Huis. Hoe reageert het kabinet als de prins of de prinses weer eens iets zeggen dat niet bij iedereen in goede aarde valt? Martijn van Dam vindt dat ze dan „snel en ferm” verdedigd moeten worden. En dat gebeurt nu niet. Toen Máxima kritiek kreeg omdat ze zei dat dé Nederlander niet bestaat, duurde het twee weken voordat Balkenende voor haar opkwam. Niet goed, vindt Van Dam.

Ik moet bekennen dat ik eigenlijk ook niet inzie waarom de koning niet meer zou mogen zeggen wat hij denkt. Althans, de grenzen zouden wel wat ruimer kunnen worden getrokken dan nu. Meer nog dan in de politiek geldt dit standpunt in het staatsrecht als een van de hoogste graden van onbenul. De kern van de ministeriële verantwoordelijkheid zou namelijk met zich meebrengen dat dat niet het geval is en ook niet kan zijn.

Het argument loopt dan ongeveer zo: de ministers moeten het handelen van de koning (waaronder begrepen zijn publiekelijk ingenomen standpunten) ofwel voor hun rekening nemen ofwel aftreden. Daarmee is het onmogelijk geworden dat een minister in het parlement zegt dat ‘Beatrix weliswaar vindt dat de missie in Afghanistan kansloos is, maar dat het kabinet de missie voluit steunt.’ De minister kan dan onmogelijk beide uitspraken verdedigen als ware zij de zijne, zodat een (werkbare) ministeriële verantwoordelijkheid voor de koning met zich meebrengt dat de koning zich houdt aan dat wat de minister nog voor zijn rekening kan nemen.

Een tweede argument vertrekt bij de stelling dat de regering met één mond spreekt. Zoals het binnen de ministerraad werkt (de verantwoordelijke minister spreekt namens het kabinet), zo werkt het in de regering: het verantwoordelijke deel (de ministers) spreekt namens de regering. Dat spreken met één mond is nodig, omdat wij als burgers moeten weten wat het standpunt is. Wat hebben wij eraan als de Minister-president zegt dat de hypotheekrente onaangetast blijft en de Minister van Financiën daaraan toevoegt dat hij het daar niet mee eens is? Toegepast op de koning: wat hebben ze er in het buitenland aan als zij daar van Beatrix tijdens een staatsbezoek horen dat ook zij liever gezien had dat Job Cohen Minister-president was geworden? Mag ze dan nog geacht worden namens de regering te spreken? En zo niet, wanneer dan wel?

Het derde argument zit op de lijn van Pechtold: een koning die in zijn kersttoespraak heeft aangegeven dat hij hoopt dat Wilders geen premier wordt, is minder gezaghebbend en dus minder effectief in het formatieproces. Hij hoort namelijk boven de partijen te staan, en daaraan wordt per definitie afbreuk gedaan als de koning publiekelijk standpunten inneemt.

Alle drie zinvolle argumenten. Ik pleit er ook niet voor dat de koning alleen maar afwijkende en eigen standpunten moet gaan verkondigen. Hij kan zijn eigen positie onmogelijk maken, en hij zal dus rekening met zijn ambt moeten houden. Maar ik pleit er wel voor dat we niet meer alle woorden als daden opvatten waar verantwoordelijkheid voor moet worden genomen. Dat wil zeggen: natuurlijk mag de koning niet alles zeggen tijdens een staatsbanket. Hij spreekt daar namelijk namens de regering. Maar dat wil ook zeggen: als de koning in zijn kersttoespraak uitlegt dat hij vindt dat de terrorismebestrijding de rechtsstaat in gevaar brengt dan zie ik daar geen problemen in. Sterker nog, ik vind het wijzen op een volwassen, want transparant ingevuld koningschap. En het klinkt eigenlijk wel geruststellend, als er ook op het hoogste niveau tegenspraak bestaat. Dat doet niets af aan het feit dat de ministers uiteindelijk volledig verantwoordelijk zijn voor de besluiten van de regering.

Staatsrechtelijk betekent dat naar mijn voorlopig inzicht niet meer dan dat we ministeriële verantwoordelijkheid voor de woorden van de koning een beetje moeten beperken. We (eigenlijk: het parlement) hoeven daarvoor alleen maar te accepteren dat de bekende rechten (to be consulted, to encourage and to warn) ook in de openbaarheid worden vervuld. Ik durf het wel aan om aan de koning over te laten welke mate van eerlijkheid zich met welke context verdraagt. En als hij te ver gaat, dan brengt hij zijn eigen positie in gevaar.

Maar laten we om te beginnen afscheid nemen van paternalistische en onzinnige uitspraken als ‘het is ongepast’. Vooral, wanneer de ‘kwetsbaarheid’ waartegen Pechtold het koningshuis wil beschermen alleen maar ontstaat als hijzelf het idee niet aankan dat de koning ook maar een mens is, en dus een mening heeft.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 FTG 27/04/2009 om 08:37

De koning kan in de openbaarheid wel een bepaalde mate van eerlijkheid betrachten, zoals jij voorstelt en de mate van de eerlijkheid van de context laten afhangen. Maar de persoon die het ambt van koning vervult, zit er tijdens meerdere kabinetten. De koning kan een mening uitspreken die in de context van het ene kabinet niet al te veel clasht en wat ministeriele verantwoordelijkheid betreft niet al te veel problemen zal opleveren. Daarna kan er echter een andere kabinet komen met een op het betreffende punt een tegengesteld standpunt. De mening van de koning mbt dat punt blijft natuurlijk bekend. In die situatie is het duidelijk dat het kabinet een beleid voert waar de koning het niet mee eens is. Dat ziet er natuurlijk slordig uit. De problemen die dit kan veroorzaken tijdens een formatie waarbij het niet evident is wie de formateur moet zijn, zijn nog veel groter.

Waarom vond je Pechtold trouwens onsamenhangend? Of bedoelde je gewoon dat je het niet met hem eens was?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: