Institutionele strijd in Brussel

door JWvR op 19/10/2010

in Buitenland

Een opvallend bericht vorige week op de Europese nieuwssite EUobserver. Volgens dit doorgaans goed ingevoerde medium zouden de lidstaten van de Europese Unie overwegen het Europees Parlement voor de rechter te dagen. Aanleiding: een nieuw inter-institutioneel akkoord dat het Parlement op het punt staat te sluiten met de Europese Commissie. In dit akkoord, dat een herziening vormt van een eerder gemaakte afspraak, komt een keur aan onderwerpen voorbij die, tezamen, de ‘special relationship’ tussen beide instellingen moeten weergeven. Speerpunten hierbij zijn politieke verantwoordelijkheid en legitimatie van de Commissie, dialoog en transparantie.

Steen des aanstoots voor de lidstaten is volgens EUobserver vooral een bepaling in het akkoord waarin de Commissie zich verplicht leden van het EP als waarnemers op te nemen in Uniedelegaties voor bilaterale en multilaterale onderhandelingen op terreinen van buitenlands beleid waar de Commissie een voortrekkersrol speelt. Buitenlands beleid is in de Unie altijd al een gevoelige kwestie geweest. Nu met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon naast de Commissie ook het Parlement belangrijke bevoegdheden heeft gekregen op dit gebied is de argwaan onder de lidstaten en hun primaire orgaan, de Raad, echter alleen maar toegenomen.

De opschudding die is ontstaan over het inter-institutionele akkoord tussen Parlement en Commissie komt op een pikant moment. Morgen stemt het EP namelijk over een reeks van voorstellen met betrekking tot het budget en het personeelsbeleid van de door het Lissabon-Verdrag in het leven geroepen Europese diplomatieke dienst – de ‘European External Action Service’. Deze dienst, die als de stemming morgen goed afloopt op 1 december formeel met zijn werkzaamheden begint en onder leiding staat van Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton, wordt door velen gezien als het huzarenstuk van het nieuwe Verdrag. De instelling van de EEAS moet de EU, zoals een vooraanstaande Europarlementariër het verwoordde, in staat stellen om op het internationale toneel ‘een wereldspeler te zijn in plaats van de betaler’. De weg ernaar toe is evenwel allesbehalve gladjes verlopen en stond bol van de institutionele strijd; met name van de zijde van het Parlement dat, regelmatig tot wanhoop van Ashton, via zijn budgetrecht probeert het onderste uit de kan te halen.
.
Volgens de woordvoerder van het EP met betrekking tot het akkoord, de Portugees Paolo Rangel, is het slechts toeval dat de commotie hierover samenvalt met de stemming morgen over de EEAS. Dit lijkt echter moeilijk te geloven. De strijdvaardige opstelling van het Parlement past in een inmiddels vertrouwd patroon. Dit patroon heeft zijn wortels in het Lissabon-Verdrag, dat de institutionele verhoudingen binnen de EU op tal van punten opnieuw vorm heeft gegeven. Omdat de inkt van het nieuwe Verdrag nog maar net droog is, hangt het antwoord op de vraag hoe deze vorm er precies uitziet echter af van de interpretatie die daar door de verschillende instellingen aan wordt gegeven. Getuige deze woorden van Commissievoorzitter Barroso, lijkt het EP in dit verband de Commissie aan zijde te vinden. Wat zich dus nog intenser dan voorheen begint af te tekenen, is een permanente institutionele strijd in Brussel waarbij het supranationale en het lidstatelijke belang om voorrang vechten.

Overigens kun je je wel afvragen of het EP zich met zijn wens om actief bij het externe beleid van de Unie betrokken te worden niet een beetje vergaloppeert. Ook in staten vervullen parlementen op het gebied van buitenlandse betrekkingen meestal immers een terughoudende rol. Daar komt bij dat het zo langzamerhand behoorlijk druk wordt op het internationale toneel namens de EU. Behalve met de Commissie en Ashton moet namelijk ook nog rekening worden gehouden met de lidstaten die, in het kader van het wisselende voorzitterschap van de Raad, geenszins van plan zijn in dit verband hun leidende rol op te geven. En een ‘ménage à quatre’ lijkt wat te veel van het goede.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 PWdH 21/10/2010 om 07:30

In het kader van een zich vergalloperend EP: gisteren stemde het niet alleen in met het zwangerschapsverlof van twintig weken, maar ook met een richtlijn die overheden verplicht binnen 30 dagen facturen van bedrijven te betalen (op straffe van een door gedupeerde bedrijven op te leggen boete). Dan rijst (bij mij) toch de vraag waarom het EP (de EU) dit soort zaken aan zich moet trekken.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: