Inzagerecht van Bibob-adviezen – een verzuchting

door JAdB op 22/09/2010

in Bestuursrecht, Haagse vierkante kilometer

Een verzuchting van mijn kant.

Van de week mocht ik weer eens een Bibob-advies inzien. Voor degenen die het nog niet weten: als een bestuursorgaan een vergunningaanvrager/houder niet vertrouwt, kan hij het Landelijk Bureau Bibob vragen om een advies op te stellen waarin wordt ingegaan op de vraag of ernstig gevaar bestaat de vergunning zal worden misbruikt (om strafbare feiten te plegen). Als het advies klaar is, wordt het aan het bestuursorgaan toegezonden. Als het bestuursorgaan in het advies aanleiding vindt om de vergunning te weigeren of in te trekken, krijgen degenen die in het advies worden genoemd en die een zienswijze willen indienen,  vervolgens de gelegenheid het advies in te zien (art. 28 jo. 33 Wet Bibob). Kopietjes, daar doen we niet aan, want het Bibob-advies bevat namelijk vertrouwelijke informatie uit allerhande registers (bijvoorbeeld informatie uit het CJD, lopende opsporingsonderzoeken). Om die reden is in art. 28 Wet Bibob ook een geheimhoudingsplicht opgenomen.

Ik mocht dus naar het stadhuis om (names de cliënt) van dit inzagerecht gebruik te maken en om aantekeningen te maken. Als het advies niet zo omvangrijk is, is dat nog wel te doen. In dit geval was het advies zelf meer dan 70 pagina’s; er zaten nog wat bijlagen bij. Ook 70 pagina’s. Zie daar maar eens nauwkeurige aantekeningen van te maken, zonder tien inzagesessies te plannen (nog even daargelaten die keer dat ik een Bibob-advies van 400 pagina’s mocht komen inzien). Een kantoorgenoot vergezelde mij dan ook: twee maken immers sneller aantekeningen dan één!!

De Wet Bibob beperkt op deze manier de mogelijkheden van de burger om zich goed te kunnen verweren tegen de aantijgingen van het Bibob-advies, omdat de burger daarvan maar in beperkte mate kennis kan nemen.

Het grappige is dat, als de vergunninghouder/aanvrager tegen de intrekking/weigering gaat procederen en bij de rechter belandt, de zaak op een openbare zitting wordt behandeld. Dat geldt trouwens (doorgaans) ook als het bestuursorgaan een zitting belegt ter behandeling van de ingebrachte zienswijzen. Alle informatie uit het Bibob-advies vliegt op deze (gerechtelijke) zittingen over tafel.  Zo geheim is het dus allemaal ook weer niet.

Eigenlijk is iedereen het er over eens dat deze situatie onzinnig is. We doen met z’n allen alsof we met zodanig gevoelige informatie van doen hebben, dat een hardcopy daarvan niet kan worden verstrekt. Maar aantekeningen maken mag weer wel. Op een openbare zitting erover praten mag ook.

Dus: schaf dat inzagerecht af, en geef betrokkenen een kopie, onder handhaving van de geheimhoudingsverplichting.

De regering is inmiddels ook tot dit inzicht gekomen. In het eerder op dit blog besproken wetsvoorstel ter uitbreiding en verbetering van de Wet Bibob, dat thans voor advies aan de Raad van State is toegezonden,  is opgenomen dat betrokkenen een kopie van het Bibob-advies krijgen.

Hartstikke mooi, op zich.

Het frustrerende is echter dat genoemd wetsvoorstel zeer verstrekkend is. De werkingssfeer van de Wet Bibob wordt uitgebreid met een sluitingsbevoegdheid van de burgemeester (om zodoende criminele belwinkels tegen te gaan) en zal zich ook gaan uitstrekken over vastgoedtransacties waarbij de overheid is betrokken. De discussie of we dat allemaal wel moeten willen zal wat tijd in beslag nemen. Het zal dus ook wel een tijdje duren voordat het “kopierecht” is ingevoerd.  Drie jaar – is dat een redelijke schatting?

Nog drie jaar lang mogen advocaten zoals ik dus naar het stadhuis om aantekeningen te maken van een advies waar – zodra het op zitting komt – niets geheims meer aan is. Dat is niet alleen zonde van de tijd, maar ook een onaanvaardbare inbreuk op de rechten van de betrokkenen om zich adequaat te kunnen verweren.

Ik meen me te kunnen herinneren dat wetsvoorstellen bij amendement kunnen worden gesplitst. Hierbij dan ook mijn klemmende verzoek aan de Kamerleden om,  zodra het wetsvoorstel aanhangig is gemaakt, van deze bevoegdheid gebruik te maken en het “kopierecht” zodoende met gezwinde spoed in te voeren. (de regering mag het ook zelf doen, trouwens)

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 Pieter van Tilburg 22/09/2010 om 13:35

Voor zover ik weet bezit de Tweede Kamer een dergelijk splitsingsrecht alleen tav wetsvoorstellen voor herziening van de Grondwet (artikel 137 lid 2). In het reglement van orde TK wordt hier volgens mij niets over gezegd. Het lijkt er dus op dat je nog even moet wachten. Maar correct me if I’m wrong!

2 JAdB 22/09/2010 om 13:53

Hmm, interessante vraag eigenlijk wel. Ik zou zeggen dat als de Kamer Grondwetsvoorstellen mag splitsen, het ook gewone wetsvoorstellen kan splitsen. Maar goed, zoals uit het bovenstaande al blijkt ben ik niet een groot staatsrechtkenner.

Als een splitsingsbevoegdheid niet bestaat, dan kan via een omweg hetzelfde resultaat worden bereikt. Bijvoorbeeld door een initiatiefvoorstel in te dienen met daarin het “kopierecht”. De regering zal vervolgens het kopierecht wel uit het wetsvoorstel schrappen. En anders kan de TK dat doen bij amendement.

Iets soortgelijks is overigens te vinden in Kamerstukken II 2005-2006, 29 934 nr. 16. Dit kamerstuk betreft een amendement van het wetsvoorstel dwangsom bij niet tijdig beslissen, waarmee het wetsvoorstel beroep bij niet tijdig beslissen in dat wetsvoorstel werd geïncorporeerd. De regering heeft vervolgens besloten het wetsvoorstel beroep bij niet tijdig beslissen in te trekken.

Zo’n incorporatie brengt trouwens de nodige ellende met zich. Denk maar niet dat de memorie van toelichting wordt aangepast. Voor de uitleg van het geïncorporeerde wetsvoorstel zul je dus (naast je gezonde verstand) de memorie van toelichting moeten raadplegen van een wetsvoorstel dat nooit in stemming is gebracht.

3 Pieter van Tilburg 23/09/2010 om 15:00

Zeker een interessante kwestie.
Je eerste punt onderschrijf ik echter niet. Artikel 137 staat in hoofdstuk 8 van de Grondwet. Dit hoofdstuk ziet op de herziening van de Grondwet. Daar heeft de grondwetgever (ongetwijfeld) een bedoeling mee gehad. Ik denk niet dat het toepassen van bepalingen uit dat hoofdstuk op andere wetten daarmee strookt. Ook indien deze toepasbaar zouden kunnen zijn op andere wetten in formele zin. Zodoende zou dus een grondwetswijziging nodig zijn. Dat helpt je qua tijd helemaal niets.

Theoretisch zou een voorstel vanuit de TK sneller terug zijn in de Kamer. Voorstellen van uit de TK worden bij de RvS met voorrang behandeld. Ik zag het huidige voorstel van de regering nog niet bij de aanhangige adviezen staan. Misschien haalt het TK voorstel dat van de regering in. Maar dan moet er snel gehandeld worden en politieke wil zijn.
Maar misschien zie ik iets over het hoofd. Ik ben niet erg bekend met het de mogelijkheden binnen het wetgevingstraject.

4 JU 24/09/2010 om 10:25

Ook mijn belangstelling was gewekt. Niet alleen inzake de inderdaad nogal wereldvreemde Bibobregeling, maar ook op het punt van het splitsingsrecht. Ik sloeg er in een verloren moment de parlementaire geschiedenis maar op na – je moet af en toe toch wat met je leven – en dat leverde het volgende op.

Anders dan bij de gebruikelijke wetgevingsprocedure komt de Kamer bij de herziening van de Grondwet in tweede lezing geen amendementsrecht toe. Dat betekent dat herzieningsvoorstellen in tweede lezing alleen maar kunnen worden verworpen als daar op een enkel thema onoverkomelijke bezwaren tegen bestaan. Vandaar dat het splitsingsrecht in eerste lezing werd geïntroduceerd. Mogelijke knelpunten in tweede lezing kunnen dan worden gescheiden van punten waarover brede overeenstemming bestaat. In wezen is het splitsingsrecht dus enigszins surrogaat voor de verwante rechten van amendement en initiatief: amendement light zullen we maar zeggen.

Het lijkt daarmee inderdaad een procedure die alleen betrekking heeft op grondwetsherzieningen, maar mij dunkt dat de Kamer aan dat recht in de reguliere wetgevingsprocedure ook geen behoefte heeft, nu, zoals je zelf al terecht opmerkte, de Kamer in dit geval gewoon het initiatief- en amendementsrecht kan gebruiken. Overigens lijkt mij het meest voor de hand te liggen dat de Kamer het kabinet bij motie eerst maar eens oproept om het voorstel zelf te splitsen. Daarna kan het altijd nog het zwaardere geschut in stelling brengen.

5 GB 24/09/2010 om 11:16

Ik gaf mijn leven zin door maar weer eens het Reglement van Orde van de Tweede Kamer onder mijn kussen vandaan te halen. Daarin staat in artikel 103 de mogelijkheid tot artikelsgewijze stemming. Toch een soort splitsing. De Kamer kan volgens lid 3 in ieder geval besluiten om artikelen in onderdelen te splitsen. Zij het dat de behartigers van de afgestemde (onderdelen van) artikelen nieuwe initiatieven moeten ontplooien.

6 JAdB 24/09/2010 om 11:46

PvT: Volgens Rijksoverheid.nl is het wetsvoorstel naar de Raad van State gezonden (http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/wetsvoorstellen/2010/07/05/uitbreiding-en-verbetering-toepassing-wet-bibob-bzk), maar ik zie het inderdaad ook niet op http://www.raadvanstate.nl staan.

Voor het overige ben ik blij op dit blog omringd te worden door staatsrechtgeleerden!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: