Is de EU een mensenrechtenorganisatie?

door RdG op 18/03/2011

in Buitenland, Grondrechten

Wat is daarop uw antwoord?

‘Nee’, zo lieten prof. dr. Allan Rosas (rechter bij het HvJ) en prof. dr. Martin Kuijer (raadadviseur Mensenrechten) gisteren weten bij het seminar Is the EU a human rights organization?, georganiseerd door het Asser Instituut en de ambassade van Finland.

Rosas nam uitgebreid de tijd om de stelling te ontkrachten. De EU is immers onvergelijkbaar met mensenrechtenorganisaties in de klassieke zin van het woord, zoals Amnesty International en Human Rights Watch. Maar ook onvergelijkbaar met intergouvernementele organisaties zoals de Raad van Europa, hoedster van het EVRM en moeder van het EHRM. Volgens prof. Rosas zou men de EU beter kunnen vergelijken met een staat: van alle na te streven doelen is mensenrechten er (slechts) een. Dit zou als zwakte kunnen worden bestempeld door hen die vrezen dat mensenrechten in de innerlijke strijd met economische belangen altijd het onderspit zullen delven.

Tegelijkertijd, zo benadrukte prof. Kuijer, benut de EU het enorme politieke en economische potentieel nog verre van optimaal op dit gebied. De EU kan volgens hem veel meer positieve invloed uitoefenen dan het op dit moment doet. En zeker meer dan de RvE, welke een begroting heeft van ongeveer 200 miljoen euro, grofweg even groot als de geldsom die nodig is om de Europarlementariërs jaarlijks op en neer te laten reizen tussen Brussel en Straatsburg.

Echter, nog steeds moeten we voor de grootste veranderingen op grondrechtelijk gebied binnen de EU niet in Brussel bij Viviane Reding zijn, maar in Luxemburg bij prof. Rosas c.s. De recente uitspraak in de zaak Zambrano is daarvan een bevestiging.

In die zaak werd een Colombiaans koppel een verblijfs- en werkvergunning geweigerd. Die weigering zou tot gevolg hebben dat hun twee kinderen met de Belgische nationaliteit ook het land zouden moeten verlaten en daardoor gedwongen zouden worden hun rechten als EU-burgers op te geven. Immers, artikel 20 lid 2a VWEU geeft EU-burgers ‘het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven’.

Het Hof concludeert dat het weigeren van de vergunningen aan een third country national met minderjarige EU-burgers als kinderen strijdig is met dat artikel:

‘Accordingly, the answer to the questions referred is that Article 20 TFEU is to be interpreted as meaning that it precludes a Member State from refusing a third country national upon whom his minor children, who are European Union citizens, are dependent, a right of residence in the Member State of residence and nationality of those children, and from refusing to grant a work permit to that third country national, in so far as such decisions deprive those children of the genuine enjoyment of the substance of the rights attaching to the status of European Union citizen.’ (par. 45)

Volgens prof. Kuijer, raadadviseur Mensenrechten bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie, heeft deze uitspraak enorme gevolgen voor het nationale beleid. Tegelijkertijd is er, afgezien van een korte reactie van de PVV, weinig ophef over ontstaan. Dit terwijl het Hof in Straatsburg de ene na de andere aanval moet afweren. Is het omdat Straatsburg wordt gezien als een one issue court?

Prof. Rosas reageerde desgevraagd ook op de wisselwerking tussen Luxemburg en Straatsburg. Wat denkt hij van het voortijdig betrekken van het HvJ bij een zaak die aanhangig is gemaakt in Straatsburg, maar overduidelijk een EU-dimensie heeft? Die discussie wordt op dit moment gevoerd in het kader van de onderhandelingen over de toetreding van de EU tot het EVRM. Onderhandelingen die overigens, zo verklapte prof. Kuijer, binnen enkele weken tot een eerste overeenkomst zouden kunnen leiden.

Prior involvement kan op vele manieren gerealiseerd worden, zoals een opinie of een (prior) ruling over een Straatsburgse zaak. Prof. Rosas zag daar wel heil in, aangezien het de mogelijkheid geeft een zaak in Luxemburg voortijdig “op te lossen”, geen overbodige luxe gezien de achterstand van 145.000 zaken die het EHRM op dit moment heeft.

Anderzijds lijkt het HvJ moeilijke beslissingen juist over te laten aan Straatsburg, zoals in de zaak M.S.S. gebeurde. Daar had de Court of Appeal of England and Wales prejudiciële vragen gesteld over de verenigbaarheid van de Dublin-verordening met het Handvest voor de grondrechten. Het verzoek werd echter niet urgent verklaard door het HvJ, waarmee Luxemburg toch duidelijk het initiatief aan Straatsburg overliet, waar honderden vergelijkbare zaken speelden. Dit lijkt niet echt op het “oplossen” waar prof. Rosas het over had, eerder op het doorspelen van de zwarte Piet.

Zo werd er nog even door gediscussieerd en kwamen er tot slot vanuit de zaal vragen over de houdbaarheid van de Bosphorus-doctrine na toetreding. Volgens die doctrine is het EHRM onbevoegd de acties van EU-instituties direct te toetsen, maar kan zij wel een oordeel vellen over de manier waarop de lidstaten de EU-maatregelen hebben geïmplementeerd.

Onhoudbaar volgens prof. Kuijer, prof. Rosas bleef wijselijk stil.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: