Is de naïeve democratie echt zo gevaarlijk?

door Ingezonden op 24/09/2014

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Is de naïeve democratie echt zo gevaarlijk?

Onlangs vergaderde de Tweede Kamer over de aanpak van jihadstrijders die naar Syrië en Irak afreizen om zich aldaar aan te sluiten bij de strijd van IS. Dit debat is veelvuldig in de media besproken, waarbij de vraag of de 70-jarige minister van Veiligheid en Justitie Opstelten ze nog wel allemaal op een rijtje heeft één van de centrale discussiepunten bleek. Vanuit staatsrechtelijk oogpunt minstens zo interessant, was de discussie tussen de minister en de CDA-fractievoorzitter Van Haersma Buma, over de Islamitische organisatie Hizb Ut-Tahrir. In een motie verzocht Van Haersma Buma de regering om organisaties zoals Hizb Ut-Tahrir, “die de democratie en rechtsstaat omver willen werpen en de sharia willen invoeren”, te verbieden. Opstelten antwoorde hierop terecht dat een dergelijk verbod op basis van artikel 2:20 BW alleen door de rechter op verzoek van het openbaar ministerie kan worden opgelegd. Maar de minister zegde toe de mogelijkheden voor een verbod van de organisatie te onderzoeken.

Hizb Ut-Tahrir streeft naar eigen zeggen naar de vereniging van alle moslimlanden in één Islamitische staat, gereguleerd door de Islamitische sharia. In 2003 werd deze organisatie echter al door onze oosterburen verboden. Volgens de toenmalige Duitse bondsminister van binnenlandse zaken, Otto Schily (SPD), waren de activiteiten van Hizb Ut-Tahrir gericht tegen het beginsel van internationale verstandhouding (Gedanken der Völkerverständigung), wat op basis van art. 9, lid 2, van de Duitse Grundgesetz reden was voor een verbod. Ook in Straatsburg ving de Duitse tak van Hizb Ut-Tahrir in 2012 bot. Tot een inhoudelijk behandeling van de klacht kwam het niet eens. Door op te roepen tot een gewelddadige vernietiging van Israël en zijn inwoners poogde Hizb Ut-Tahrir de verenigingsvrijheid in te zetten voor doeleinden die overduidelijk indruisen tegen de waarden van het verdrag. De klacht werd daarop niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van de verdragsrechten zoals bedoeld in art. 17 EVRM, iets wat het Hof maar zelden doet. Hiermee heeft het Straatsburgse Hof duidelijk laten weten de activiteiten van Hizb Ut-Tahrir gevaarlijk en absoluut onverenigbaar te achten met de beginselen van de democratische rechtsstaat die aan het EVRM ten grondslag liggen.

Terug naar het verzoek tot een verbod van deze organisatie in Nederland. Een dag voor het jihadstrijdersdebat had van Van Haersma Buma zijn standpunt al uit de doeken gedaan in de nieuwe talkshow van Jeroen Pauw. In die uitzending riep Van Haersma Buma op tot het “verdedigen van onze waarden”. We moeten niet langer toekijken hoe dergelijke organisaties, mogelijk met geweld, de democratische grondslagen van onze samenleving onderuit proberen te schoffelen en moeten ons hiertegen weerbaarder opstellen dan we nu doen, aldus Van Haersma Buma. Het idee van een ‘weerbare democratie’ die zich verdedigt tegen ondemocratische actoren die via democratische weg de democratie om zeep proberen te helpen is in de juridische literatuur zeker niet nieuw. De oproep voor versterking van de weerbaarheid van de Nederlandse democratie is ook niet nieuw. In het verleden hebben diverse politici gewaarschuwd dat de Nederlandse democratische rechtsstaat onvoldoende in staat is zichzelf te verdedigen. In 2006 schreef Van Haersma Buma al met CDA-collega Koopmans de initiatiefnota ‘Alles van waarde is weerbaar; vrijheid is een verantwoordelijkheid ’, waarin ze opriepen tot aanvullende maatregelen waarmee de democratische rechtsstaat zich kan beschermen tegen ondemocratische actoren.

Oud-fractievoorzitter van GroenLinks Femke Halsema, die ook bij Jeroen Pauw was aangeschoven, zag echter helemaal niets in de oproep van Van Haersma Buma. Zij wees op de fundamentele catch-22 waar zo’n weerbare democratie in terecht dreigt te komen. “De manier die jij kiest is een ondemocratische en niet-rechtsstatelijke manier. Je zegt de rechtsstaat te willen verdedigen en tegelijkertijd [zet] je ons belangrijkste beschavingsgoed op de tocht […]”, verweet Halsema Van Haersma Buma. Want om ondemocratische actoren de pas af te snijden handelt de weerbare democratische rechtsstaat zelf eigenlijk ook ondemocratisch. Van Haersma Buma en Halsema vertegenwoordigden precies de twee tegengestelde visies in de discussie over de weerbare democratie: kiezen we voor een misschien-ondemocratische-maar-better-safe-than-sorry-aanpak zoals voorgesteld door Van Haersma Buma of voor de voordeel-van-de-twijfel-met-het-risico-dat-we-te-laat-zijn-aanpak van Halsema?

Het is een uiterst precair dilemma waar democratieën voor staan. In sommige landen heeft het idee van een weerbare democratie beduidend meer voet aan de constitutionele grond gekregen dan in andere. De val van de Weimar republiek en de verschrikkingen van het Derde Rijk waren voor Duitsland bijvoorbeeld dusdanig traumatisch dat de naoorlogse Grundgesetz een weerbaar bolwerk is dat de Duitse democratie moet beschermen tegen nieuwe aanvallen. Ook het EVRM heeft overduidelijk weerbare trekjes. De opstellers van dit verdrag wilden, ook met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen, het verdrag van instrumenten voorzien om omverwerping van het systeem te voorkomen. Art. 17 EVRM, op basis waarvan groepen en individuen wiens activiteiten indruisen tegen de tekst of geest van het verdrag niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard, is daar een evident voorbeeld van. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist de Duitse en de Straatsburgse rechter zo hard van leer trokken tegen deze organisatie. In Nederland is de weerbare democratie echter altijd met een zekere gereserveerdheid bekeken, zoals ook Wytze van der Woude constateerde in zijn onderzoeksrapport Democratische waarborgen (Deventer: Kluwer, 2009). Opeenvolgende regeringen hielden tot op heden vol dat Nederland een open democratie is waarin een politieke organisatie of politieke partij niet “op de enkele grond van haar gezindheid” kan worden verboden. De democratische weg zou voor iedereen open moeten staan en voor weerbaar optreden is daarin eigenlijk geen plaats. Een supraconstitutionele bepaling als artikel 79, lid 3 Grundgesetz, waarin materiele grenzen worden gesteld aan constitutionele wijzigingen, kent de Nederlandse grondwet ook niet. Al met al kan geconstateerd worden dat de Nederlandse Grondwet zeer tolerant is en antidemocratische bewegingen weinig in de weg legt.

Is dat naïef, zoals Van Haersma Buma beweert? Brengt deze terughoudendheid ten opzichte van weerbaar optreden het voortbestaan van de Nederlandse democratie in gevaar? Het enige waar Van Haersma Buma en Halsema het over eens leken te zijn, is dat voor organisaties die door middel van geweld de Nederlandse democratie aan de kant willen zetten in Nederland geen plaats is. Velen zullen het met hen eens zijn dat daar inderdaad een grens ligt. Betekent dit echter dat het alle organisaties vrijstaat via politieke weg hun doelen te bereiken? Ik zou zeggen van niet. Ook in een politieke, intellectuele strijd mag de democratie haar voortbestaan verdedigen. De weerbare democratie is immers juist bedoeld om te voorkomen dat ondemocratische actoren door gebruik te maken van de verworvenheden van de democratische rechtsstaat in een positie komen waarin ze de democratie kunnen afschaffen. Maar we moeten zeer terughoudend zijn met zulk weerbaar optreden, omdat we daarmee eigenlijk de beginselen van de democratie te kort doen.

Anders dan Van Haersma Buma zou ik zeggen dat wat Hizb Ut-Tahrir betreft er op dit moment (nog) geen reden is tot weerbaar optreden. Het is niet bewezen dat deze organisatie daadwerkelijk door middel van geweld haar doelen wil bereiken. Volgens Okay Pala, de woordvoerder van Hizb Ut-Tahrir die een dag later bij Pauw te gast was, voert de organisatie enkel een intellectuele strijd. Een strijd die bovendien niet gericht is op het omverwerpen van de Nederlandse democratische rechtsstaat. De organisatie pleit in eerste instantie voor een Islamitische staat in het Midden-Oosten. Hiermee is de Nederlandse democratie volgens mij niet in gevaar en ik zie daarom op dit moment geen aanleiding tot weerbaar optreden. Wat overigens niet betekent dat dat in de toekomst niet kan veranderen. Maar met de oproep van Van Haersma Buma is de discussie over de weerbaarheid van de democratie in ieder geval weer terug in de belangstelling komen te staan en mag daarom ook op deze blog niet ontbreken.

Paulien de Morree, onderzoeker Universiteit Utrecht

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: