Is de rechtsstaat een linkse hobby?

door GB op 15/02/2017

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Post image for Is de rechtsstaat een linkse hobby?

‘Uw rechtsstaat, niet de onze!’ Met die leus protesteerden ooit krakers tegen het leegknuppelen van kraakpanden ter bescherming van het eigendomsrecht van vastgoedspeculanten. Tegenwoordig hangen de bordjes anders en lijkt de rechtsstaat van een reactionair excuus een linkse hobby geworden. ‘Rechtse plannen niet rechtsstatelijk,’ zo vatte Mr. Online het advies van de Commissie Rechtsstatelijkheid van de Advocatenorde niet ten onrechte samen. Want in opvolgende graad van rechtsgeaardheid slaan de programma’s van de PVV, VNL, SGP en de premierspartij VVD inderdaad alarmerend rood uit in de overzichtsgrafiek. Weliswaar krijgt ook de PvdD ervan langs omdat zij viskwekerijen zonder compensatie willen saneren, maar toch blijft de vraag: heeft de Commissie inderdaad gewoon een nieuwe stok gevonden om de populistische hond te slaan? Hoe komen zij eigenlijk aan hun definitie van wat de rechtsstaat vereist?

In het rapport doet de Commissie erg zijn best om de toetsing buiten de dagelijkse politieke werkelijkheid te houden. Het gaat hen om de toetsing aan minimale eisen van de rechtsstaat. De buitengrenzen. ‘Die eisen zijn heel basaal en zo politiek neutraal mogelijk. Het gaat om eisen die vrijwel iedereen onderschrijft die waarde hecht aan een rechtsstaat en die ook nationaal en internationaal door rechtscolleges en staten worden aanvaard.’ Daaraan wil de Commissie abstract toetsen. ‘Geen inhoudelijk oordeel vellen, maar alleen signaleren of een bepaald plan positief of negatief voor de rechtsstaat kan uitpakken.’ In de verantwoording van de methode valt dus geen politiek motief te herkennen. Dat geldt ook voor de inhoudelijke eisen waar de Commissie vervolgens mee komt: het legaliteitsbeginsel, de grondrechten en het recht op toegang tot de rechter. In wisselende bewoordingen zijn dat inderdaad de elementen van de rechtsstaat. De orakeltaal die er soms doorheen geglipt is (‘De Commissie hanteert het universele uitgangspunt dat het stateloos maken van eigen burgers in strijd is met de mensenrechten’) maakt dat niet anders.

Toch kan het nauwelijks allebei waar zijn dat de Commissie enkel signaleert wat in strijd komt met de eisen die vrijwel iedereen onderschrijft en dat vervolgens een complete helft van het politieke spectrum aan de verkeerde kant van de streep eindigt. Of de toetsing is dan niet goed uitgevoerd of de normen worden kennelijk niet door ‘vrijwel iedereen’ gedeeld die de rechtsstaat een warm hart toedraagt. Waarschijnlijk is het allebei een beetje waar.

Wat in ieder geval weinig uitgedacht oogt, is de keuze om verkiezingsprogramma’s te toetsen aan de rechtszekerheid en het motiveringsvereiste. Voor zover verkiezingsprogramma’s zijn geschreven om potentiële kiezers te bereiken met kreten over wat een partij wil veranderen, zijn ze zo eigenlijk een recept voor rechtsstatelijke ellende. Hoe zinvol is het om voor D66 de oranje kaart te trekken omdat ze in hun verkiezingsprogramma onvoldoende hebben uitgewerkt hoe de herzieningsprocedure van de Grondwet er dan wel moet uitzien en om punten aan dat van de PvdA te geven omdat daar de lettertjes ‘EVRM’ in worden genoemd? Moet Pechtold met initiatiefwetsvoorstellen gaan flyeren en daar telkens bij zeggen dat hij ook voor het EVRM is?

Misschien voert de Commissie zijn op zichzelf terechte aanpak gewoon een beetje te ver door. Allerhande voorstellen voor staatkundige vernieuwing (‘hervormingsdrift’ aldus het kennelijk niet zo van veranderingen gediende rapport) afserveren wegens gebrek aan inzicht in de resulterende machtsbalans, is een nodeloze diskwalificatie van een legitiem politiek debat en is als broodroof voor staatsrechtgeleerden bovendien in strijd met de rechtsstatelijke eisen van rechtszekerheid, het verbod op discriminatie en de bed-bad-brood-norm. Terwijl er belangrijker zaken op tafel liggen, ook bij de Commissie:

‘Politieke voorstellen die erop neerkomen dat mensen van de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden worden uitgesloten, alleen omdat zij tot een bepaalde groep of categorie behoren, voldoen niet aan de minimumnorm. Denk bijvoorbeeld aan een wet die genaturaliseerde Nederlanders zou verbieden te stemmen, of aan vrouwen het recht ontneemt om in het openbaar te spreken. Zulke voorstellen zouden direct ingaan tegen de kernfunctie van de democratische rechtsstaat: het eerbiedigen van ieders fundamentele rechten en vrijheden.’

De voorbeelden die de Commissie hier noemt, zijn inderdaad het soort gevallen waarin we wel een rechtsstatelijk register bij de discussie mogen trekken. Dus is het de vraag of partijen op dit moment voorstellen doen die enigszins op deze voorbeelden lijken. De maatregelen die de PVV (niet alleen in zijn verkiezingsprogramma en altijd doelbewust) wil treffen om het burgerschap van moslims te diskwalificeren, komen in de buurt en het idee van de SGP over de behandeling van de islam in het publieke domein zijn op dit punt verdacht. Of het voorstel van het CDA om alleen het islamitische buitenlandse geld te gaan weren voldoende neutraal geobjectiveerd kan worden, valt ook nog maar te bezien. Dat de advocatenorde voor dit soort kwesties rode kaarten trekt, is een goede zaak.

Maar snel daarna wordt de spoeling van verwijtbaarheid toch aanmerkelijk dunner. De voorstellen om de instroom van asielzoekers te beperken zijn zonder meer ingrijpend en zullen het einde van onze open rechtsstaat betekenen. Toch kan een staat met gesloten grenzen, na opzegging van alle relevante verdragen, nog altijd een rechtsstaat zijn. De vraag is of we dat willen, maar die vraag is voor de kiezer. ‘De gesloten rechtsstaat, ook de uwe?’

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: