Is er een probleem met het EHRM?

door GB op 05/07/2011

in Haagse vierkante kilometer

Het Kwintet over het EHRM, afgelopen zondag, stond van het begin af aan in de schaduw van vermeende moeizame tijden voor het Hof. Het Nederlandse debat was niet meer dan een voorbeeld daarvan. Na moeizaam gemodder met voorbeelden (‘de SGP is naar Straatsburg gegaan!’) kwam het valse Marcel-van-Dam-momentje waarin de persoonlijke integriteit opeens onderdeel van de discussie wordt: ‘U gaat toch niet ontkennen dat er een probleem is met de legitimiteit van het Hof in Straatsburg?’ Er werd nog een beetje gesputterd, maar Hirsch Ballin en Thomassen werden door Polak onverbiddelijk naar het ‘bedenken van oplossingen’ geduwd. Het is als met de bonnenquota: ze bestaan niet, en hebben nooit bestaan, maar wie ze wil afschaffen heeft elke discussie daarover al gewonnen. Zelfs als hij de zoveelste is die ze afschaft.

Toch valt er wel wat te zeggen over ‘het probleem’ van het EHRM. Afgelopen mei presenteerde het University College uit Londen resultaten uit meerjarig politicologisch onderzoek naar de legitimiteit van het Hof in het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Duitsland, Turkije en Bulgarije. Men heeft daar iets meer dan 100 politici, advocaten en hoge rechters ondervraagd over de legitimiteit van het EHRM. Ongeveer dezelfde types als waar Baudet mee kwam aanzetten: Drees (?), Cameron, Lord Hoffman en een ‘geïrriteerd House of Commons.’

De interviews geven een beeld van de parameters waar de ‘legitimiteit van het Hof’ uit is opgebouwd. De eerste dimensie is institutioneel. Het Hof mag er zijn omdat het destijds met ons volle verstand en instemming is opgericht. Toch voegt een groot deel van de respondenten een ander aspect toe aan de institutionele legitimatie: het Hof speelt een bepaalde wenselijke rol. Daaronder valt het simpelweg ‘beschermen van de rechten van de mens’, ‘externe correctie’, ‘handhaving van gemeenschappelijke standaarden’  en nog zo wat. Deze dimensie speelt vanouds onder juristen een grote rol, zoals ook tijdens het Kwintet trouwens weer bleek. ‘Domestic actors are strongly socialized into thinking about international legitimacy in terms of legality.’

De tweede dimensie focust op de prestaties van het Hof. Hoe effectief is het Hof? Hoe houden ze recht en politiek in balans? Hoe indringend bemoeien ze zich met nationale kwesties? Uit de antwoorden op dit soort vragen wordt een tweede dimensie afgeleid. De derde dimensie is de maatschappelijke onderbouw. Wordt het EHRM maatschappelijk geaccepteerd, gebruikt en gesteund? Wie gevraagd wordt naar de legitimiteit van het EHRM blijkt opmerkingen te gaan maken die in deze drie dimensies passen.

Een van de meest interessante resultaten van het onderzoek laat een tegengestelde mechanismen zien, waarbij het Hof het ook niet zomaar goed kan doen.

On one hand, respondents put strong emphasis on the logic of prevention for the constitutive legitimacy of the Court. On the other, they have higher normative expectations of the Court than of domestic authorities when it comes to interpretation of the human rights provisions, and expect the Court to set an example in expanding rights protections. The double emphasis on the balance between law and politics and on the degree of intervention therefore shows that the Court faces legitimacy standards that are pulling in different directions. This points to the fragmented nature of performance expectations: Respondents demand that the Court acts as a human rights pioneer, that it finds the right balance between law and politics, and that it intervenes just the right amount in domestic matters. This makes it all the more important to approach ‘legitimacy crisis’ analysis carefully. The fact that the Court is seen to be failing on one account, say for example too much intervention, may accompany a positive legitimacy assessment regarding another factor, e.g. the right balance between law and politics.

Opvallend is ook dat caseload e.d. niet onmiddellijk knagen aan de legitimiteit. Het algemene idee dat het Hof op de lange termijn de mensenrechten bevordert, steunt de legitimiteit. Zelfs het sloom uitvoeren van uitspraken wordt niet heel erg gevonden. ‘This is partly due to the fact that respondents viewed enforcement separate from Court’s legitimacy and placed more emphasis on the overall effects of Court’s judgments in changing minds, legal cultures and political attitudes as opposed to enforcement of specific judgments.’ Beginnen over de caseload en over de lengte van de procedures heeft dus niet zoveel met de legitimiteit van het Hof te maken. Die rust op de inhoudelijke koers die het Hof vaart, en daar is drie kwart van de respondenten die tot een eindoordeel kwamen positief over.

Voor het Hof ziet het er ondertussen goed uit. Hogere rechters uit de ondervraagde landen blijken het Hof nogal sterk te steunen. In plaats van het verdedigen van de eigen traditie of identiteit zien ze veel waarde in het idee van de gemeenschappelijke standaarden. Hogere rechters, die voor het effect van het Hof belangrijk zijn, zien het Hof dus niet meteen als een bedreiging. Maar als ze ergens over klagen, dan is het wel over de intensiteit van de interventie. Die dubbelheid zal wellicht te maken hebben met het verschil tussen het harmoniseren van de buren versus zelf door de bocht moeten. In ieder geval wordt uit het onderzoek duidelijk dat de rechters gevoelig zijn voor de mate waarin ze kunnen zien dat Straatsburg het nationale recht begrepen heeft.

In zijn bestaansrecht wordt het Hof door niemand bedreigd. Althans, ‘out of 107 respondents only 1 called into question the constitutive legitimacy of the European Court of Human Rights.’ Dat was dan weer wel een Brit. Maar ook onder politici is hij de uitzondering. ‘The findings first question the stereotypical politician who is only concerned with popular support for their decisions. The dataset shows that the politicians support the Court as an external corrective more than lawyers and judges. This general support increases the chances of compliance with judgments, even in cases when politicians disagree with them.’

Of ik dan wil ontkennen dat er een probleem is met de legitimiteit van het Hof? Daarvoor is natuurlijk meer nodig dan wat knippen en plakken in een onderzoek van internet waar ik zelf de kwaliteit niet goed van kan beoordelen. Maar het lijkt mij geen bewijs van verminderde geestvermogens om toch te vragen waar dat probleem dan precies uit bestaat. Voor Nederland heb ik veel meer het idee dat het voortkomt uit een vrij plotseling gewijzigde nationaal debat waarbij het Hof, de verdediger van de waarden van gisteren, opeens als mogelijk obstakel opdoemt en zich waarschuwende spierballen moet laten welgevallen.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 PB 05/07/2011 om 16:04

Bedankt voor deze post GB… Erg boeiend. Het Hof heeft duidelijk een politiekere positie gekregen. En dat is logisch, omdat het moet beslissen over gevoeligere dingen. Ik kan mij er iets bij voorstellen dat er mensen zijn die vanuit het oogpunt van soevereiniteit liever een nationaal constitutioneel hof willen dan een internationaal mensenrechtenhof. Bij een nationaal constitutioneel hof kan je tenminste nog je eigen politieke benoemingen doen. Een internationaal Hof heeft echter zijn voordelen in het verspreiden van het democratieideaal naar het oosten. Het blijft echter een spanningsvolle verhouding tussen politiek en recht. De rechters hebben ook hun politieke opvattingen, bijvoorbeeld over het seculiere karakter van de staat, homohuwelijk, rechten van gevangenen, etc. Een zekere ruimte voor het Hof is noodzakelijk, en kritiek van politiek is gezond om een juiste afbakening te vinden. Dus ik zou zeggen dat er geen legitimiteitsprobleem is, maar van gezonde spanningen die aangeven dat het systeem werkt.

2 Filip S. 07/07/2011 om 00:10

@ PB

Politieke kritiek is natuurlijk goed, maar men moet dan wel op eerlijke wijze beargumenteren en niet op de politiek oppurtunistische wijze als nu gebeurt (al is dat politiek eigen).

Baudet zijn kritiek, bijvoorbeeld, is geent op een uiterst conservatieve definitie van het begrip soevereiniteit.
De kritiek van de VVD-er Blok, zoals onlangs gepresenteerd in de Volkskrant, is slechts gebaseerd op cherry-picking en uiterst beperkte uitleg van deze arresten. Anderen maken zich daar nog in veel ernstige mate schuldig aan om het publiek te beinvloeden (zo presteerde een Britse denktank het in een Nederlands dagblad om een onschuldig omstander, omgekomen in een brute schotenwisseling tussen IRA-leden en Britse militairen, geheel te negeren).

Het is vooral deze politieke en publieke discussie die weinig om het lijf heeft, maar daardoor niet minder serieus is om zijn potentiele negatieve consequenties voor de legitimiteit van transnationale gerechtshoven.

3 PB 07/07/2011 om 08:23

1. Een uiterst conservatieve definitie van soevereiniteit is niet gelijk aan opportunisme. Politici hebben inderdaad meer moeite met het formuleren van een goed argument. Maar rechters hebben soms net zoveel moeite eerlijk alle argumenten mee te wegen en verschuilen zich achter een scherm van juridische redeneringen terwijl er wel duidelijke politiek-levensbeschouwelijke-ethische keuzes worden gemaakt. Verhullend argumenteren noemt Vranken dat. Bij het EHRM is dat iets minder vanwege de mogelijkheid voor dissenting opinions, maar ook de uitspraken van het EHRM tonen toch ook wel eens opportunisme. Ik kan mij bijvoorbeeld niet aan de indruk onttrekken dat de Grote Kamer in Lautsi omging omdat de politieke druk hen te veel werd.

2. Het klopt dat de legitimiteit van transnationale gerechtshoven gevoeliger is. Het EHRM is geen Bundesverfassungsgericht dat een duidelijke grondwettelijke taak heeft. Dat vraagt terughoudendheid van het EHRM, maar ook van de staten in kritiek. De spanningen die dat veroorzaakt komen in dit stukje hierboven goed naarvoren.

4 a.zecha 18/09/2011 om 16:51

De vraag waarom het in onderhavig artikel gaat impliceert reeds dat “met het EHRM” een probleem zou kunnen bestaan.
De vraagstelling in de titel van onderhavig artikel kan als “asymmetrisch” worden benoemd vermits in een rechtsprocedure er tenminste twee partijen zicht- en/of benoembaar moeten zijn.
De buiten de wind gehouden partij kan mijns inziens eveneens als vraag worden omschreven met: “Is er een probleem met het neo-nationalisme der door het EVRM verdrag ver- en gebonden nationale staten?
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: