Is rechtseenheid een kwestie van willekeur?

door IvorenToga op 09/07/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Is rechtseenheid een kwestie van willekeur?

De herziening van de gerechtelijke kaart op 1 januari 2013 bracht grote veranderingen met zich. 19 rechtbanken werden terug gebracht naar (uiteindelijk) 11 en van de 5 gerechtshoven bleven er 4 over. Vooralsnog is de schaalvergroting vooral een bestuurlijke aangelegenheid. Er is één bestuur en er is sprake van één begroting. De locaties, waar voor 1 januari 2013 een zelfstandig gerecht zetelde, zijn echter blijven bestaan. Daar worden meestal nog zittingen gehouden en door dezelfde mensen op vaak nog dezelfde manier gewerkt.

De rechters op die locaties spreken echter sinds 1 januari 2013 recht namens een ander gerecht. Een voorbeeld: rechters in Middelburg spreken recht in naam van de Rechtbank Zeeland-West Brabant, terwijl ze dat voorheen deden namens de Rechtbank Middelburg. Het valt niet te verwachten dat deze rechters vanaf 1 januari 2013 ineens anders zijn gaan denken over – ik noem maar wat – de strafwaardigheid van een winkeldiefstal. Toch wordt dat wel in zekere zin van hen verwacht. In de gefuseerde gerechten wordt een dergelijke verwachting door bestuurders én rechters geuit. ‘Het nieuwe gerecht moet als één gerecht opereren’ en ‘het kan toch niet zo zijn dat een winkeldief in Oisterwijk een andere straf van dezelfde rechtbank krijgt als een winkeldief in Sluis’. De plaatsen zijn willekeurig, maar dergelijke uitlatingen zijn in elk gefuseerd gerecht duidelijk en steeds luider hoorbaar.

Die hang naar eenheid ziet overigens niet alleen op de straftoemeting. Ook werkprocessen worden op hun uniformiteit getoetst. Dat kan gaan over interne aangelegenheden, maar ook over externe zaken. Hoe en wanneer krijgen advocaten hun stukken? Worden advocaten wel of niet van tevoren benaderd om onderzoekswensen en verhinderdata op te geven? Moeten advocaten voor een uitspraak bellen of wordt hen de uitspraak gemaild?

Een andere categorie heeft een meer inhoudelijk randje en gaat over de wijze van behandeling ter zitting en het opzetten van de uitspraak. Ook hier bestonden voor 1 januari 2013 grote verschillen tussen gerechten: over de mate waarin zaken meervoudig behandeld werden, over de tijd die een zaak werd toebedeeld, over het aantal zaken dat op een zitting werd gepland en over de mate waarin uitspraken volgens Promis werden opgebouwd.

Ik kan nog wel even doorgaan met voorbeelden, maar de kern is dat op al deze terreinen rechters binnen een gefuseerd gerecht worden opgeroepen tot uniformering (of neutraler gezegd: professionele standaarden) te komen. De wens om te voorkomen dat één rechtbank verschillende oordelen, werkwijzen en praktijken heeft, lijkt logisch en redelijk. Dat is namelijk in praktische zin onhandig, slecht voor de beeldvorming en heeft – juridisch vertaald – rechtsongelijkheid tot gevolg. Op die argumentatie valt echter het nodige aan te merken.

Of het in praktische zin zoveel voordelen oplevert valt te bezien. Velen zullen hun vertrouwde manier van werken moeten verlaten en het verdwijnen van zulke vormen van routine kan tijd kosten. Het staat in zekere zin ook haaks op de oproep om het vakmanschap te herstellen binnen professionele organisaties en was het niet ook de Raad voor de rechtspraak die een paar maanden geleden nog opriep dat kleine autonome en zelfsturende teams de toekomst hadden? Ik kan moeilijk nog een voordeel daarvan zien wanneer die teams allemaal op dezelfde manier moeten gaan werken. Natuurlijk kan op hoofdlijnen getracht worden organisatorische en logistieke eenheid te bewerkstelligen en daartoe bestaan ook zeker mogelijkheden, maar het is zeker niet vanzelfsprekend dat dat goed samen gaat met autonome en zelfsturende werkeenheden.

Of het voor de beeldvorming zo slecht is weet ik ook zo net niet. Welk beeld waardoor gevormd wordt, is doorgaans lastig te voorspellen. Wanneer vanuit de rechtspraak continu het belang benadrukt wordt van het als eenheid opereren, dan wil ik echter nog wel meegaan met de stelling dat in dat geval diversiteit slecht is voor de beeldvorming. Het tegengaan van die diversiteit is dan echter niet het enige antwoord. Een alternatief zou zijn om een ander verhaal te vertellen, namelijk dat rechters weliswaar een verantwoordelijkheid hebben om rekenschap te geven van de oordelen van hun collega’s, maar dat die oordelen ook verschillend kunnen uitvallen. Zo is het altijd geweest en zal het, gelet het normatieve karakter van het recht en de non-hiërarchische organisatiestructuur, ook altijd zijn.

Dat betekent niet dat rechtseenheid een vies woord is. Het is goed dat binnen de rechtspraak op verschillende niveaus getracht wordt dat rechters zich rekenschap kunnen geven van elkaars oordelen. In mijn ogen hebben rechters ook een verantwoordelijkheid daartoe. Het belang daarvan zou wel enigszins mogen worden gerelativeerd. De situatie vóór 1 januari 2013 leert dat het in de toenmalige kleine gerechten al erg lastig bleek om tot rechtseenheid te komen.

Daarbij komt het volgende. De winkeldief in Oisterwijk moet zich per 1 januari 2013 verantwoorden voor de rechtbank Zeeland-West Brabant. Als we de pleitbezorgers van uniformiteit binnen de nieuwe gerechten moeten geloven, is het van groot belang dat de straf niet te veel verschilt van de straf die een winkeldief in Sluis zou moeten worden opgelegd omdat die ook wordt berecht door de rechtbank Zeeland-West Brabant. Dit alles terwijl Sluis en Oisterwijk hemelsbreed zo’n 150 km van elkaar vandaan liggen, een winkeldief in Sluis zich als Zeeuws-Vlaming waarschijnlijk meer verwant voelt met een Belgische winkeldief en een winkeldief in Oisterwijk meer heeft met een winkeldief in het aangrenzende Boxtel. Met de Belgische winkeldief heeft de Nederlandse rechtspraak niets te maken, terwijl de Boxtelse winkeldief moet verschijnen voor de Rechtbank Oost-Brabant en uniforme strafoplegging dan weer minder van belang lijkt. Ten opzichte waarvan eenduidig recht moet worden gesproken, hangt dus vooral af van het gekozen referentiepunt. Zo is rechtseenheid misschien ook wel een kwestie van willekeur.

Rick Robroek
Stafjurist gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: