It wasn’t me…

door GB op 10/03/2009

in Uncategorized

‘Het zijn niet mijn woorden!’, is naar verluidt een van de argumenten waarmee Moszkowicz cassatie in belang der wet wil uitlokken ten gunste van Geert Wilders. Wellicht is dit in de eerste plaats een bewijstechnisch argument. Maar het heeft verdergaande consequenties: als het niet Wilders woorden zijn, mag hij er dan voor vervolgd worden? Voor deze gedachte had Geert Moszkowicz overigens niet nodig, want de gemiddelde Vaticaanwatcher herkende de truc meteen. Toen de paus een groep moslims kwaad had gemaakt, schoof deze de hete aardappel door naar de bekende Byzantijnse keizer Manuel II Palaeologus.

In eerste instantie komt het over als een zwaktebod, vooral van iemand die een aantal filmpjes van youtube aan elkaar plakt om het resultaat overal ter wereld uit te venten als eigen film. Als het uitkomt dan is het eigen werk. Als het niet uitkomt, dan is het werk van een ander. Toch is het wel een aardige gedachte om verder uit te diepen. Op welke excepties kan Wilders zich proberen te beroepen? Dit los van de vraag of zijn uitlatingen niet sowieso onder de vrijheid van meningsuiting moeten vallen.

Lees verder

Als Wilders journalist was geweest, had hij kans gemaakt. Dat is wel eerder gebeurd, toen een journalist werd vervolgd voor de letterlijke weergave van de smaad van een ander. (Hof Leeuwarden26 januari 1995 NJ 1995/388) Het hof overwoog:

Uit de weergave van dit interview blijkt niet, dat verdachte de uitlatingen van Boomsma tot de zijne heeft gemaakt: gezien de opzet van het interview – een zeer duidelijke vraag-en-antwoordvorm – kan het hof daarin niet meer lezen dan een reproductie van hetgeen Boomsma op verdachtes vragen heeft geantwoord.

Wilders is echter geen journalist. Dat pad loopt dus dood. Maar er zijn meer mogelijkheden. Niet alleen de positie van journalisten is bijzonder beschermd onder de vrijheid van meningsuiting, ook die van kunstenaars. Dat wordt ook wel de zogenaamde artistieke exceptie genoemd. De rek van dit begrip lijkt mij maximaal wanneer iemand een boek schrijft met daarin een fictief romanpersonage dat alles beledigt wat los en vast zit. Wie weet dat Wilders – tot nog toe creatief met telefoonboeken – inmiddels broedt op een boek om in het Britse Hogerhuis te gaan voorlezen. Zijn bijdrage aan de meest recente algemene beschouwingen ‘jij stemmen op Wouter Bos, hij jou geven uitkering’ wijst op ontwikkelende aspiraties in die richting.

Komt hij er dan mee weg? In 1951 strandde de vervolging van W.F. Hermans. Die had Lodewijk Stegeman in de roman Ik heb altijd gelijk lekker laten leeglopen over katholieken. Maar het succes van deze route is inmiddels niet meer verzekerd. Dat blijkt wel uit de procedure tegen Pieter Waterdrinker. Deze had in zijn roman Danslessen weinig vleiende passages over een burgemeester, culminerend in:

“Die vent is helemaal krankjorum geworden”, hoorde ik iemand tegen een man met een uitgedoofde pijp tussen zijn tanden zeggen. “Zeg Kees, jij hebt hbs gedaan, dat is toch tegen de wet? Het wordt hier steeds gekker … Je kunt toch niet over de sloop van een pand beslissen door middel van een wedstrijdje schaatsen?”
“Ik weet het niet”, mompelde de uitgedoofde pijp terug, “maar wat ik wel erg vind is dat Gladpootje zich daarvoor leent. Zo’n keurige katholiek, en dat op zondag! Maar ja. Wat wil je ook, met zo’n joodje aan het hoofd. Kijk, het spul gaat beginnen …”

Politierechter en hof oordeelden inderdaad dat die verwijzing naar het ‘joodje aan het hoofd hebben’ groepsbelediging was wegens ras c.q. godsdienst. Maar het hof veroordeelt niet:

In het boek wordt de belediging echter – voor een ieder duidelijk kenbaar – geuit door de met “de uitgedoofde pijp” aangeduide figuur, zodat zij niet kan worden aangemerkt als een belediging geuit door verdachte zelf. De enkele omstandigheid dat voormelde figuur en hetgeen deze zegt ontsproten zijn aan de fantasie van verdachte, brengt niet mee dat de uitlating van “de gedoofde pijp” als uitlating van de verdachte moet of mag worden beschouwd: de gesproken woorden en de spreker mogen niet worden losgekoppeld.

Dat zou de goede kant op gaan, ware het niet dat de Hoge Raad niet meegaat in deze redenering.

Het enkele feit dat bepaalde uitlatingen in een roman zijn gedaan door een door de verdachte, als auteur, gecreëerde romanfiguur behoeft niet in de weg te staan aan het oordeel dat het de verdachte is die zich beledigend heeft uitgelaten in de zin van art. 137c Sr, dan wel de belediging heeft aangedaan in de zin van de art. 266 en 267 Sr.

Daarvoor in de plaats moet volgens de Hoge Raad een analyse komen van de betreffende belediging binnen het geheel van de roman, en de rol van het personage daarbinnen enz. De Hoge Raad – zelf geen briljant schrijver – doet liever aan literatuurkritiek dan dat hij toegeeft aan de spelletjes van Kierkegaard. Je mag dus als kunstenaar misschien wel meer dan andere mensen, maar alleen als je dat echt (functioneel?)in een serieuze roman doet, en niet omdat je het een fictief personage in de mond legt.

De enkele verwijzing naar een fictief personage gaat Wilders dus niet redden. Tenzij hij aangeeft dat zijn eigen leven gezien moet worden als een grote kunstuiting en dat hij hoofdpersoon is in zijn fictieve autobiografie. Dat zou in ieder geval interessante jurisprudentie opleveren.

Zijn er nog andere mogelijkheden om onder het auteursschap uit te komen? Nog eentje: de zogenaamde religieuze exceptie. Daarvoor kan hij zich beroepen op een heilig boek, op de Donald Duck of desnoods op zijn eigen Influistering – als ie er maar heilig in gelooft. Hij kan dan simpel stellen dat de belediging in kwestie niet zijn woorden zijn, maar de Goddelijke woorden. Anders dan het het geval is bij de literaire roman zal de rechter er dan voor waken om ‘de plaats van de belediging in het geheel van het boek of geloof’ te beoordelen.

Heel erg succesvol lijkt mij zo’n verweer niet. Wilders zal er dus gewoon zelf voor moeten opdraaien. Hij zou misschien wel een soort ‘politieke exceptie’ kunnen inzetten. Hoe je het wendt of keert, hij is volksvertegenwoordiger. Als zodanig vertolkt hij ook de mening van anderen, om te beginnen zijn kiezers. Die positie zou hem naar mijn idee wel een bijzondere bescherming binnen de vrijheid van meningsuiting op moeten leveren.

Maar helaas. Juist Moszkowicz blijkt zich te verzetten tegen deze gedachte.

1 GB 10/03/2009 om 09:58

Bij nader inzien toch een beetje een warrig verhaal. Ik neem dan ook afstand van de tekst.

2 LD 10/03/2009 om 16:31

Oftewel: “It wasn’t me.”

http://www.youtube.com/watch?v=GH_StQ6KdW0

Goede photoshop trouwens!

Vorige post:

Volgende post: