Jit Peters: Macht van ambtenaren moet beter gecontroleerd worden

door Ingezonden op 04/04/2011

in Haagse vierkante kilometer

Toen via WikiLeaks bekend werd dat topambtenaar Pieter de Gooyer bij de Amerikaanse ambassadeur had gelobbied om minister Bos onder druk te zetten de Nederlandse troepen langer in Afghanistan te laten verblijven, was de vraag was dat in opdracht van de vorige minister van buitenlandse zaken Verhagen gebeurd of op eigen initiatief. Je zou denken dan vraagt de Tweede Kamer aan minister Verhagen en ambtenaar Pieter de Gooyer uitleg te geven. Zo zou dat in Amerika gebeuren maar niet bij ons. De leer van de ministeriële verantwoordelijkheid verzet zich daartegen. Ministers antwoorden namens hun voorgangers en ambtenaren worden niet gehoord door de Tweede Kamer. Dus hoort de Tweede Kamer minister Rosenthal die ook alles slechts uit de tweede hand heeft. De ministeriële verantwoordelijkheid werkt als een soort schild waarachter de ambtenaar zich kan verschuilen.

De ministeriële verantwoordelijkheid werkt ook niet ten aanzien van ambtenaren die in Brussel namens ons land onderhandelen. Het voorstel om ambtenaren die regelmatig onderhandelen in Brussel te laten horen door de Tweede Kamer stuitte ook weer op de doctrine van de ministeriële verantwoordelijkheid. Niet de ambtenaar legt verantwoording af maar de minister want hij is verantwoordelijk voor zijn ambtenaren. Echter de ambtenaren gaan meestal naar Brussel zonder instructie van hun minister en brengen meestal ook geen verslag uit aan de minister. Zij spreken in al die comités namens Nederland. Zo trof ik binnen mijn directie een ambtenaar die al 10 jaar zonder een instructie en zonder dat hij verslag deed. naar een bepaald comité ging. Toen ik hem vroeg namens wie hij daar sprak, antwoordde hij namens de minister. In die tien jaar had hij nog nooit een minister gesproken. Doordat steeds meer regels tot stand komen in overleggen tussen ambtenaren neemt hun macht enorm toe.

Wie controleert deze ambtenaren nu eigenlijk? De politieke onderworpenheid aan de minister werkt volstrekt onvoldoende. Het zou al veel beter zijn wanneer de oekaze van Kok die ambtelijk contacten met Kamerleden verbiedt zou worden ingetrokken. Nu mag een ambtenaar alleen contact hebben met Kamerleden wanneer zijn minister dit goed vindt. Bovendien mag de ambtenaar alleen maar feitelijke informatie verstrekken. Alsof feitelijke informatie goed te scheiden is van beleidsinformatie.

In de tweede plaats zou meer openbaarheid helpen om de macht van de ambtenaar te controleren. Nederland dreigt achterop te geraken met betrekking tot openbaarheid. Wij hebben het verdrag van Tromsö die tot grotere openbaarheid zou leiden nog steeds niet ondertekend. Stukken ten behoeve van intern beraad of persoonlijke beleidsopvattingen blijven bij ons geheim. Openbaarheid daarvan zou grotere controle betekenen. Bovendien zijn de ambtenaren toch niet alleen van de minister die zij toevallig dienen. Hebben wij als burgers ook geen recht hun opvattingen te kennen? De ambtenaren zijn toch eigenlijk  van de burgers en worden door de burgers betaald? Ambtenaren kunnen dan ook worden gecontroleerd door de media en de burgers. We hebben behoefte aan meer waakhonden. De representatieve democratie wordt dan aangevuld met de waakhondendemocratie.

Democratie is meer dan het tellen der stemmen. Openbaarheid is wel zo belangrijk. Daarom zou de regering een databank moeten aanleggen voor alle openbare stukken en aangeven waarom sommige stukken geheim moeten blijven. Daarnaast zou een Informatie Commissaris met bevoegdheden richting overheden goede diensten kunnen bewijzen voor een meer open samenleving en controle op ambtenaren. Een overheid die openheid schuwt toont zich bang voor de eigen burgers.

Op 1 april sprak Jit Peters zijn afscheidsrede uit. Dit is een samenvatting van zijn hand.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 PvT 05/04/2011 om 14:20

Dank!!!

2 ruuii 06/04/2011 om 12:44

eens met de stelling

3 Reinier Bakels 11/04/2011 om 12:20

Het verschijnsel dat prof. Peters signaleert is vooral ernstig op het gebied van het recht van “intellectuele eigendom”. Het probleem komt hier van twee kanten: politici interesseren zich weinig voor deze materie (omdat de kiezers niet begrijpen dat dit belangrijk is), en als ze zich er al mee bemoeien dan verzanden ze al snel in de juridische *en* economische complexiteit van dit beleidsterrein.

Daarom is dit gebied een luilekkerland voor lobbyisten, die vooral in “Europa” hun slag slaan, omdat de pers Brussel en Straatsburg goeddeels negeert.

En de ambtenaren? De EU is er trots op zo weinig ambtenaren te hebben. Die ze ook niet nodig lijken(!) te hebben omdat bereidwillige lobbyisten desnoods hele wetsontwerpen aanleveren. Waarbij ze hun eigen belang niet vergeten! Bovendien: moest een moderne ambtenaar het bedrijfsleven niet positief benaderen, en afleren om “elke oplossing met een probleem te beantwoorden”?

De fout is dat andere belangen zo te weinig aan bod komen. Enfin, met de theorie van de “political economy” kun je dat allemaal voorspellen, ja, bijna uitrekenen.

De enige praktische oplossing die ik zie is dat er een goede tegenlobby op gang komt (internet is ook hier een zegen), waardoor politici zulke onderwerpen niet meer kunnen laten liggen. Met privacy lijkt dat nu te gebeuren. Dan nog het auteurs- en octrooirecht, dat helemaal wordt gedomineerd door lepe Amerikaanse lobbyisten die het vak van “rent seeking” tot in de puntjes beheersen.

“Rent seeking” staat in economenjargon niet voor proberen geld te verdienen (daar is niets mis mee!), maar voor geld verdienen door de wetgever te manipuleren in plaats van door toegevoegde waarde te leveren aan de maatschappij!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: