Kan die vuilniszak ook mee?

door IvorenToga op 17/06/2014

in Uncategorized

Post image for Kan die vuilniszak ook mee?

Het is een ochtend in mei. In mijn agenda staat “PR GPS ECO CVOM”: een zitting van de economische politierechter met digitale dossiers, aangeleverd door de landelijke organisatie van het OM. Dat betekent dat ik vooral met vuilniszakken te maken krijg. Zijn ze niet op het verkeerde moment op straat gezet? Zijn ze niet ten onrechte naast een container geplaatst? Kortom, situaties waarmee elke burger te maken heeft en waarover de economische politierechter in al zijn wijsheid mag oordelen.

In het verleden konden wel zeventig van dit soort zak(k)en op een ochtend- of middagzitting staan. Toen moest iedereen die het OM met een boete wilde bestraffen en die deze niet meteen wilde betalen, voor de rechter worden gedaagd. Dat zo’n zitting uiteindelijk niet enorm uitliep, was aan de geringe opkomst te danken: de meeste verdachten namen niet de moeite voor een vuilniszak naar de rechtbank te komen. Het regende dan ook veroordelingen bij verstek.
Maar wie wel kwam, had niet zelden een redelijk verhaal. Bij het opsporen en vervolgen van dit soort zaken wilde het nog weleens misgaan: formaliteiten waren niet in acht genomen, het bewijs dat het de zak van de verdachte was, kwam niet uit de verf, de container was defect, etc.

Met dit alles in gedachten besloot de wetgever het enkele jaren geleden anders aan te pakken. Wie een vuilniszakkenvergrijp had begaan, kreeg niet meer een dagvaarding, maar een strafbeschikking. Gevolg: je moet de boete betalen, tenzij je een verzetschrift indient. Het initiatief werd dus bij de burger gelegd. Deze procedure wordt inmiddels bij steeds meer typen relatief kleine zaken toegepast.
Beoogd effect is dat het aantal zaken dat op zitting komt, aanzienlijk geringer dan voorheen zal zijn. Wie geen echt goed verhaal heeft, zal niet de moeite nemen verzet tegen de strafbeschikking in te stellen. Maar het is ook zo dat een dossier meer informatie bevat, doordat van degene die verzet tegen de strafbeschikking aantekent, wordt verwacht dat hij motiveert waarom hij bezwaar maakt. Dat biedt ook het OM de mogelijkheid de zaak nog eens te bekijken en na te gaan of de strafbeschikking wel terecht is uitgevaardigd. Is dat niet het geval, dan kan deze alsnog ongedaan worden gemaakt, zonder dat de rechter daaraan te pas hoeft te komen.

Zo werkt het helaas (maar al te) vaak nog niet.

Zo krijg ik op deze ochtend in mei ongeveer twintig zaken te behandelen. Een aantal daarvan is behoorlijk gedateerd. Verder hebben nogal wat verdachten, gezien de motivering van hun verzetschrift, een redelijk sterk verhaal. De griffier en ik zijn dan ook benieuwd welke positie het OM zal innemen. Dat blijkt al gauw. Zonder meteen het achterste van zijn tong te laten zien, zegt de officier van justitie aan het begin van de zitting: “Ik denk dat ik vandaag heel wat vrijspraken zal vorderen.”

En zo geschiedt.

In de vijftien uiteindelijk behandelde zaken komt het twee keer tot een onvoorwaardelijke en twee keer tot een voorwaardelijke boete, één zaak wordt alsnog ingetrokken, tweemaal worden verdachten van alle rechtsvervolging ontslagen (ovar) en de rest wordt vrijgesproken. Vrijwel steeds is de uitspraak conform de eis. Misschien is dit een geruststellende score voor het rechtsgevoel van degenen die denken dat iedereen die wordt gedagvaard, wel zal worden veroordeeld. Maar dat is het niet voor het beeld van de meer gewenste situatie waarin zorgvuldig wordt beoordeeld of een zaak op een openbare terechtzitting moet worden gezet. En dit laatste is een taak van het OM.

Waar gaat het mis?

Daarover zijn de officier van justitie en ik het al gauw eens, als wij hierover tij-dens de rustige momenten van de zitting praten. Het blijkt dat zaken als deze in het voorbereidend traject uitsluitend op secretarieel niveau worden bekeken. Pas vlak voor de zitting komt de officier van justitie eraan te pas. Dan is het te laat om ze nog in te trekken. Duidelijk is echter dat van mijn zitting van deze ochtend in mei in alle zaken die tot ovar of vrijspraak hebben geleid, tot intrekking zou zijn overgegaan, als iemand met de bevoegdheid daarover een beslissing te nemen, de dossiers tijdig had bekeken. Secretarissen hebben die bevoegdheid blijkbaar niet.
De tijd van rechter en griffier die aan de voorbereiding en de zitting is besteed, had dus veel nuttiger kunnen worden ingezet, om maar niet te spreken over verdachten die onnodig zijn verschenen. Het is een van die voorbeelden van situaties waarin het management faalt in zijn taak ervoor te zorgen dat rechters alleen worden belast met werk dat echt nodig is.

Op de plank liggen ongetwijfeld nog honderden van dit soort zaken. Als iemand met de bevoegdheid te beslissen daaraan een paar dagen zou besteden, zou rechters, griffiers, verdachten en zittingsovj’s heel wat tijd kunnen worden bespaard, die vervolgens nuttiger kan worden ingezet. De officier van justitie van mijn zitting zou daarvoor zijn best gaan doen.

Ik ben benieuwd.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam

Deze bijdrage verscheen eerder op Ivoren Toga

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 micver 18/06/2014 om 09:37

In de televisieserie ‘De rechtbank’ dat een tijdje terug wekelijks op de publieke omroep was te zien, zie je dit verschijnsel ook goed terug. Zeer kleine verkeersovertredingen komen op zitting, niet zelden nadat het OM meer dan schromelijk de redelijke termijn heeft overschreden en nimmer op correspondentie van de burger heeft gereageerd. Wat daarna op zitting volgt is alsnog vrijspraak dan wel veroordeling zonder strafoplegging, afhankelijk van het verhaal van de beboete burger. De rechter zit er bij en kijkt er naar.

2 JADB 24/06/2014 om 12:08

Leuk stuk over de onbedoelde neveneffecten van de “verbestuursrechtelijking” van het strafrecht.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: