Kansen voor Halsema? III

door LD op 25/05/2010

in Grondrechten, Rechtspraak

Dat Nederland met zijn absolute toetsingsverbod (artikel 120 Grondwet) zo langzamerhand een buitenbeentje in Europa, ja zelfs in de wereld is, moge bekend worden verondersteld. Voor CDA-politici en senatoren van VVD-huize was en is dit echter geen reden om vóór het voorstel-Halsema tot invoering van een beperkte vorm van constitutionele toetsing te zijn. Maar wat nu als blijkt dat Nederland ook een buitenbeentje in het eigen Koninkrijk dreigt te worden? Zou dat de situatie veranderen?

Op deze weblog is al veel aandacht besteed aan de grote staatkundige veranderingen die binnen het Koninkrijk ophanden zijn. Het is de bedoeling dat het Koninkrijk der Nederlanden per 10 oktober 2010 uit vier landen bestaat: Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland (dat overigens – tamelijk verwarrend – ook officieel het ‘Koninkrijk der Nederlanden’ heet). Van deze landen en aspirant-landen kent Aruba al geruime tijd een vorm van constitutionele toetsing. Artikel I.22 van de Staatsregeling bepaalt namelijk:

“Wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar zou zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk.”

Onder de ‘wettelijke voorschriften’ vallen ook de landsverordeningen, de Arubaanse en Antilliaanse equivalenten van de wet in formele zin. Met ‘dit hoofdstuk’ wordt gedoeld op het hoofdstuk over de grondrechten. Die grondrechten zijn uitsluitend van de ‘klassieke’ soort. Sociale grondrechten vindt men namelijk in het aan ‘Wetgeving en Bestuur’ gewijde hoofdstuk V. Daaraan mag de rechter een landsverordening niet toetsen. Artikel I.22 van de Arubaanse Staatsregeling laat zich dus goed vergelijken met de regeling zoals vervat in het voorstel-Halsema.

Voor de twee nieuwe landen, Curaçao en Sint Maarten, moeten hun respectieve eilandsraden zich nog over een eigen Staatsregeling uitspreken. De kwestie is afgelopen vrijdag in de Rijksministerraad aan de orde geweest. Premier Balkenende zei daarover in zijn persconferentie na afloop:

“In de Rijksministerraad kunt u zich voorstellen dat we met enige regelmaat stilstaan bij het proces van staatkundige verandering binnen het koninkrijk. De datum 10 oktober van dit jaar is u allen bekend. Dat betekent ook dat we steeds over zaken spreken die te maken hebben met staatsregelingen, het organiseren van vervroegde verkiezingen en dergelijke. Dat is ook aan de orde geweest vanochtend in de Rijksministerraad, maar volgende week zullen we daar nog nader op terugkomen.”

De besprekingen zijn dus nog niet afgerond, maar als we naar de ontwerpteksten kijken, lijkt het zeer aannemelijk dat de twee nieuwe landen het groene licht gaan geven voor constitutionele toetsing. Artikel 96 (of 98, afhankelijk van de versie) van de Staatsregeling van Curaçao zou moeten komen te luiden:

“De rechter treedt niet in de beoordeling van de verenigbaarheid van landsverordeningen met de Staatsregeling, behoudens de toetsing aan de klassieke grondrechten genoemd in de artikelen 1 tot en met 19.”

Ook hier valt de overeenkomst met het voorstel-Halsema onmiddellijk op, ook al spreekt dat in de toelichtende stukken liever over ‘subjectieve rechten’ dan over ‘klassieke grondrechten’. En Sint Maarten? De concept Staatsregeling van dit toekomstige land pakt de zaken helemaal groots aan. Artikel 115 moet komen te luiden:

“De rechter is bevoegd te treden in de beoordeling van de verenigbaarheid met de Staatsregeling van vastgestelde wettelijke regelingen. Onder wettelijke regelingen zijn te verstaan overeenkomstig deze Staatsregeling vastgestelde landsverordeningen, besluiten houdende algemene maatregelen en ministeriële regelingen.”

De Staatsregeling van Sint Maarten geeft dus de rechter carte blanche voor constitutionele toetsing. Hoewel er op de eilanden nog het nodige werk te verrichten is, is de kans aannemelijk dat Nederland vanaf 10-10-2010 een minderheidspositie in het eigen Koninkrijk inneemt op het vlak van constitutionele toetsing. Dat legt druk bij de tegenstanders van het voorstel-Halsema. Toegegeven, het feit dat andere landen (in het Koninkrijk en in de wereld) wel constitutionele toetsing door een rechter kennen, en Nederland niet, betekent niet direct dat Nederland het bij het verkeerde eind heeft. Als de rest van de wereld de doodstraf invoert of handhaaft, hoeft Nederland niet te volgen. Maar bij het voorstel-Halsema gaat het niet om invoering van de doodstraf. Het voorstel versterkt de rechtsbescherming van de burger, die zich voortaan bij de rechter ook tegenover de wetgever kan beroepen op tenminste een deel van zijn eigen Grondwet. De tegenstanders hebben dus wel degelijk wat uit te leggen, dunkt me.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: