Kappen met kansloze zaken

door PWdH op 16/12/2009

in Rechtspraak

Het zal niemand ontgaan zijn dat er een discussie loopt over hervorming van de cassatierechtspraak. Als zovele andere instituties zucht de Hoge Raad onder een steeds grotere werklast. In 2007 kwamen er 582 zaken binnen bij de civiele kamer (tegen 158 in 1973), 3864 bij de strafkamer (560 in 1973) en 752 bij de belastingkamer (ruim 284 in 1973), aldus het rapport van de commissie ‘Normstellende rol van de Hoge Raad’ onder leiding van raadsheer Hammerstein (p. 15).

Zoals de titel van het rapport al doet vermoeden, is de toename van het aantal zaken op zichzelf niet wat wordt geproblematiseerd. Kort door de bocht is het ook niet zo’n verrassing dat het aantal zaken stijgt: Nederland kent immers ook aanmerkelijk meer justitiabelen dan in 1973, die ook nog eens rijker zijn, terwijl er volgens sommigen een claimcultuur heerst. Het probleem is dat er te veel kansloze zaken worden aangebracht in cassatie, of netter gezegd, zaken ‘die niet de aandacht van de cassatierechter verdienen’. Daaronder wordt verstaan zaken waarin geen rechtsvraag voorligt waarvan de beantwoording de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling dient, noch dringend rechtsbescherming moet worden verleend. Kortom, ze raken niet aan de ‘normstellende rol’ van de Raad.

Nu zou je kunnen tegenwerpen dat er eind jaren tachtig al reparatiewerkzaamheden zijn verricht. Er werden meer raadsheren aangesteld en artikel 81 RO (destijds 101 RO) werd ingevoerd. Op grond van dat artikel kan de Hoge Raad cassatieberoepen die hij ongegrond acht, met een standaardmotivering verwerpen, zodat de gronden voor verwerping niet uitgespeld hoeven te worden. Nietttemin komt daar nog altijd heel wat mankracht aan te pas: de advocaat-generaal concludeert (weliswaar mogelijk verkort) en de zaak wordt ‘gewoon’ inhoudelijk op waarde geschat door de raadsheren.

Er ligt inmiddels een wetsvoorstel voor dat ‘selectie aan de poort’ beoogt. Op grond van een in te voeren artikel 80a RO zou de Hoge Raad zaken die niet de aandacht van de cassatierechter verdienen, niet-ontvankelijk kunnen verklaren. De standaardmotivering van art. 81 RO wordt dan een standaardafwijzing. In eerste instantie ontstaat daarmee volgens raadsheer Loth een ‘negatief selectiestelsel’, waarin kansloze zaken worden ‘weggeselecteerd’ op basis van een prognose van de kans van slagen van de klacht(en). Mogelijk, aldus Loth in de recent verschenen bundel ‘Het zwijgen van de Hoge Raad‘, ontwikkelt dat stelsel zich in de toekomst tot een ‘positief selectiestelsel’ à la het Amerikaanse Supreme Court. De Hoge Raad zou dan zaken selecteren op grond van de te beantwoorden rechtsvraag.

Sommigen herkennen hierin de trend waarbij de veelbesproken ‘rechtsvormende taak’ van de Hoge Raad de rechtsbeschermende verdringt. Anderen, zo bleek afgelopen vrijdag op het aan genoemde bundel gekoppelde symposium, vrezen dat het moeilijk adviseren wordt aan clienten of zij ueberhaupt verlof krijgen om in cassatie te gaan. Als er inderdaad te veel kansloze cassatieberoepen worden ingesteld, aldus cassatieadvocaat Van Duijvendijk-Brand, stel dan stevige eisen aan toelating tot de cassatiebalie. Een lid van de Hoge raad reageerde op dit betoog alsof het om een cassatiemiddel ging dat feitelijke grondslag mist. Ondertussen ging de geëerde spreker voorbij aan de vraag welk houvast het voorgestelde systeem biedt voor de cassatie-advocaat die zijn cliënt wil adviseren.

In de Ars Aequi van deze maand (p. 855-859) ziet ook cassatieadvocaat Van der Wiel geen noodzaak tot een stelselwijziging. Volgens hem biedt het huidige stelsel voldoende mogelijkheden om ongeschikte zaken ‘af te serveren’ met het huidige art. 81 RO, omdat het middel technisch niet deugt (art. 407 lid 2 Rv) en met een meer normatieve uitleg van het belang bij cassatie (art. 3:303 BW).

Het is altijd sympathiek te pleiten tegen een stelselwijziging als dat niet nodig is. Als bezwaar tegen de ‘afserveringstactieken’ van Van der Wiel zou echter kunnen worden aangevoerd dat deze onnavolgbaar maken wanneer de Hoge Raad nu om welke reden het cassatieberoep niet wil ontvangen: deugt het middel technisch niet, of legt het geen gewichtige rechtsvraag voor? Misschien is het beter niet-ontvankelijkheidsverklaringen uit opportuniteit steeds onder verwijzing naar hetzelfde artikel uit te spreken (art. 80a RO).

Als bezwaar tegen de hele discussie zou kunnen worden aangevoerd dat steeds geen duidelijke keuze wordt gemaakt. In alle hervormingsvoorstellen moet de Hoge Raad (nog steeds) drie ballen in de lucht houden: rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming. Zou het erg zijn de rechtsbescherming te laten varen en à la het Supreme Court van het Verenigd Koninkrijk nog maar zeventig zaken per jaar te behandelen, te selecteren op grond van de daarin aangeroerde rechtsvraag? Naar verluidt neemt dan het gezag van zowel de hoogste rechter (de Raad) als de een na hoogste (de hoven) toe.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: