Kiesraad beantwoordt kamervragen naar de bekende weg

door GB op 11/01/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Kiesraad beantwoordt kamervragen naar de bekende weg

Toen De Gelderlander eind november schreef dat Martin Meurs na zijn gevangenisstraf wegens het bezit van kinderporno niet alleen terugkeerde in de samenleving maar ook in de Arnhemse gemeentepolitiek, bereikten Kamerleden van de PvdA als eersten de brievenbus voor de schriftelijke vragen. Het waren vragen zoals er zoveel zijn: heeft u het gelezen & dat kan toch niet waar zijn? Krap een maand later volgde een aanvullende set vragen, met een duidelijk meer juridisch kaliber. De oorzaak lijkt duidelijk. Inzenders waren dit keer niet alleen Heijnen en Dijsselbloem, maar ook Recourt. Recourt is waarschijnlijk een van de meest kundige juristen onder de huidige Kamerleden. De eerste vraag van de vervolgvragen luidde: ‘herinnert de minister zich de antwoorden op de eerdere kamervragen?’ Ik weet niet of het hogere humor is, maar die antwoorden zijn nog niet bekend en dus waarschijnlijk ook nog niet gegeven.

In ieder geval bracht dit memory-spel de Kiesraad op een idee. In een persbericht op de website formuleerden zij alvast een een soort antwoord op basis van eerdere uitlatingen van de minister. Bij gevangenisstraffen van minder dan een jaar (zoals bij Meurs) blijft het kiesrecht sowieso ongemoeid, volgens de wet. Dat staat zelfs in de Grondwet (artikel 129 en 54).

Resteert de vraag of de minister soms reden ziet om de (Grond)wet te willen wijzigen. Ook daar heeft de behulpzame Kiesraad een oplossing voor. Eerder had de minister van BZK al uitgesproken dat het uitgangspunt van de wet hem juist leek. De vraag is dus eigenlijk aan de Kamerleden van de PvdA: herinnert u zelf de eerdere antwoorden nog?

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 11/01/2012 om 21:11

Heeft er nog iemand naar Hirst v. UK gevraagd? (Bij voorbeeld die hooggeleerde jurist Recourt.)

2 GB 12/01/2012 om 08:48

Ja, daar moest ik ook aan denken. Het EHRM (en de meeste grote mensenrechtenhoven volgens mij) zitten op een redelijk andere koers.

3 Martin Holterman 12/01/2012 om 14:24

Hirst gaat natuurlijk wel over actief kiesrecht, in plaats van passief, dus bindend is dat precedent niet, maar als ik naar deze bekende weg zou vragen, zou ik toch ook wel even willen weten hoe de Minister denkt dat Hirst op dit geval van toepassing is.

4 Bastian Michel 12/01/2012 om 18:06

Volgens mij kent de Nederlandse regelgeving het concept ‘passief kiesrecht’ helemaal niet: de verkiesbaarheid/benoembaarheid/toelaatbaarheid van een individu kan nu alleen samen met het actief kiesrecht worden ontnomen. Zolang we daar geen onderscheid introduceren (door o.a. wijziging van art. 56 Gw) zou Hirst dus veel relevanter kunnen zijn dan op het eerste gezicht lijkt.

5 Martin Holterman 12/01/2012 om 18:51

@Bastian: Ik ging eral vanuit dat een dergelijke Grondwetswijziging het doel was. Ik neem tenminste niet aan dat het de bedoeling was om aan grote categoriën mensen het actieve kiesrecht te ontnemen. (En als dat wel de bedoeling is, kan dat dus gewoon niet.)

Nog even terugkijkend naar Hirst merk ik op dat die zaak over gevangenen ging. Gevangenen hebben uit de grond van de zaak geen passief kiesrecht, ook in Nederland niet. (Al weet ik niet of daar een wettelijke basis voor is, of dat simpelweg nog nooit iemand heeft geprobeerd om vanuit de cel aan een verkiezing mee te doen.)

Me dunkt toch dat Hirst suggereert dat een “blanket ban” in principe niet door de beugel kan:

70. (…) Nor is there any place under the Convention system, where tolerance and broadmindedness are the acknowledged hallmarks of democratic society, for automatic disenfranchisement based purely on what might offend public opinion.

71. This standard of tolerance does not prevent a democratic society from taking steps to protect itself against activities intended to destroy the rights or freedoms set forth in the Convention. Article 3 of Protocol No. 1, which enshrines the individual’s capacity to influence the composition of the law-making power, does not therefore exclude that restrictions on electoral rights are imposed on an individual who has, for example, seriously abused a public position or whose conduct threatened to undermine the rule of law or democratic foundations (see, for example, no. 6573/74, cited above; and, mutatis mutandis, Glimmerveen and Hagenbeek v. the Netherlands, applications nos. 8348/78 and 8406/78, Commission decision of 11 October 1979, DR 18, p. 187, where the Commission declared inadmissible two applications concerning the refusal to allow the applicants, who were the leaders of a proscribed organisation with racist and xenophobic traits, to stand for election). The severe measure of disenfranchisement must, however, not be undertaken lightly and the principle of proportionality requires a discernible and sufficient link between the sanction and the conduct and circumstances of the individual concerned. The Court notes in this regard the recommendation of the Venice Commission that the withdrawal of political rights should only be carried out by express judicial decision (see paragraph 32 above). As in other contexts, an independent court, applying an adversarial procedure, provides a strong safeguard against arbitrariness.

6 HK 17/01/2012 om 16:05

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: