Koninkrijksgenoten! Na tur siudadanonan kompañero di e Reino!

door Ingezonden op 16/11/2012

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Koninkrijksgenoten! Na tur siudadanonan kompañero di e Reino!

Met deze aanhef richt ik een oproep aan de parlementen en regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, naast het Europees Nederland (dat dan ook weer tegenwoordig wat Caraïbisch grondgebied heeft op Saba, Bonaire en Sint Eustatius) de landen van het Koninkrijk der Nederlanden, om via hun gevolmachtigde ministers hun bedenkingen bekend te maken tegen alle wetsvoorstellen tot nieuwe beperkingen en strengere voorwaarden in het Nederlandse nationaliteitsrecht.

Op grond van het Statuut voor het Koninkrijk nemen de gevolmachtigde ministers van de landen van de West deel aan het wetgevingsproces van de Tweede Kamer wanneer het een aangelegenheid van het Koninkrijk betreft, waarvan het Nederlanderschap uitdrukkelijk één is. Als een gevolmachtigde minister zich vóór de eindstemming tegen een voorstel tot Rijkswet verklaart dan kan het voorstel niet zonder meer worden aangenomen met minder dan 60% van de stemmen.

Koninkrijksgenoten, ieder van uw drie landen heeft het dus binnen zijn macht om voorstellen tot wijzigingen in de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), zo niet te blokkeren, tenminste te bemoeilijken voor de meerderheidscoalitie in Nederland. Dat lijkt wellicht op slechts een kleine irritatie — maar op dit moment, nu de VVD en de PvdA in het kabinet-Rutte II tezamen op enkel 79 stemmen kunnen rekenen in de Tweede Kamer, een meerderheid van geen 53 procent, betekent het dat het kabinet er minstens elf stemmen bij zou moeten sprokkelen, op z’n extreemst door zijn neus dicht te knijpen voor de PVV-fractie. Geen kleine prestatie dus voor wat door het kleinste land van het Koninkrijk, Sint Maarten, kan worden bewerkstelligd met de steun van slechts acht leden van de Staten van dat land, een simpele meerderheid daar dus.

Koninkrijksgenoten, waarom wend ik mij tot u? Omdat ik mij tot de minderheid reken in Nederland die kennelijk vindt dat er niets mis is met het huidige nationaliteitsrecht, of dat het alleen gewijzigd moet worden om bestaande beperkingen (zoals op dubbele nationaliteit) op te heffen. Anderen hebben geprobeerd de route te volgen van het werven van een politieke meerderheid voor dit standpunt in Nederland, met name de Nederlandse expats van nederlanderblijven.com proberen het. Jammer genoeg worden hun argumenten nogal onzuiver weergegeven in de pers: er wordt geïnsinueerd dat het Nederlanderschap wordt afgepakt van álle Nederlanders in het buitenland, met alle economische nadelen van dien, terwijl zoiets simpelweg onmogelijk is. Het gaat eerder om het behouden van het huidige recht van de Nederlander die in (zeg maar) de Verenigde Staten woont en met een Amerikaan gehuwd is om genaturaliseerd te worden tot Amerikaan, zonder van rechtswege zijn Nederlanderschap te verliezen, een recht dat het vorige kabinet wilde afschaffen met het (nog aanhangige) wetsvoorstel tot aanscherping van de RWN.

Koninkrijksgenoten, ik gooi het liever over de boeg van het recht dan over die van de politiek. Ik ben een aanhanger van de idee dat de voornaamste rol van het recht bescherming van minderheidsbelangen is tegen de tirannie van de meerderheid. In het geval van het nu al aanhangige wetsvoorstel heeft de rechter er niets tegen in te brengen; de Raad van State had weliswaar zeer kritische opmerkingen over de effectiviteit en wenselijkheid van het afschaffen van alle resterende mogelijkheden om een dubbele nationaliteit te hebben, maar op zich kan het wetsvoorstel door de beugel van het internationaal recht. Het EU-recht heeft op zijn beurt wel wat, maar relatief weinig te vertellen over de voorwaarden die een lidstaat stelt voor verkrijging en verlies van zijn eigen nationaliteit (waaraan ook van rechtswege het EU-burgerschap geknoopt is). Eveneens kunnen de plannen van het huidige kabinet, om het minimumaantal jaren verblijf om genaturaliseerd te worden tot Nederlander te verlengen tot zeven jaar in plaats van vijf, door de beugel van de rechterlijke toetsing.

Nee, Koninkrijksgenoten, ik heb het over de procedurele waarborgen voor minderheidsbelangen die ingebouwd zijn in het staatsrecht. Als wij ons Koninkrijk als een quasi-federaal stelsel beschouwen kunnen wij het vergelijken met federale stelsels zoals dat van de Verenigde Staten. Daar worden dunbevolkte deelstaten zoals Wyoming en Alaska ruim oververtegenwoordigd naar bevolking in de Senaat, waarin iedere deelstaat twee senatoren heeft, juist om tegenwicht te bieden aan hun verwaterde stem in de naar bevolking evenredige vertegenwoordiging van het Huis van Afgevaardigden. De onevenredige invloed — hoe klein dan ook — die de landen van de West kunnen uitoefenen op Rijkswetgeving is een uitdrukking van dezelfde idee van bescherming van minderheidsbelangen binnen een federatie.

Koninkrijksgenoten, u moet natuurlijk zelf weten of u uw stemmen wilt uitbrengen tegen de plannen die om de haverklap worden gesmeed in Den Haag voor het Nederlanderschap. Ik durf niet te zeggen of u echt bezwaren heeft tegen wijzigingen in de voorwaarden voor verwerving en verlies van het Nederlanderschap, die van min of meer gelijke werking zijn overal in het Koninkrijk. Een bepaalde mate van culturele autonomie is al verloren gegaan bij een wijziging op een krachtens de RWN gesteld besluit, in werking getreden op 10 oktober 2010, waardoor het niet langer voldoende is voor een verzoeker tot naturalisatie om enkel kennis van het Papiaments of het Engels aan te tonen op eilanden waar een van die talen de hoofdtaal is; daarnaast moet hij aantonen kennis van het Nederlands te hebben, een taal die er soms weinig meer voorstelt in het dagelijks leven dan een soort bestuurderslatijn. (Het contrast met een naburig quasi-federaal Koninkrijk in Europa is opmerkelijk: ondanks de praktische dominantie van Engeland ten opzichte van Wales en Schotland is het voor naturalisandi voldoende enkel kennis aan te tonen van het Welsh of het Schots-Gaelisch, hoewel het zeer de vraag is hoeveel van de buiten Groot-Brittannië afkomstige immigranten daarvoor kiezen.)

Maar Koninkrijksgenoten, het kabinet heeft al plannen om de inhoudelijke waarde van het Nederlanderschap binnen het Koninkrijk te beperken: ‘Op basis van criteria zoals de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten zelf hanteren (onder meer toets op strafblad en inkomen) komen we met een voorstel tot regulering van de vestiging van inwoners uit die landen in Nederland.’ Zo leeft de lang gekoesterde wens voort om Nederlanders uit de West als tweederangs burgers te behandelen. Het voorstel spreekt de taal van formele gelijkheid maar is gericht op uitsluiting; de nog geldende Landsverordening toelating en uitzetting van de voormalige Nederlandse Antillen beoogt daarentegen de unieke en niet met Europees Nederland vergelijkbare situatie van soms piepkleine eilanden met een zeer beperkte huisvestingsvoorraad en de idee van autonoom bestuur te beschermen.

Zulke beperkingen, mochten die in Europees Nederland worden ingevoerd, zouden waarschijnlijk weinig meer opleveren in de praktijk dan bureaucratische irritatie voor de meeste Nederlanders uit de West die zich willen vestigen in Nederland — maar die zouden ook de geest van een enorm venijnige minachting ademen voor de nakomelingen van de voormalige koloniale onderdanen van Nederland. Om maar te zwijgen van het feit dat Nederlanders uit de West die (net) niet kunnen voldoen aan de vestigingsvereisten van Europees Nederland hun toevlucht zullen zoeken in hun nog onverkort geldende Europese Unieburgerschap. Als zij zich eenmaal vestigen in een ander EU-land (waarbij niet een strafblad, maar alleen een zeer serieuze en actuele dreiging voor de samenleving een reden mag zijn voor uitzetting) en daar daadwerkelijk wonen voor vier à zes maanden, kan daarna geen strobreed in de weg worden gelegd aan hun gebruik van het vrij verkeer om naar Europees Nederland te verhuizen. (Het minimaalste voorbeeld van zo’n beweging zou dan al weer in Sint Maarten te vinden zijn, wiens inwoners slechts een paar kilometers verderop naar Saint-Martin – grondgebied van Frankrijk én de EU – hoeven te verhuizen, alvorens naar Europees Nederland te vertrekken.)  Zo zou er nóg een ‘Europa-route’ bij komen, naast de route die nu al gevolgd wordt door Nederlanders voor wie de gezinshereniging met buitenlandse gezinsleden onmogelijk wordt gemaakt in Nederland. En dat holt de waarde van het Nederlandse staatsburgerschap dan weer verder uit.

Koninkrijksgenoten, ik hoop dat u het debat aan durft te gaan met Europees Nederland, om zo te voorkomen dat er nog verder wordt gemorreld aan ons aller staatsburgerschap.

Jeremy Bierbach doet een promotieonderzoek naar gelijkheid in het burgerschap van de Europese Unie bij de Universiteit van Amsterdam en werkt als juridisch adviseur op het gebied van het vreemdelingenrecht en het vrij verkeersrecht.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: