Kostenverslindende en tot niets leidende getuigenverhoren

door IvorenToga op 29/10/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Kostenverslindende en tot niets leidende getuigenverhoren

In veel strafzaken is het bewijs gebaseerd op getuigenverklaringen. Die verklaringen zijn meestal bij de politie afgelegd waardoor de verdediging die getuigen niet heeft kunnen ondervragen. Omdat het Europese recht de verdediging het recht toekent getuigen te ondervragen die essentieel zijn voor de vraag of de verdachte schuldig is, wordt er veel tijd gestoken in het horen van getuigen tijdens de behandeling van de strafzaak bij de rechtbank of bij het hof. Vaak leidt dit tot lang oponthoud niet in de laatste plaats omdat de getuige niet om de hoek maar in verre oorden woont met autoriteiten die op zijn zachtst gezegd nog een efficiencyslag moeten maken. De vraag is of de tijd die in het horen van getuigen wordt gestoken het wel waard is, ook en misschien wel vooral vanuit verdedigingsoptiek.

Natuurlijk is het horen van een getuige waardevol wanneer aan een relevante getuige bepaalde vragen nog niet gesteld zijn of wanneer er aanwijzingen zijn dat hij of zij terugkomt op een eerdere verklaring. Dat is echter vaker niet dan wel het geval. Veel getuigenverzoeken worden namelijk louter gemotiveerd met het feit dat de getuige nog niet in het bijzijn van de verdediging is gehoord gecombineerd met de aanname dat het horen van de getuige noodzakelijk is om de betrouwbaarheid van die getuige te toetsen. Wanneer een dergelijk verzoek getoetst wordt aan het verdedigingsbelang – dat wil zeggen aan de hand van de vraag of de verdachte redelijkerwijs in zijn verdediging geschaad wordt bij het achterwege blijven van de ondervragingsmogelijkheid – ligt afwijzing van een dergelijk verzoek voor de hand. Het is een illusie dat het nogmaals ondervragen van een getuige een beter antwoord op de vraag naar de betrouwbaarheid van een getuige mogelijk maakt. Ondervragingsdeskundigen zitten namelijk niet bij de rechtspraak, het OM of de advocatuur, maar bij de politie die de getuige vaak al wel ondervraagd hebben. Bovendien zegt een wijfelende, zwetende en roodhoofdige getuige niets over het waarheidsgehalte van de verklaring die hij aflegt. Zelfs een tegenstrijdige verklaring van een getuige zegt nog niets over de betrouwbaarheid van zijn politieverklaring. Beter is om de verklaring van de getuige afgelegd bij de politie te toetsen aan objectieve gegevens. Een getuige die verklaart op een bepaald moment in Nederland te zijn geweest, maar waarvan uit vluchtgegevens blijkt dat die toen in Brazilië zat, hoeft de verdediging echt niet meer te ondervragen. Een getuige confronteren met andere tegenstrijdige verklaringen is ook overbodig wanneer de verdediging argumentatief overtuigend weet te maken dat die andere verklaringen de waarheid meer benaderen dan de getuige die men wenst te ondervragen. Twijfel zaaien kan op andere en betere manieren dan het nogmaals ondervragen van getuigen.

Nu weet ik ook wel dat in sommige gevallen een getuigenverklaring bij het achterwege blijven van de ondervragingsmogelijkheid niet voor het bewijs mag worden gebezigd. De jurisprudentie ter zake gaat nogal ver (en misschien wel te ver gelet op het voorgaande). Het houdt kort gezegd in dat indien een verklaring beslissend is voor de vraag naar de betrokkenheid van verdachte bij een strafbaar feit deze slechts voor het bewijs mag worden gebezigd (a) wanneer de verdediging de betreffende getuige heeft mogen ondervragen of (b) indien dat niet mogelijk is er gerechtvaardigde redenen voor het achterwege blijven van die mogelijkheid moeten zijn én de verdediging compensatie geboden heeft gekregen voor het toetsen van de betrouwbaarheid van die verklaring. Gedacht kan worden aan jonge getuigen in zedenzaken waarvan het nogmaals ondervragen schadelijk is voor de gezondheid en het welzijn van de minderjarige en waarin compensatie kan worden geboden in de vorm van een deskundigenonderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaring van de minderjarige zoals die buiten bijzijn van de verdediging is afgelegd.

Deze jurisprudentie heeft als voor de hand liggende consequentie dat sommige verklaringen niet voor het bewijs mogen worden gebezigd en dat een verdachte moet worden vrijgesproken. Dat is in individuele gevallen een drama, maar daar staat tegenover dat er legio daders bestraffing ontlopen omdat ook bij de inzet van de opsporingscapaciteit keuzes moeten worden gemaakt. Hoe onbevredigend ook, de verdediging zou dit moeten aanspreken.

Een consequentie die ik zelf wat meer uitgediept zou willen zien en waarover het ook vruchtbaarder is na te denken, is dat de verdediging in een vroeg stadium ten overstaan van de rechter wordt uitgedaagd uit te leggen waarom een getuigenverklaring beslissend is en andersom het openbaar ministerie waarom dat niet het geval is. Deze kwestie komt vaak pas bij requisitoir en pleidooi aan de orde. Het zou echter al bij het getuigenverzoek zelf expliciet en onderbouwd aan de orde moeten komen.

Ten slotte zou de rechtspraak moeten verkennen in hoeverre in de moeite die moet worden gedaan om een getuige in het buitenland te horen een gerechtvaardigde reden kan worden gevonden om van het horen van een getuige af te zien. Het standaardantwoord is nu vaak dat het toch moet worden geprobeerd, maar een kritische reflectie op waar we ‘nu helemaal mee bezig zijn’ ontbreekt. De vertraging gaat vaak het jaar te boven terwijl de aanvaardbaarheid van dat wachten in het licht van wat er op het spel staat soms verre van evident is. Er kunnen vervolgens altijd nog de eerder aangehaalde compenserende maatregelen worden geboden. In sommige gevallen zal een vrijspraak onvermijdelijk zijn, maar het is mij te makkelijk om dat te beschouwen als iets dat koste wat kost dient te worden voorkomen. Bij mogelijk ontlastende getuigen gaat dit allemaal niet op, maar in dat geval zou de verdediging tegemoet kunnen worden gekomen door bij afwijzing van een getuigenverzoek vast te stelen dat de schuldvraag zal worden beantwoord in de veronderstelling dat die niet gehoorde getuige een voor de verdachte gunstige verklaring aflegt. De verdediging kan vervolgens bij pleidooi uiteen zetten waarom een dergelijke (verondersteld gunstige) verklaring in het licht van het bewijs dat voorhanden is tot een vrijspraak zou moeten leiden en het openbaar ministerie waarom dat niet het geval is. Aan een goede beantwoording van de schuldvraag hoeft dat niet in de weg te staan, terwijl dat toch het doel moet zijn en niet het in stand houden van een hele industrie die betaald wordt met kostenverslindende en tot niets leidende getuigenverhoren.

Rick Robroek
Stafjurist Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 7 reacties… read them below or add one }

1 JADB 30/10/2013 om 11:59

Een prikkelende stelling. Het zou inderdaad niet gek zijn om van de verdediging te verlangen aan te geven welke vragen er (ongeveer) zullen worden gesteld. Zo’n praktijk zou denk ik alleen acceptabel zijn op het moment dat de verhoren worden opgenomen op een geluidsdrager. Ik heb vertrouwen in de politie, maar pv’s geven lang niet altijd op correcte wijze gesprekken weer. Het mooiste voorbeeld blijft toch de vrijspraak van Marcel K., die gebaseerd was op verslagen van informele gesprekken tussen politieambtenaren en een later geliquideerde getuige (die dus ook niet meer gehoord kon worden). Deze getuige verklaarde volgens het verslag dat K. alles wist van Holleeders zaken. Bij het hof kwam aan het licht dat de gesprekken waren opgenomen. De getuige zei inderdaad: “hij weet er alles van”, en voegde er aan toe: “maar niet van dat criminele, hoor”. Een klein detail.

2 JADB 30/10/2013 om 12:01

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dus dat het opnemen van getuigenverhoren de behoefte aan “controleverhoren” door de verdediging wegneemt.

3 M.J. Hoogendoorn 30/10/2013 om 15:00

@JADB

Om maar te zwijgen van de politiecapaciteit drie vrij gemaakt zou worden als de opnames door typisten worden uitgewerkt in plaats van agenten. Daar is alleen wel een wetswijziging voor nodig.

Een in het huidige systeem eenvoudig door te voeren bezuinigingsmaatregel zou overigens zijn het verbieden van de zinsnede “aan/door niemand werd toestemming gegeven voor het plegen van het voornoemde feit”. Door die zin nooit meer te typen worden op jaarbasis zo al tientallen mandagen voor nuttige taken vrij gemaakt.

4 BL 01/11/2013 om 20:38

ik kan mij erg vinden het betoog. Het is alleszins redelijk om door de verdediging te laten aangeven welke vraag er nog niet of niet goed gesteld is door de politie in verhoren en waarom die vraag relevant kan zijn in licht van mogelijk ontlastende gegevens.
Er mogen best vraagtekens worden gezet bij nut en noodzaak van weer een zelfde verhoor van dezelfde getuige.
Soms vraag ik mij wel eens af of het niet vooral door verdediging wordt aangevraagd om getuigen door herhaling van vragen aan het twijfelen te brengen, zodat daarmee gesteld kan worden dat het geen betrouwbare verklaring is. Enige twijfel zaaien door de getuige te vragen naar de miniemste details hoeft niet moeilijk te zijn, gezien het tijdsverloop tussen zitting en de eerste verklaringen vlak na het incident. Voeg daarbij nog eens de niet gemakkelijke setting – vele ogen op de getuige gericht – en mogelijk suggestieve vragen.
Ik begrijp best dat een verdediging alles uit de kast haalt om een client te verdedigen, maar er moet wel worden gewaakt voor misbruik van het recht op ondervraging c.q. overvragen.
Tussenvraag: gelden er kwaliteitseisen voor de ondervraging van een getuige in de rechtszaal? Bij politieverhoren wordt erg gelet op open vragen, niet sturen, omgang met kwetsbare personen, etc. Hoewel dat natuurlijk altijd beter kan, zou het goed zijn als dezelfde kwaliteitseisen gelden voor verhoren in de rechtszaal c.q. bij de R-C.
Overigens, vraag ik mij vanuit burgerperspectief af hoeveel je mag vragen van een burger. Leg je met goede burgerwil een getuigenverklaring af bij de politie, soms gevolgd door een tweede of derde verhoor, moet je er nog een afleggen bij de R-C, en moet je vervolgens nog een keer in het hoger beroep, etc. Ik zou het niet gek vinden als zo’n veelvuldig ondervraagde getuige het idee krijgt dat hij/zij zelf in de beklaagdenbank staat. En zeker niet staat te trappelen om bij een volgende zaak zich weer van de goede burgerkant te laten zien.

5 Rick Robroek 06/11/2013 om 10:06

Het is goed om te lezen dat een stelling die niet vaak wordt ingenomen tot deze instemmende reacties leidt. Sterker nog de daarin genoemde argumenten maken het nog belangrijker om keer op keer de ‘waarheen waarvoor’-vraag te stellen. Zowel de optie om getuigenverhoren op te nemen, als om vaker het belang van de getuige te betrekken die op een gegeven moment ook zijn burgerplicht heeft gedaan, spreekt mij zeer aan. Verdediging, openbaar ministerie en rechter moeten het denk ik vaker doen met wat er ligt en mijn stelling blijft dat dat vaak effectiever is voor de waarheidsvinding en rechtsbescherming dan een duur (in inderdaad: belastend) getuigenverhoor. Voor geïnteresseerden gaat op IvorenToga.nl de discussie verder met een reactie van de Amsterdamse strafadvocaat Roelse (http://ivorentoga.nl/2013/11/04/2054/) en daaropvolgende repliek en dupliek (http://ivorentoga.nl/2013/11/06/2070/).

@M.L. Hoogendoorn zeg ik nog in het bijzonder dat het verwijderen van de zinsnede “aan/door niemand werd toestemming gegeven voor het plegen van het voornoemde feit” geen werkbesparing zal opleveren nu die zin volgens mij automatisch in het proces-verbaal verschijnt wanneer de verbalisant een aangifte voor een vermogensdelict als diefstal opneemt.

@BL: binnen de rechtspraak bestaat voor zover ik dat kan overzien niet zo veel expertise over getuigenverhoren als bij de politie, waar immers het overgrote deel van de verhoren plaatsvindt in ons strafrechtsstelsel. Er bestaan bij mijn weten in ieder geval geen kwaliteitsprotocollen op dit punt behalve dat de mogelijkheid van wraking er voor zorgt dat rechters zich zo veel mogelijk zullen onthouden van vragen die op vooringenomenheid zouden kunnen wijzen. Al met al gaat er in de rechtszaal volgens mij echter weinig mis op dit punt, maar dat roept wel vaak de vraag op wat een getuigenverhoor op zitting nu toevoegt. En mijn antwoord op die vraag moge duidelijk zijn.

6 M.J. Hoogendoorn 06/11/2013 om 17:06

Als de betreffende zinsnede automatisch in een p-v gezet wordt, illustreert dat meteen het belang dat de verdediging heeft bij het nogmaals horen van getuigen: De zakelijke bewoordingen van het p-v geven niet noodzakelijkerwijs goed weer wat de getuige verklaard heeft. Er wordt zelfs een zinsnede in bij gezet die de getuige/aangever helemaal niet uitgesproken heeft, maar die de politie of het OM nodig acht om een mogelijk verweer af te dichten.

7 Rick Robroek 06/11/2013 om 21:17

Dat is een interessant, goed en scherp punt. Ik vind het zelf echter niet zo gek om als iemand aangifte komt doen van diefstal (‘ik wil aangifte doen van diefstal van mijn fiets’) om dat juridische en zakelijk te vertalen naar onder meer de verklaring dat de aangever daartoe niemand toestemming heeft gegeven. In strafvorderlijk opzicht heeft de politie dan niet iets anders opgeschreven (of nauwkeuriger: automatisch laten genereren door de module diefstal te openen) dan de aangever heeft verklaard. Dat neemt niet weg dat ik het met u eens ben dat de politie de verklaring van een aangever niet alleen zakelijk maar ook juist moet weergeven. En ik weet zeker dat iedereen die een rol heeft in het strafproces dat wel zal onderschrijven, ook de politie. Voor het geval er dan toch aanwijzingen zijn dat er iets is misgegaan, blijf ik echter betwijfelen of een getuigenverhoor het meest effectieve middel is om dat aan te tonen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: