Kunnen wij elkaar aanspreken?

door IvorenToga op 15/01/2013

in Rechtspraak

Post image for Kunnen wij elkaar aanspreken?

“Ik zeg wat ik denk” was zo’n jaar of tien geleden een gevleugelde kreet. En misschien komt het vooral ook door de explosie van uitingsmogelijkheden, maar je krijgt het gevoel dat wij in ons land sindsdien nauwelijks meer remmingen hebben bij het verkondigen van onze mening over alles wat en iedereen die je maar kunt bedenken. Ook in rechtszalen lijkt weinig schroom meer te bestaan. Verdachten nemen – ondanks hun zwijgrecht – geen blad voor de mond en advocaten doen tijdens de zitting stevige uitspraken, als handelen van leden van de zittende of staande magistratuur hun niet bevalt.

Toch hebben wij niet een praktijk waarin de juridische hoofdactoren in het strafproces (advocaten, officieren van justitie en rechters – de “Trias Juridica”) elkaars daden systematisch bekritiseren. In Amerikaanse films of tv-series zie je rechters de vertegenwoordigers van beide partijen nog wel eens in chambers bij zich roepen om hun optreden te bespreken (of zelfs een standje uit te delen). Rechters spuien hun kritiek in ons land vooral in eigen kring aan het koffieapparaat of de lunchtafel – en dat ligt bij officieren van justitie en raadslieden niet anders. Alleen in extreme situaties vragen wij de sectorvoorzitter (sinds 1 januari jl. veelal “afdelingsvoorzitter”) of de president een klacht bij de deken van de lokale orde van advocaten of de hoofdofficier van justitie neer te leggen.

Zou het anders kunnen en moeten?

Misschien. Het zou dan niet moeten zijn zoals in de Verenigde Staten, waar vooral de rechter de kritiek levert (en waar het in Nederland onbekende contempt of court bestaat). Alle betrokkenen zouden de gelegenheid moeten hebben constructief elkaars werk en optreden ter discussie te stellen. Zo zouden ze na afloop van de zitting (althans na de uitspraak) met z’n allen het verloop van het proces kunnen bespreken. Dat heeft voor de zaak zelf geen consequenties, maar kan als les voor de toekomst en voor het wederzijds begrip worden gebruikt. Denkbaar is ook dat het op “bilaterale” basis geschiedt: de rechter evalueert met de advocaat of de officier van justitie of de laatste twee afzonderlijk met elkaar.

Waarom zouden wij dit willen? Misschien omdat de “Trias Juridica” een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het strafproces heeft. Dat gevoel zal niet iedereen delen. Sommige advocaten zullen het belang van hun cliënt altijd voorop zetten, ook als dat betekent dat het niet allemaal even “prettig” of “constructief” verloopt. En uiteraard moeten wij oppassen dat wij het legitieme gebruik door advocaten van justitiële vormfouten niet als het “verpesten van de sfeer” aanmerken. Ook officieren van justitie lijken trouwens weleens te proberen verdediging en rechtbank met de late verstrekking van dikke pakken dossier of een onnodig late vordering tot wijziging van de tenlastelegging te overvallen.

De vraag is verder of het elkaar aanspreken kan werken. Het vergt van alle betrokkenen dat zij voor elkaars kritiek openstaan. Mijn inschatting is dat rechters daarmee de meeste moeite zullen hebben. En een (jonge) advocaat zal niet zo gauw een (oudere) rechter bekritiseren. Toch zou het een positief effect kunnen hebben, al was het maar om ervoor te zorgen dat de betrokkenen een spiegel voor zich krijgen.

Betreft dit alles een evaluatie na afloop van de zitting, tijdens de openbare behandeling kunnen zich ook incidenten voordoen die reden vormen de zitting te onderbreken. Voorbeelden: een conflict tussen officier van justitie en advocaat dat uit de hand loopt (of dreigt te lopen) en daardoor een ordelijk proces belemmert; een advocaat die een getuige onheus bejegent; een verdachte die dichtklapt, als de rechter hem op een ineffectieve manier vragen stelt, terwijl zijn raadsman denkt dat met zijn cliënt best valt te communiceren; een officier van justitie die – los van de juridische merites – met zijn uitingen de plank volledig misslaat.

Het gaat hier niet alleen om incidenten die de rechter met zijn gezag als handha-ver van de procesorde ter zitting kan aanpakken, ook al zal dat veelal de aange-wezen procedure zijn. In sommige situaties kan het zinvol zijn dat rechter, offi-cier van justitie en raadsman buiten de openbaarheid van de zitting met elkaar in conclaaf treden. Het gaat er dan om ervoor te zorgen dat factoren die los van de zaak zelf staan, de behandeling daarvan niet frustreren. Het initiatief voor een “time-out” zal doorgaans bij de rechter liggen, maar denkbaar is ook dat de advocaat in het belang van zijn cliënt daarom vraagt.

Veel van dit alles hangt af van de wijze waarop men naar het strafproces kijkt en het vertrouwen dat men in elkaars handelen wil stellen. Van geval tot geval kan men lak aan het handhaven van spelregels hebben, maar op de lange termijn is een constructieve sfeer het meest effectief.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter Rechtbank Amsterdam

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: