LCL: ‘Politiek op slot door sleutelrol voor politieke partijen’

door Ingezonden op 22/04/2013

in Haagse vierkante kilometer

Post image for LCL: ‘Politiek op slot door sleutelrol voor politieke partijen’

Aan onze democratie is altijd gesleuteld. Vaak hadden veranderingen een positieve uitwerking op de representativiteit van de volksvertegenwoordiging, maar sommige maakten de invloed van het volk juist marginaler, bijvoorbeeld de opkomst van politieke partijen. De sleutelrol voor politieke partijen is een bedreiging voor ons democratische stelsel. Partijen trachten het gedrag van hun leden in het parlement namelijk dusdanig te beïnvloeden dat Kamerleden eerder het belang van de partij dan het belang van het volk behartigen.

Op zoek naar een oplossing voor deze impasse moet allereerst worden gekeken naar de formele rol van Kamerleden in de Tweede Kamer. Volgens artikel 50 van onze Grondwet moeten de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen. Vervolgens bepaalt artikel 67, derde lid, dat de leden van de Kamers dit op een onafhankelijke manier dienen te doen. Zij stemmen zonder last. Hiermee hebben Kamerleden grondwettelijk een onafhankelijke en zelfstandige positie binnen onze parlementaire democratie. Alhoewel deze positie de iure onomstreden is, is deze positie de facto aan ernstig verval onderhevig. Oftewel: het staat er wel zo mooi, maar het werkt anders.

In de praktijk functioneren Kamerleden alles behalve zelfstandig. Zij maken (praktisch) altijd deel uit van een politieke partij. Aanvankelijk vervulden deze partijen een ondersteunende rol voor min of meer gelijkdenkende Kamerleden. Tegenwoordig spelen deze partijen een sleutelrol binnen de politiek. Het politieke beleid wordt niet langer bepaald door de leden van de Tweede Kamer zelf, maar door het bestuur van hun politieke partij. Daarmee is de Grondwettelijke onafhankelijkheid tot een staatsrechtelijke fictie gedegradeerd. Partij- en fractiediscipline bepalen het politieke handelen van Kamerleden en daarmee de besluitvorming binnen het parlement. Zo was het partijvoorzitter Lilianne Ploumen die uiteindelijk Job Cohen het mes in de rug stak.

Helaas heeft deze ontwikkeling zich de afgelopen eeuw stevig geworteld in ons politieke bestel. Partijen hebben het machtsvacuüm ingevuld dat op regeringsniveau is ontstaan sinds de rol van de Koning is ingeperkt. Partijbesturen bepalen de koers in de ministerraad en welke minister een toekomst heeft. De macht van partijen is inmiddels zo sterk geworden, dat ook al worden ministerschap en Kamerlidmaatschap door verschillende personen uitgeoefend, deze verschillende personen toch niet als aparte individuen kunnen functioneren.

Deze machtige rol voor de partijtoppen kan dodelijk zijn voor onze democratie. Omdat de politieke partijen de afstand tussen regering en parlement hebben overbrugd, zijn zij in staat het functioneren van onze democratie ingrijpend te manipuleren. Een fundament van de Nederlandse democratie is de scheiding der machten en het daaraan inherente dualisme tussen regering en volksvertegenwoordiging. Wanneer de afstand tussen de regering en (een meerderheid in) het parlement verdwijnt, dan is de controlefunctie van het parlement niet langer gewaarborgd. Zodra het politieke debat verdwijnt uit de Kamer wordt de volksvertegenwoordiging namelijk buiten spel gezet. Eenieder die hier aan mee werkt of dit ondersteunt aanvaard de consequentie dat de Nederlandse politiek totaal ontspoort en de stem van het volk verdwijnt in een Haagse poppenkast. Helaas heeft blijkbaar niet iedereen voldoende politiek inzicht om deze consequentie onaanvaardbaar te achten.

Het probleem kan worden opgelost wanneer Kamerleden niet langer onvoorwaardelijk gehoorzaam zijn aan hun partij of fractie. Zij moeten net als vroeger luisteren naar het electoraat en meer naar eigen inzicht handelen. Uiteraard kan er daarbij nog steeds een (ondersteunende) rol bestaan voor de partijen, maar de machtsverhoudingen dienen weer in balans te worden gebracht. Dit vergroot democratische legitimatie en stimuleert politieke participatie. Doordat Kamerleden een eigen stem krijgen binnen hun partij valt er meer te kiezen voor de burger. Naast de keuze voor een bepaalde partij en de daaraan verbonden denkbeelden, kan men dan ook werkelijk kiezen voor een specifiek persoon binnen die partij.

Dit kan door het verlagen van de voorkeurdrempel. Zoals Pechtold (D66) als minister in 2005 al voorstelde zal een verlaging van de voorkeurdrempel naar 12,5% het personele element in ons kiesstelsel versterken en tevens de ijzeren fractiediscipline kunnen doorbreken. Kamerleden zijn dan voor een plek in de Kamer immers niet meer volledig afhankelijk van hun partij. Deze zelfstandigheid zal bijdragen aan een terugkeer van het dualisme tussen regering en parlement. Want zodra Kamerleden zich vrij voelen om eventueel anders te stemmen dan de rest van hun fractie, zal het debat terugkeren naar de Kamer. Op deze manier neemt de Tweede Kamer haar controlerende taak weer op zich. Immers, zoals Thorbecke al schreef in zijn Narede van 1869: “…vermenging van wetgevende en uitvoerende magt (…) ware een erg misverstand”. Het is dus van groot belang dat dit ‘misverstand’ uit de weg wordt geruimd.

Dit betoog is begonnen met de constatering dat ons parlementaire democratie altijd aan verandering onderhevig is geweest. Op dit moment is het weer tijd voor een verandering. Een verandering die zorgt voor grotere politieke participatie, een betere scheiding van de machten en meer democratische legitimatie. Door de voorkeursdrempel te verlagen kunnen Kamerleden zich onafhankelijker van hun politieke partij profileren. Op die manier komt het volksbelang boven het partijbelang te staan, waardoor de Kamer opnieuw serieus kan worden genomen in haar representerende en controlerende taken.

Fractie Leidse Conservatief Liberalen (LCL), Universiteit Leiden

Noot van de redactie: Op 31 mei 2013 vindt de plenaire sessie van het studentenparlement plaats. Studenten-fracties van verschillende universiteiten debatteren dan in de zaal van de Tweede Kamer met elkaar over een door een regering van hoogleraren staatsrecht voorbereid voorstel. Deze post is in dat kader. Andere fracties die een bijdrage willen laten plaatsen kunnen mailen naar redactie@publiekrechtenpolitiek.nl

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 22/04/2013 om 21:34

Partijen hebben het machtsvacuüm ingevuld dat op regeringsniveau is ontstaan sinds de rol van de Koning is ingeperkt.

Met alle respect, dat is onzin. Partijen zijn een gevolg van universeel stemrecht en van het afschaffen van het districtenstelsel, niet van het inperken van de rol van de koning. Daarom bestaan partijen tegenwoordig ook in landen zoals Marokko en Jordanië waar de koning nog flink aan de touwtjes trekt.

Stemrecht voor iedereen betekent ook stemrecht voor mensen die weinig van politiek weten, bij voorbeeld omdat ze wel wat beters te doen hebben dan elke avond naar Pauw & Witteman kijken. Voor deze meerderheid van kiezers zijn partijen een onmisbaar filter. In de gaten houden wat “mijn partij” grofweg uitspookt is veel makkelijker dan een hele groep individuele kamerleden in de gaten houden. De enige andere manier om dat probleem op te lossen is via een districtenstelsel, zoals we dat voor 1917 hadden. Maar dat is dan weer het einde van art. 50.

2 Super De Boer 24/04/2013 om 00:36

Wat Martin zegt. Zo herinner ik het me althans, Martin heeft het over 1917 alsof ie erbij was 😉

8) Dat neemt echter niet weg dat het negeren van fractiediscipline – zie bijvoorbeeld oud VVD-senator Wiegel in zijn nacht, meer recent de Tweede Kamerleden Ferrier en Koppejan i.r.t. de gedoogconstructie met de PVV en naar het schijnt ook regelmatig OSF-senator De Lange – wel zorgt voor bijblijvende momenten in de vaderlandse politieke geschiedenis. Ik ben zelf meestal geneigd parlementariërs met afwijkend stemgedrag opeens heel erg integer te vinden, ook al ben ik het met het standpunt inhoudelijk niet eens (Wiegel). Zo beschouwd zou versterking van het persoonlijke mandaat wellicht een goede ontwikkeling zijn. Wat mij betreft echter nooit in combinatie met of ter verzachting van verhoging van de kiesdrempel voor het behalen van zetels door partijen. En bovendien: ook onder de huidige regels rolt kwaliteit er wel doorheen. Zie ene Pieter Omtzigt. Die heeft de laatste keer dermate veel voorkeurstemmen gekregen, dat ie zich nu schuldig voelt als ie een dag geen Kamervragen stelt 🙂

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: