‘Leugenaar!’

door GB op 21/02/2010

in Haagse vierkante kilometer

Het staatsrecht stond er weer fraai op, deze week. Zowel achter de interruptiemicrofoon als vanuit Vak K werden luidkeels schendingen geconstateerd en aan de kaak gesteld. Ze waren allemaal van het type: misschien vindt u dat wel, of misschien heeft u wel gelijk maar u mag het staatsrechtelijk niet zeggen. Het staatsrecht als inrijverbod voor de bekende weg. De daarbij behorende mantra’s zijn: ‘de eenheid van de Kroon’ (waarbij eventuele kennis van persoonlijke opvattingen van de majesteit ontkend moet worden), ‘het kabinet spreekt met één mond’ (waarbij evidente verschillen in opvattingen genegeerd moeten worden) en ‘in dit huis wordt niet gelogen’ (waarbij een parlementariër alleen met heel veel meel in de mond mag zeggen dat hij vindt dat iets niet klopt). De eerste twee mantra´s heb ik al eens eerder geprobeerd te relativeren, en nu dan ook de derde. We moeten naar mijn stellige overtuiging niet zo krampachtig omgaan met dit soort dingen.

Begrijp me goed. Ik wil geen enkele poging doen om het lompe optreden van Verdonk te verdedigen, anders dan dat iedereen het recht heeft om zichzelf te diskwalificeren. En ik ben ook een groot voorstander van voorzitterlijk ingrijpen bij voortduring van Verdonks halfdronken gebral. Alleen heeft het met het staatsrecht weinig van doen. Het is meer quasi-staatsrecht dat tot verplichte onwaarachtigheid zou leiden. Laat ik voor de zuiverheid het ‘leugenaar’-voorbeeld van donderdag nemen, toen SP’ster Gesthuizen de collectieve verontwaardiging over zich heen kreeg. Het was een debat over de TNT en er ontstond een conflict over de vraag of de markt voor fysieke post nu wel of niet aan het slinken was. Staatssecretaris Heemskerk vond van wel. Hij kreeg immers zoveel mailtjes en sms´jes tegenwoordig. Dan zegt Gesthuizen:

Ik heb de staatssecretaris gevraagd om aan te tonen dat de postmarkt krimpt. De staatssecretaris zegt dat aan te kunnen tonen, maar volgens mij liegt hij daarover. Hij kan het immers helemaal niet aantonen.

Dan volgt enig gehakketak tussen de voorzitter, Gesthuizen, Graus en de staatssecretaris en dan stelt de laatste:

Door de groeiende populariteit, zoals iedereen die kan zien, van e-mail, e-factureren en internetbankieren, nemen ouderwetse papieren poststromen af en kiezen mensen, helaas, vaker voor een digitale kerstkaart dan voor een papieren kerstkaar. Dat kan je overal zien. Dus als de SP dat niet gelooft … Ik heb ook cijfers genoemd. TNT zelf heeft aangegeven dat het aantal poststukken daalt. TNT heeft er geen enkel belang bij om dat zo nadrukkelijk te stellen, maar doet dat wel. Zij schatten in dat dit voor tweederde, dus voor verreweg het grootste deel, het gevolg is van nieuwe technologische ontwikkelingen. Ontken die realiteit niet, zou ik toch willen zeggen tegen de SP.

Een argeloze lezer krijgt het vermoeden dat hier een debat gaande is. Eén iemand vindt dat er gelogen wordt en de ander zegt met meer woorden hetzelfde. Die argeloze lezer kan tevreden zijn: de Tweede Kamer is inderdaad bedoeld voor debatten. Het wordt zelfs nog een beetje feller, als Heemskerk er nog een ad hominem tegenaan gooit:

Mevrouw Gesthuizen wil wellicht terug naar de tijd van de postkoets en ouderwetse omgangsvormen. Wij kennen de grote nostalgie bij de SP. Die tijd komt dus niet meer terug. Mevrouw Gesthuizen kan nu wel blijkbaar boos de zaal verlaten, maar ik erken alleen dat de wereld verandert en dat bedrijven zich daaraan aanpassen.

Maar wat gebeurt er? De rest van het debat gaat vervolgens over het feit dat Gesthuizen het woord ‘liegen’ in de mond heeft genomen. Gesthuizen – wellicht ingefluisterd door Marijnissen dat het hier weer een flapdrol betreft – houdt echter vol. De bewering dat de postmarkt krimpt is onvoldoende onderbouwd, en ze dient een motie in om dat te laten uitzoeken. Heemskerk – wellicht opgehitst door de eveneens aanwezige Donner – trekt principieel van leer:

Het principiële punt is eigenlijk nog belangrijker. Zolang mevrouw Gesthuizen mij een leugenaar noemt, informeer ik haar niet, omdat zij mij niet vertrouwt. In die zin hoef ik de aanname van deze motie niet eens te ontraden. […] De vertrouwensregel houdt in dat de Kamer erop vertrouwt dat het kabinet informatie aanlevert. De Kamer kan niet zo maar roepen dat het kabinet liegt. Als je meent dat dit het geval is — die mening mag een Kamerlid uiteraard hebben — heb je geen vertrouwen meer in de betreffende bewindspersoon. Dan dien je dus een motie van wantrouwen in en stuur je hem weg. Dat moet mevrouw Gesthuizen dus doen. Zij kan niet zeggen dat ik lieg en dat ik moet bewijzen dat ik dat niet doe. Nee, ik lieg niet.

Dit nu, is grote onzin. Uit het feit dat Gesthuizen een motie indient om onderzoek te laten doen blijkt dat ze zich wel degelijk wil laten overtuigen. Dat ze dan misschien beter ‘bluffer’ had kunnen gebruiken, mag zo zijn. Maar artikel 68 van de Grondwet zegt helemaal niet dat alleen die kamerleden die alles geloven wat de minister zegt geinformeerd moeten worden. Bovendien: stel ze dient een motie van wantrouwen in, en die wordt verworpen. Blijft ze dan uitgesloten van het recht op inlichtingen?

De vraag of het woord ‘liegen’ nu wel of niet fatsoenlijk is om in de Tweede Kamer te gebruiken is een zinvolle. Maar die wordt niet beslist door de vertrouwensregel. Uberhaupt niet meer door het staatsrecht. Vroeger gold de schrap-bepaling in het Reglement van Orde. De voorzitter kon toen bepaalde teksten uit de Handelingen laten schrappen. Het verwijt ‘liegen’ trof regelmatig dit lot. (zie: Over lijken, van Peter Bootsma en Carla Hoetink). Tegenwoordig schrappen we niet meer, maar moeten we het met een weerwoord doen. Het publiek kan dan zelf oordelen wie er gelijk heeft. De enige die terugwil naar ouderwetse omgangsvorm lijkt dus staatsstecretaris Heemskerk zelf.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: