Leve de onafhankelijke commissaris

door PWdH op 10/07/2009

in Uncategorized

Als een van de oorzaken van de (krediet-)crisis wordt de zgn. activistische aandeelhouder genoemd, het type aandeelhouder dat in korte tijd een hoog rendement wil behalen. In de kwade variant gaat dat met een ‘na ons de zondvloed’-mentaliteit en laat de a.a. het bedrijf berooid achter. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het dagbladenconcern PCM, dat dankzij Apax met zo’n grote schuldenlast werd opgezadeld dat het er bijna aan onder door ging. Als je de deskundigen mag geloven zijn er overigens ook ondernemingen beter geworden van activisme van de zijde van de aandeelhouder(s).

Ondertussen was het activisme juist geintroduceerd (uitbreiding aandeelhoudersrechten) om allerlei beloningsexcessen de kop in te drukken. Dat is in elk geval niet gelukt. Recent heeft de commissie-Frijns (Monitoring Commissie Corporate Governance Code (‘code-Tabaksblat’)) voorstellen gedaan om de balans tussen de verschillende organen in de onderneming te verbeteren, lees om de geest weer in de fles te krijgen en de activisten te beteugelen. Een deel daarvan is een wetsvoorstel gegoten.

Concreet gaat om een verlaging van het percentage aandelenbelang waarbij aandeelhouders zeggenschap en kapitaalbelang moeten melden (van 5 naar 3%). Bovendien moeten ze bij 3% hun intenties bekend maken (en wijzigingen doorgeven). Het percentage aandelenbelang dat recht geeft zaken te agenderen in de aandeelhoudersvergadering wordt juist verhoogd (van 1 naar 3%).

Het zijn vast stappen in de goede richting: als een activist met 3% zich verplicht moet melden aan het loket met de intentie de balans leeg te eten, weet het bestuur van de onderneming in elk geval uit welke hoek de wind waait. (En het is lekker simpel, alles op 3%.) Aan de andere kant: je zult maar een kleine belegger zijn en niet meer kunnen agenderen (hoeveel procent schraapt de VEB gemiddeld eigenlijk bij elkaar?).

Een meer fundamentele discussie wordt dezer dagen in het Financieel Dagblad aangezwengeld door professor De Kluijver, die het idee van de aandeelhouderswaarde ter discussie stelt. Dat tot voor kort dominante perspectief verhoudt zich niet goed met maatschappelijk verantwoord ondernemen en doet werknemers, klanten en samenleving waarin de onderneming opereert tekort. Met de kredietcrisis als wake up call is het tijd voor een andere visie op corporate governance.

Aandeelhouders zouden volgens de Amsterdamse hoogleraar moeten (blijven) gaan over karakter en identiteit en blijven beslissen bij tegenstrijdig belang, inclusief over de beloning van bestuurders. Met maatschappelijk verantwoord ondernemen moeten we ze echter niet vertrouwen: dat is immers al snel tegenstrijdig aan hun eigenbelang. Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet daarom worden overgelaten aan bestuur en commissarissen. Zij moeten een riskante door de aandeelhouders opgedrongen strategie kunnen weigeren uit te voeren, evenals ze een schuldenlast à la PCM moeten kunnen afweren.

Tot zover weinig nieuws. Het aardige van het stuk is dat hij deze visie ook meteen operationaliseert. De positie van bestuur en commissarissen moet worden versterkt zodat ze ook echt gezaghebbend ‘nee’ kunnen zeggen. De Kluijver ziet een eerste drempel in het optrekken van een instemmingspercentage voor ontslag tot tweederde van de stemmen met een quorum van een derde van de aandeelhouders. Bovendien zou voor belangrijke besluiten de instemming van de meerderheid van de onafhankelijke commissarissen vereist moeten zijn, met het in de code-Tabaksblat op te nemen vermoeden dat wanneer die meerderheid er niet is, er sprake is van ‘gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen’.

Het is namelijk precies deze formule waaraan de Ondernemingskamer van het hof Amsterdam zijn bevoegdheid ontleent een onderzoek uit te schrijven en maatregelen te treffen. Met een ‘eenvoudig contractje’ kan commissarissen de bevoegdheid worden toegekend in zo’n geval zelf naar de Ondernemingskamer te stappen. De zaak kan zo worden ingevoerd: voor aanpassing van de code-Tabaksblat volstaat een amvb. Daarmee zouden good morals en good economics weer beter in evenwicht komen. In elk geval kunnen commissarissen hun poten weer wat beter stijf houden tegenover de a.a.

Het lijkt me een nuttig en praktisch voorstel. Desalniettemin: welke regels we ook verzinnen, uiteindelijk zullen we het echter toch vooral moeten hebben van het gezond verstand van onze commissarissen, en hun moed om eigenwijs door te vragen (ook als doorvragen dom lijkt) en aandeelhouders desnoods te trotseren. Misschien is dat wel een vak apart, en moeten we toe naar de beroepscommissaris? Die bij pakweg drie ondernemingen tegelijk toezicht mag houden. Dat levert volgens mij een prima inkomen op. De vergelijking is gemankeerd, maar toch: dat zou in de verte lijken op de beroepsrekenkamerleden die we kennen sinds de introductie van de lokale rekenkamers in gemeenteland.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: