Levend volkenrecht

door GB op 24/01/2010

in Haagse vierkante kilometer

Het rapport van de Commissie Davids heeft ten minste dit effect: de beoefenaren van het volkenrecht zien zich gesterkt in hun pogingen de politieke afweging te normeren in plaats van alleen te legitimeren. Dat lijkt mij een terechte conclusie na het lezen van een artikel van Nollkaemper in het NJB. Mede door het hoge juridische gehalte van de commissie staat nu immers min of meer ‘vast’ dat er geen adequaat volkenrechtelijk mandaat aanwezig was: Davids als de engel met een vurig zwaard om te voorkomen dat politici al te gemakkelijk van de boom van de kennis van het volkenrecht snoepen. Eindelijk kan worden afgerekend met het argument waar zowel het volkenrecht als het staatsrecht in de politieke arena mee te maken hebben: ‘zoveel geleerden, zoveel opvattingen’. Nollkaemper schrijft:

Het zowel door de ambtelijke top als de regering (en ook nog door de Minister-President in zijn eerste reactie op het rapport) gehanteerde argument dat het volkenrecht erg onduidelijk is en dat er door verschillende experts verschillend over wordt gedacht, en dat derhalve de regering op goede gronden voor de ‘corpus-theorie’ kon kiezen, maakt een karikatuur van het volkenrecht. Het feit dat voor twee tegengestelde standpunten argumenten kunnen worden aangevoerd, betekent nog niet dat beide voldoende plausibel zijn om een besluit om ten strijde te trekken te kunnen dragen.

Onder het motto ‘je moet het ijzer smeden als het heet is’ trekt hij daarna meteen nog wat meer conclusies op basis van het volkenrecht. Een oorlog-zonder-mandaat is synoniem voor een onrechtmatige oorlog (kennelijk is er geen andere rechtvaardiging denkbaar c.q. aan de orde). Militair materieel door Nederland laten vervoeren is wellicht ook onrechtmatig. En het bieden van politieke steun aan een onrechtmatige oorlog eigenlijk ook. En zo wordt er nog meer munitie geleverd voor een echt rechterlijk oordeel over de opstelling van Nederland in de Irakoorlog. Bovendien, als we Davids echt willen volgen dan zullen we in de toekomst ook in de ‘grote kwesties’ van de buitenlandse politiek (Israël, Afghanistan, Iran) het internationale recht serieuzer moeten nemen.

Vanuit de constatering dat het volkenrecht gelijk had, stelt Nollkaemper de interessante vraag waarom het volkenrecht in het politieke proces geen gelijk heeft gekregen. Waar waren de juristen? Waarom zijn ze niet dreigender geweest dan de constatering dat er van een ‘flinterdunne’ juridische redenering sprake was? En heeft het volkenrecht er eigenlijk wel ooit toe gedaan? Is er niet gewoon een politiek besluit genomen, dat verkocht is met het best beschikbare juridische argument? Het mondt allemaal uit in deze observatie van Nollkaemper over de opinie-Van Walsum:

[H]et zou zo maar kunnen dat de kanttekening een zeldzame openhartige uiting is van een diepe, verborgen onderstroom [om politiek boven recht te stellen, GB] in het Nederlandse buitenlandse beleid die maakt dat op dit punt in de praktijk Nederland en de Verenigde Staten dichter bij elkaar liggen dan we gewoonlijk aannemen.

Sommige beoefenaren van het staatsrecht zullen licht jaloers achterblijven. Omdat zij het zullen moeten blijven doen met de verwijzing naar ‘verdeeldheid onder de geleerden’ en op zijn best de ‘levendigheid’ van hun vakgebied. Misschien toch maar een permanente Commissie Kortmann instellen?

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 FJJ 24/01/2010 om 13:58

Vandaag in Buitenhof was de door de auteur aangewezen strijd tussen politiek en recht weer levendig zichtbaar. De analyse van de uitspraken van Eurlings over de functie van de ANWB liep nogal uiteen.

Engels: 'staatsrechtelijk onjuist' vs Hillen: 'Politiek volstrekt normaal'

2 JU 26/01/2010 om 16:05

Hillen als een soort Van Walsum die meent dat 'er bij dit soort dingen nog wel meer overwegingen een rol spelen dan alleen maar het staatsrecht'?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: