Liberaal reveille?

door JWvR op 27/05/2010

in Haagse vierkante kilometer

Als we de peilingen mogen geloven, wordt de VVD bij de komende Tweede Kamer-verkiezingen de grootste partij van het land. Toegegeven, peilingen zijn maar peilingen en de weg naar 9 juni is misschien niet erg lang, maar ongetwijfeld nog wel vol hobbels. Er moeten nog een aantal debatten gevoerd worden en met name Balkenende zal blijven hameren op zaken als hypotheekrenteaftrek  en premierschap. Maar toch, de voortekenen zijn uitermate gunstig. Het CDA worstelt met een impopulaire leider en de last van een aantal voortijdig beëindigde kabinetten. De PvdA, volgens de peilingen de grootste concurrent van de VVD, blijft een kwetsbare partij. De Messias van de sociaaldemocraten, Job Cohen, blijkt daarnaast niet het campagnedier te zijn waar aanhangers op hadden gehoopt. De PVV ten slotte slaagt er de laatste tijd maar niet in de aandacht van de media voor zich te winnen. (‘It’s the economy stupid.’)

Mocht het Rutte c.s. lukken de goede vooruitzichten op 9 juni te verzilveren, dan zou dat een politieke verschuiving van formaat zijn. Bovendien zou dit normaal gesproken betekenen dat de liberalen in een nieuw kabinet de premier (Rutte of toch zijn tante uit Brussel?) mogen leveren. En dat is sinds de periode 1913-1917 niet meer voorgekomen. Na die tijd verdeelden confessionelen en sociaaldemocraten altijd de poet. De laatste minister-president van liberale signatuur was Pieter Cort van der Linden (1846-1935), een bedaagd heerschap dat, voordat hij door Hare Majesteit tot het ambt van eerste minister werd geroepen, hoogleraar staatshuishoudkunde, minister van Justitie en Staatsraad was geweest. Cort van der Linden gaf leiding aan een extraparlementair kabinet. Pogingen van de liberalen, die zelf voor één keer als eenheid optraden, om in 1913 de sociaaldemocraten bij de regering te betrekken, waren op niets uitgelopen.

De regeerperiode van het kabinet van Cort van der Linden viel voor een groot deel samen met de Eerste Wereldoorlog. Dit stelde Cort van der Linden in staat langer aan te blijven dan anders van een extraparlementair kabinet te verwachten was; partijen waren het erover eens dat in deze crisisomstandigheden een regering geen pootje gelicht mocht worden. Dankzij de relatieve binnenlandse politieke rust waaronder hij zijn werk kon doen, lukte het Cort van der Linden wat zijn voorgangers in de jaren ervoor niet gelukt was – een oplossing vinden voor de twee kwesties die decennia lang het politieke beeld hadden bepaald: de kieskwestie en de schoolstrijd. Cort van der Linden trad op als makelaar tussen de verschillende partijen. Het compromis dat hij smeedde, leidde tot de bekende Grondwetswijziging van 1917 waarbij zowel het algemeen mannenkiesrecht als het recht op subsidie voor bijzonder onderwijs werd vastgelegd. Ironisch genoeg, luidde deze grote daad ook meteen het definitieve einde in van de liberale heerschappij in het parlement. Deze was weliswaar sinds het einde van de 19e eeuw al tanende, maar had vanaf 1848 toch een groot stempel op de politiek gedrukt. Cort van der Linden, zo verwoordt Henk te Velde het in ‘Land van kleine gebaren’, was daarmee de executeur-testamentair van het negentiende-eeuwse liberalisme.

Staan wij aan de vooravond van een liberaal reveille? Uiteraard vormen de liberalen, zeker als je ook D66 meerekent, al weer enige decennia lang een factor van betekenis in de vaderlandse politiek. De VVD heeft recentelijk bovendien wel eens eerder voor in de peilingen gestaan. Dat wil zeggen: totdat Pim op het toneel verscheen. Voor een dergelijke verrassing hoeft de partij vandaag echter niet bang te zijn. Parallellen trekken tussen 1917 en nu lijkt betrekkelijk zinloos. Of het moet zijn dat de liberalen nu bij verkiezingswinst evenals hun voorgangers een kleine honderd jaar geleden aan het roer zouden komen te staan in een tijd van mondiale crisis. En een crisis, zo toonde Cort van der Linden aan, biedt ruimte voor hervormingen die normaal gesproken niet realiseerbaar zijn. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat wij zulke hervormingen ook van Rutte mogen verwachten. Zoals eerder op dit blog werd bericht, is invoering van de gekozen burgemeester zo ongeveer de enige vernieuwing die de VVD op staatsrechtelijk gebied voor ons in petto heeft. Op economisch vlak springt verhoging van de AOW-leeftijd in het oog, maar daarin staan de liberalen niet alleen.

Zal dit gebrek aan vernieuwingsdrift een gemiste historische kans blijken? Wie weet. Rutte, zelf historicus, zal, Cort van der Linden indachtig, echter ongetwijfeld kunnen uitleggen dat ‘change’ niet per se een winnende formule is.  (In een interview heeft Rutte de lezer eens toevertrouwd dat zijn favoriete historische werk een vierdelige biografie over de Democratische President LBJ (1963-1969) is – ook een politicus wiens hervormingen, rassensegregatie in het Zuiden van de VS, zijn partij op korte termijn duur zijn komen te staan.) Vernieuwing, en alle zegeningen die daarmee gepaard gaan, laat de VVD waarschijnlijk graag aan haar progressieve broertje D66 over.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Frits Burghardt 28/05/2010 om 00:42

Réveil graag! Reveille is iets in kazernes, ‘s-morgens vroeg, met trompetten.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: