Luiheid en perfectionisme

door IvorenToga op 23/04/2013

in Rechtspraak

Post image for Luiheid en perfectionisme

Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat rechters niet op het aantal door hen vervaardigde vonnissen konden worden aangesproken. De afwezigheid van productiedruk kon daardoor gemakkelijk twee afgeleide hoofdzonden warm houden: luiheid en perfectionisme. Zeker bij civielrechtelijke zaken, waar in de meeste gevallen geen dwingende wettelijke termijnen golden, leidde de aanwezigheid van een van deze twee eigenschappen ertoe dat dossiers soms maandenlang op het bureau van de behandelende rechter bleven liggen. Als dat tot voorbeeldige vonnissen zou hebben geleid, was het misschien nog niet zo erg geweest. Maar perfectionisme garandeert allerminst een optimaal resultaat – om van luiheid maar niet te spreken.

De verandering van deze situatie begon met het bijhouden van ieders individuele productie. Dat was voor sommigen ineens heel bedreigend, ook al werden aan de tellingen aanvankelijk geen consequenties verbonden. Maar het duurde niet lang, voordat men eraan gewend raakte dat leidinggevenden rechters erop konden aanspreken, als zij minder vonnissen dan een gestelde norm en/of dan hun collega’s hadden afgescheiden. Overigens hoefde (en hoeft) dat niet tot gevolgen te leiden: sommige zaken zijn nu eenmaal aanzienlijk ingewikkelder dan andere en vergen meer tijd.

In strafzaken worden verrichtingen van rechters doorgaans niet gemeten aan de hand van het aantal vonnissen dat ze produceren, maar op basis van het aantal zittingen dat ze doen. Daarbij worden vonnissen in politierechterzaken vrijwel altijd mondeling uitgesproken en komt daarvan niet meer dan een aantekening in een standaardformulier op papier. In zaken van meervoudige strafkamers zijn het de griffiers die, voor een fors deel met gebruikmaking van standaardbouwstenen, de vonnissen concipiëren, die de rechters vervolgens – al dan niet na het aanbrengen van wijzigingen – ondertekenen. Anders dan in de meeste civielrechtelijke zaken schrijven de rechters vonnissen in strafzaken niet zelf.

Strafzaken zijn ook anders dan civiele gedingen, doordat daarvoor veel strakkere termijnen gelden. Zo bepaalt de wet dat vonnissen die op schrift worden gesteld, uiterlijk twee weken na de behandeling van de zaak op de terechtzitting moeten worden uitgesproken (en op papier moeten worden uitgereikt). Voor luiheid en perfectionisme is dus geen plaats.

Deze strakke wettelijke regel legt een grote druk op rechters en griffier. De termijn van twee weken is nu eenmaal onverbiddelijk. Nou ja, onverbiddelijk …. De termijn van twee weken begint officieel te lopen op het moment waarop de voorzitter het onderzoek ter terechtzitting sluit. Dat is door de bank genomen meteen nadat de verdachte zijn laatste woord heeft uitgesproken. Hij weet dan uiterlijk twee weken later waar hij aan toe is. En dat wordt, terecht, als een groot goed beschouwd.

Toch gaat het soms anders. Dat gebeurt met name in omvangrijke zaken waarin de rechtbank niet in staat is binnen die strakke termijn van twee weken een behoorlijk vonnis te produceren – en dan zijn we nog niet in de buurt van perfectionisme. In zulke gevallen wordt, om extra tijd te creëren, het moment van sluiting van het onderzoek opgeschort tot zoveel weken na het laatste woord van de verdachte als de rechtbank nodig heeft. Voor die sluiting houdt de rechtbank een afzonderlijke zitting, waarop niets anders plaatsheeft dan die sluiting met de daarbij horende mededeling wanneer het vonnis zal worden uitgesproken. (Dat moment is al vlak voor het eind van de “echte” terechtzitting officieus aangekondigd.) Het is een spookzitting, waarop alleen de rechters, de griffier en de (of een) officier van justitie aanwezig zijn, maar die formeel wel moet worden gehouden.

Is deze gang van zaken wenselijk? Als een verdachte zijn uitspraak in vrijheid kan afwachten, is het vooral een “liever niet”, maar verder wel acceptabel. Voor een verdachte die in voorlopige hechtenis zit, is elke dag extra onzekerheid over de uitslag echter een dag te veel. In zaken met gedetineerde verdachten moet het uitstellen van de uitspraak dan ook tot elke prijs worden vermeden en zal men moeten proberen zo goed en zo kwaad als het kan binnen twee weken een vonnis op tafel te leggen. Tot elke komma en punt perfect zal dat vonnis niet zijn. Maar het zal wat de motivering van bewijs en straf betreft aan de eisen moeten voldoen.

Onlangs heeft de Raad voor de rechtspraak als reactie op het veel besproken “manifest” toegezegd dat minder eenzijdig op productie dient te worden gestuurd. Men leest dat als toestemming om meer tijd aan het maken van vonnissen te besteden. Hoe de Raad dat in strafzaken denkt te realiseren, is mij niet duidelijk. De wet is immers onverbiddelijk en de Raad kan de wet niet veranderen, al zou hij bij de wetgever wel voor een wetswijziging kunnen pleiten. Voor de hiervoor besproken praktische oplossing is de Raad niet nodig.

Het komt dus, zoals vaak, vooral op de praktische inventiviteit van de rechters neer ervoor te zorgen dat zij – ondanks het wettelijke keurslijf – binnen twee weken na sluiting van het onderzoek met een behoorlijk vonnis komen en op die manier voldoende kwaliteit leveren.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter Rechtbank Amsterdam

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: