Magie en de vrijheid van onderwijs

door JAdB op 30/01/2015

in Bestuursrecht, Grondrechten

Post image for Magie en de vrijheid van onderwijs

Op menige christelijke school worden op aandringen van ouders, bepaalde “magische” boeken, zoals Harry Potter, van de boekenlijst geschrapt. Deze praktijk beperkt zich niet tot streng gereformeerde scholen. Ook op een aantal open protestants-christelijke scholen komt de spreuk “Expelliarmus” niet in het vocabulaire van de leerlingen voor; althans, dat is de bedoeling. Deze praktijk stuit op onbegrip en verzet. Deze scholen worden immers door de overheid bekostigd. Waarom zou de samenleving scholen moeten steunen die leerlingen van diezelfde samenleving willen afschermen? In dit verband wordt wel gepleit voor opheffing van de bekostiging van het bijzonder onderwijs, onlangs nog door kinderboekenschrijfster Van Oordt in Trouw. We zouden dit het perspectief van de vrijheid van informatie kunnen noemen. Opvattingen, meningen en kunstuitingen dienen overal te kunnen doordringen, zeker op scholen. Alleen dan kunnen kinderen worden opgevoed tot kritische maar verdraagzame burgers en zo bijdragen aan de samenleving, zo is de redenering. Maar het is de vraag of het denken vanuit de informatievrijheid voldoende tegemoet komt aan een ander, voor de samenleving even relevant perspectief: het belang van goed onderwijs.

Velen hebben ideeën over hoe kinderen door onderwijs tot het goede leven moeten worden gebracht. Voor wat het goede leven inhoudt en wat goed onderwijs is, bestaat evenwel geen harde maatstaf. Tegelijkertijd is het van groot belang dat ideeën over de verbinding van onderwijs met een perspectief op het goede leven aan een scholenstelsel ten grondslag liggen. Onderwijs voor kinderen is niet louter een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Het gaat erom dat kinderen groot kunnen worden in een systeem, waarin naast de bevordering van adequate kennis aandacht wordt besteed aan de vorming vanuit waarden en idealen en waarin de afstand tot “thuis” niet te groot is. Ook een docent die zijn eigen visie op het onderwijs en op het leven met de leerlingen kan delen, die met andere woorden met zijn volledige persoonlijkheid zijn vak kan uitoefenen, zal naar verwachting goede kwaliteit kunnen bieden. Daarom is het een groot goed dat Nederland een volledig door de overheid bekostigd stelsel kent, waarin aan scholen een grote mate van vrijheid wordt gegund bij het geven van onderwijs en het inrichten van de organisatie.

Hieruit blijkt maar weer dat de onderwijsvrijheid van artikel 23 Grondwet nog springlevend is. Daarin is immers bepaald dat de overheid verplicht is om het bijzonder onderwijs te bekostigen, naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs, mits aan de door de wetgever te stellen voorwaarden (“eisen van deugdelijkheid”) wordt voldaan. Deze eisen mogen echter niet onbeperkt worden gesteld: de vrijheid van onderwijs moet worden gerespecteerd. De Grondwet houdt zodoende rekening met het feit dat niemand de waarheid in pacht heeft, en verbindt daaraan de conclusie dat ruimte moet worden geboden aan initiatieven vanuit de samenleving om onderwijs te verzorgen. De overheid zorgt door bekostiging en regulering voor een divers onderwijslandschap, waar binnen algemeen geaccepteerde grenzen verschillende visies op wat goed onderwijs is tot uitdrukking kunnen komen. Er wordt mee bereikt dat ouders en leerlingen de vrijheid hebben om onderwijs te kiezen dat bij hen past, en dat de voorwaarden aanwezig zijn om tot volle ontplooiing van de persoonlijkheid en de kwaliteiten van het kind te komen. Onderwijsvrijheid in deze zin sluit niet af van de samenleving maar houdt haar juist gezond. Het bieden en ondersteunen van de individuele keuzevrijheid leidt op termijn tot voordeel voor de samenleving, aangezien deze daardoor kan worden samengesteld uit individuen die het optimale uit hun onderwijs hebben kunnen halen en die hun burgerschap kunnen uitoefenen door het gevormd zijn in een coherent waardensysteem dat een religie of levensbeschouwing of juist het democratische ideaal van een openbare school kan bieden.

Waar leidt dit toe voor de boekenlijst op religieuze scholen? Dat is in de eerste plaats de notie dat we heel voorzichtig moeten zijn om grenzen te stellen aan de uitoefening van de onderwijsvrijheid door anderen. Ook hier geldt dat we in principe ruimte moeten bieden aan afwijkende opvattingen die ons onwelgevallig zijn. Dat is slechts anders als die opvattingen naar algemeen inzicht een gevaar opleveren voor de democratie, het welzijn van de kinderen of het voortbestaan van de samenleving. In de tweede plaats kan worden vastgesteld dat er feitelijk niet veel aan de hand is, zolang de grote meerderheid van de scholen in Nederland wel plaats biedt aan “magische” boeken en er ook algemene voorzieningen zijn die toegang bieden tot deze lectuur (bibliotheken, boekhandels). Ten slotte zou de bepleite omvorming naar alleen openbare scholen – los van het feit dat deze in strijd zou zijn met artikel 23 Grondwet – een terugval opleveren. Daarbij zouden ‘moderne’ verworvenheden van het Nederlandse stelsel als keuzevrijheid, verscheidenheid van meningen en opvattingen en een sterke verbondenheid tussen scholen en ouders, nodeloos achterop kunnen geraken.

 

Paul Zoontjens, Jacob de Boer

[Paul Zoontjens is als bijzonder hoogleraar onderwijsrecht verbonden aan de Tilburg Law School. Jacob de Boer is als docent verbonden aan dezelfde instelling en redacteur van dit blog. De afbeelding is overigens de eerste pagina van de Grondwet van 1848, waarmee de onderwijsvrijheid is ingevoerd.]

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 CM 01/02/2015 om 17:37

Ik kan de conclusie van de auteurs wel volgen, maar waarom opereren zij onder de vlag van “het belang van goed onderwijs”? Ze lijken daarmee eigenlijk te bedoelen: het belang van diversiteit in onderwijsaanbod of het belang van onderwijs dat aansluit bij de opvattingen van de ouders. Met goed onderwijs heeft dat niet zo veel te maken. Ook een kind dat reformatorisch wordt opgevoed kan prima onderwijs krijgen op een openbare school waar enthousiast Harry Potter wordt gelezen. Omgekeerd kan een goddeloos kind prima onderwijs volgen op een protestants-christelijke school waar Harry en zijn vriendjes worden doodgezwegen. De auteurs geven zelf aan dat er geen harde maatstaf is te geven voor wat “goed onderwijs” is. Daarom is het des te merkwaardiger dat zij het belang van goed onderwijs zo prominent naar voren brengen.

Ik neem overigens aan dat de auteurs het ook op zullen nemen voor een school op atheïstische grondslag die de Bijbel en Koran uit de klaslokalen weert. Ook die moet gewoon door de overheid gefinancierd worden.

2 JADB 05/02/2015 om 10:31

Wat dat laatste betreft: ik ben zeker voor richtingvrije planning, zoals ook al door de Onderwijsraad in 2012 is geadviseerd. Dat godsdiensten en levensbeschouwingen door de onderwijswetgever op een voetstuk worden geplaatst vind ik, zoals overtuigend in uw bijdrage is betoogd, onterecht.

Wat het eerste betreft: het hangt af van de vraag hoe ruim je goed onderwijs opvat. Als je daar enkel de kwaliteit van de docenten en de leerstof (de didactiek) onder verstaat, gaat ons verhaal niet op. Wij denken echter dat de kwaliteit van het onderwijs ook beïnvloedt wordt door andere (omgevings)factoren, waaronder de mate waarin de schoolomgeving qua ideologie aansluit bij de thuissituatie, en de mate waarin een onderwijzer zich “thuisvoelt” op een school. Ook andere factoren zijn denkbaar, denk aan sociale veiligheid, schone klaslokalen, etc.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: