Man sloopt hond

door GB op 18/08/2010

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Man sloopt hond

In de door NRC’s Recht en Bestuur ingezette zomerserie ‘kleinvee in het recht’ (zie: de casus hollend konijn en ‘Punkie‘) vandaag ook hier een aflevering. Het begint met een hond die losbreekt van zijn ‘pennenketting’ en vervolgens een kat te grazen neemt. De kat komt later aan zijn verwondingen te overlijden. In Alphen aan den Rijn is dat een serieuze zaak: een overtreding van het aanlijnverbod. De hond wordt in beslag genomen en krijgt een paar dagen later een enkele reis richting dierenarts. Het was tenslotte niet de eerste keer dat hij bij een bijtincident betrokken was.

De veroordeling van het baasje strandt echter bij het Gerechtshof Den Haag, omdat het beest zelf onverwacht losbrak en al achter de kat aanholde voordat er iets gedaan kon worden. Na vrijspraak beveelt het Gerechtshof teruggave van de hond. En dan begint het gedoe.

De verzekering van de politie keert 1000 euro uit, maar dat vindt de eigenaar veel te weinig. Hij sleept de Staat voor de rechter om de resterende schade vergoed te krijgen. ‘Eiser stelt dat er sprake was van een tophond die drie jaar intensief was getraind en was opgenomen in het zogenaamde fokprogramma. Een gelijkwaardige hond heeft volgens eiser € 80.000,- à € 90.000,- aan dekgelden opgebracht en een reële vraagprijs voor vergelijkbare honden zou zijns inziens € 15.000,- tot € 25.000,- zijn geweest.’ Om nog maar te zwijgen over de emotionele schade die hij en zijn gezin sindsdien lijden.

Voordat er over geld gepraat kan worden zal eerst de onrechtmatigheid van het laten inslapen van de hond moeten worden vastgesteld. In het kader van de strafzaak had het gerechtshof al gesproken van het ‘onrechtmatig optreden van de politie, leidend tot de snelle dood van de hond’ maar aan die kwalificatie acht de civiele rechter zich niet gebonden. ‘De overwegingen van het gerechtshof hierover zijn gegeven in het kader van een prealabel beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafzaak, waaraan in civielrechtelijke zin geen gezag van gewijsde toekomt.’ Alleen de onschuld staat vast. De vraag of de handelingen destijds onrechtmatig waren trekt de civiele rechter naar zichzelf toe.

De civiele rechter, in casu mr. Hofhuis zelf, vindt echter niet het laten inslapen van de hond destijds ‘onrechtmatig’ was. Er was tenslotte sprake van verdenking van ‘doden, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken’ van die kat. Dan mag een hond in beslag genomen worden. Dat betekent niet dat die hond op kosten van de staat naar het hondenpension mag. De rechtbank is van oordeel ‘dat de officier van justitie in de gegeven omstandigheden in redelijkheid deze machtiging heeft kunnen geven. Honden zijn niet geschikt voor opslag gedurende langere tijd, terwijl bovendien de kosten van bewaring van de hond niet opwegen tegen de waarde van de hond.’

Wel staat vast dat de Staat verplicht is om – nu de hond niet (levend) kan worden teruggegeven – in plaats daarvan te betalen. En dus gaat de rechter uitgebreid in op de waarde van het beest en de eventueel geleden schade. De vraag is dan waarom het eigenlijk nodig was om de strafrechter zo expliciet aan te lijnen aan het vaststellen van schuld en boete. Misschien een reden die in het burgerlijk procesrecht ligt?

Met de waarde en de schade is de rechter in ieder geval snel klaar. Een expert schatte de waarde van de hond op 1400 euro, zodat er in ieder geval nog 400 euro moet worden overgemaakt. Het bedrag dat de hond volgens zijn baas meer waard was werd onvoldoende onderbouwd. Om een rapport van een expert te betwisten moet je ook meer meebrengen dan dat het beest zo goed getraind was. Met immateriele schade weet het burgerlijk recht in de regel wel raad: afwijzen. ‘Niet is gebleken dat bij eiser of (één van) zijn gezinsleden sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld als gevolg van de gebeurtenissen’.

Volgt afwijzing van de vordering en kostenveroordeling van ruim 2000 euro. Het baasje zal er wellicht de 400 euro die hij terugkreeg mee kunnen verrekenen. Wie procedeert om een hond…

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 PJK 18/08/2010 om 13:46

In deze serie mag ook de gisteravond uitgezonden aflevering ‘Da is mien bok!’ van de rijdende rechter niet ontbreken:

http://www.eerstehulpbijrecht.nl/conflicten/consumenten/huisdieren/da-mien-bok

2 Gary Avercamp 18/08/2010 om 23:30

De eigenaar van de hond wordt in de proceskosten veroordeeld omdat hij grotendeels in het ongelijk is gesteld. Had hij 400 euro gevorderd, dan was dat dus anders geweest?

3 TB 19/08/2010 om 14:00

Dan was de procedure in ieder geval bij kanton beland, hetgeen me meer dan redelijk lijkt voor dit soort procedures.

Los daarvan is de tendens om niet alleen te kijken onder de streep, maar ook naar de mate waarin beide partijen op materiële punten gelijk gekregen hebben, niet uniek. Waar onder het oude Engelse burgerlijk procesrecht een deels succesvolle eiser standaard de proceskosten geheel toegewezen kreeg, hebben de Civil Procedure Rules een genuanceerdere aanpak. Zo bepaalt s 44.3(4)(a)&(5)(d) dat de rechter de bevoegdheid heeft de kostenveroordeling te matigen indien de eiser zijn eis zwaar overdreven heeft. Nu is hier slechts sprake van een matiging (ipv omdraaiing), maar het geeft wel het bredere ongemak aan met procespartijen die zich (in de woorden van CPR) onredelijk gedragen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: