Manifest 3. Revitalisering van de strafkamer als antwoord op de spanningen in de rechtspraak

door IvorenToga op 15/08/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Manifest 3. Revitalisering van de strafkamer als antwoord op de spanningen in de rechtspraak

1. Het bestuurlijke antwoord op de gegroeide spanningen in de rechtspraak wordt gevormd door de uitlatingen van de leiding dat de rechter de hoofdpersoon in de organisatie is en gestreefd moet worden professionele standaarden. Het (s)preken over een professionele standaard over het strafproces is vooralsnog vrijblijvend en wekt verwachtingen die niet eenvoudig ingelost kunnen worden. Er is voor 1000 eigenzinnige strafrechters geen eenheidsmal te vinden waarnaar ze zich zullen voegen. Alle bestuurlijke inspanningen ten spijt is de rechtseenheid in de strafrechtspraak ver te zoeken, het is alleen de vraag of dat erg is. Maar die vraag en mogelijke antwoorden bewaar ik voor een andere keer. Wel merk ik op dat de dit jaar aangekondigde zoektocht van het LOVS en de Raad voor de rechtspraak naar een professionele standaard over in hoeveel tijd een strafzaak voorbereid en behandeld moet worden enz. sympathiek is vanwege het hopelijk aangejaagde debat, maar tegelijkertijd het levensgrote risico bevat van bestuurlijke normering en richtlijnen die zich niet optimaal verdragen met de sinds dit jaar door de gerechtelijke leiding gepropageerde autonomie van de rechter.

2. De rechtspraak moet niet steeds nieuwe verbale omhulsels zoeken voor een oud probleem, maar de (oude en wettelijke) basis hervinden en organisatorisch herijken.

3. De organisatorische kern van het strafproces is het appointement van strafzaken voor een strafkamer waarover het Wetboek van Strafvordering spreekt. Voor de niet-ingewijden betekent het appointement het agenderen van de behandeling van de strafzaak voor een bepaalde dag en uur.

4. De behandeltijd van een strafzaak bepaalt uiteindelijk de werklast voor de rechter. De behandeltijd voor strafzaken bepaalt niet alleen de rechterlijke zittingslast maar ook hoeveel verdachten een gerecht jaarlijks een tijdige berechting kan bieden. Omdat er geen blikken rechters kunnen worden geopend moeten de beschikbare rechters zorgen dat de stroom van strafzaken in dat jaar behandeld en het liefst afgedaan worden. In dat verband merk ik de volgende aandachtspunten voor de strafrechter op. De rechter die onnodig getuigen toewijst heeft meer zittingstijd nodig. Het oplepelen van het strafdossier ter zitting leidt tot tijdverspilling. Het vragen, doorvragen en doorzagen van een verdachte is slaapverwekkend, levert vrijwel nooit wat op, ook niet voor de bühne en kost veel dure zittingstijd. Rechters die het hele dossier langzaam lezen of de kern verwarren met bijzaken willen minder zaken op een zitting plaatsen.

5. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de Raad voor de rechtspraak focussen zich te veel op vage kernwaarden en professionele standaarden. Ik zou de focus verleggen naar de organisatorische en juridische kern van het Wetboek van Strafvordering en dat is het appointement: wie plant de zaken en welke barrières moeten geslecht om de planning beter te laten verlopen?

6. Mijn antwoord op de planningsperikelen is al jaren onverkort hetzelfde en dat is de klassieke strafkamer waarop het Wetboek van Strafvordering doelt. De afdelingsleiding dient een convenant te sluiten met de teamleiding, de laatste kan subconvenanten sluiten met strafkamers, over de hoeveelheid strafzaken die per jaar moeten worden afgedaan. Voor de spelregels zijn onderhandelingen nodig over toereikende aantallen rechters en ondersteuning. De voorzitter van de strafkamer is verantwoordelijk voor het tijdig afdoen van deze zaken en daartoe worden hem bepaalde bevoegdheden en faciliteiten toegekend. Maar de leiding bepaalt de middelen, daarmee moeten teams en strafkamers het doen. Het niet werken volgens de afspraken of het (bij herhaling) niet halen van de afspraken kan leiden tot verval van het voorzitterschap. Het laatste is immers geen functie maar een tijdelijk toegewezen eervolle maar geen vrijblijvende taak. De centrale spil in de afdeling is de teamleiding die al dan niet rechters kan verzoeken een strafkamer te leiden maar tegelijkertijd jegens de afdelingsleiding verantwoordelijk is voor de totale prestaties van het team, waaronder de door de teamleiding geformeerde strafkamers.

7. De leiding van het gerecht dient bindende overlegverbanden te organiseren die zien op de samenwerking met het openbaar ministerie en met de balie. De samenwerking op het administratieve vlak met het openbaar ministerie kan worden geïntensiveerd. Daarmee wordt voorkomen dat de administratieve werkprocessen niet uit elkaar gaan loipen. De belangen en veel ondersteunende werkprocessen zijn dezelfde en op administratief vlak doet zich geen belangenverstrengeling voor. De samenwerking met de balie verdient eveneens verdere intensivering en moet leiden tot afspraken over de tijdige indiening van verzoeken en het niet ter zitting daarvan herhalen.

8. In het bijzonder de teamleiding moet erop toezien dat de strafkamer als een organisatorische eenheid gaat functioneren en vakanties onderling zodanig afstemt dat de gehele strafkamer slechts vier weken per jaar gelijktijdig op reces is. De leiding van het team of de afdeling moet er eveneens op toezien dat de feedbackcultuur wordt verbeterd, zodat individuele raadsheren niet bij herhaling in aanvaring komen met advocaten of leden van het openbaar ministerie. De kwaliteit van de functioneringsgesprekken dient te worden verbeterd, evenals de meting en weging per rechter en griffier van het geleverde werk.

9. Een dergelijk sturend werklastmetingsmodel aan de hand van individuele afspraken over zaaksaantallen per griffier of rechter dient gefaciliteerd te worden met behulp van informatietechnologie. Spir-it kan hierbij goede innovatieve diensten verlenen. Als Het Nieuwe Werken verder gaat dan thuiswerken en het besparen van dure werkplekken moet het ook mogelijk zijn om Het Nieuwe Werken te laten leiden tot een informatietechnologische landschapsstructuur, waarin digitaal persoonsgebonden zaakstoedeling en het daarbij behorende procesverloop (van binnenkomst dossier tot en met het afwikkelen van appel of cassatie) werkelijkheid wordt.
Bij de bepleite invloed van de informatietechnologie kan nog opgemerkt worden dat thans informatie over zaaksvoorraad en doorlooptijden op een passieve wijze ontsloten wordt. Iedere belangstellende rechter en medewerker kan voortgangsrapportages ontsluiten, maar meestal komt het erop neer dat de leidinggevende informatie verspreidt. Denkend aan de innovatieve wijze waarop Apple en Microsoft sturende kennis visualiseren zou ook een bureaublad ontworpen kunnen worden waarop voor rechter en medewerker de arrestverwerking, het digitale dossier en de dossierontwikkeling/dossierverloop gevisualiseerd worden. Desnoods met een kruiwagentje en een virtuele dossierkast waarop ontwikkeling en verloop van de afgesproken werklast zichtbaar wordt.
Voor de individuele rechter/strafkamer en voor de leiding kunnen aldus precies voortgang en stagnatie per zaak en per rechter/strafkamer zichtbaar worden. De administratieve werkprocessen van KEI en het OM kunnen hiermee interfereren, het is immers overduidelijk dat de rechter en de griffier meer eigen verantwoordelijkheid moeten gaan nemen bij het wegvallen van veel griffiepersoneel ten gevolge van de invoering van KEI. De automatisering en digitalisering van het rechterlijk werk vormen in deze optiek geen bedreiging of verschraling maar een verrijking van het rechterlijk en leidinggevend werk. Deze interferentie tussen de rechtspraak van kleine eenheden als een strafkamer, verantwoordelijkheidsconcepten en informatietechnologie is thans nog niet of nauwelijks geëxploreerd.

10. Verantwoordingsprocessen, waarin de strafkamer verantwoording aflegt aan de (team)leiding, zijn in het komende tijdvak hard nodig en hebben niets met verfoeide managementtechnieken van doen, maar met de klassieke gedachte dat vrijheid niet kan gedijen zonder het afleggen van verantwoording. Het aantal gerechtsbodes, zittingzalen, facilitaire ondersteuning en beschikbare menskracht is per definitie beperkt, wat in de nabije toekomst niet direct zal verbeteren. Een strafkamer die met de beperkte omgevingscondities geen rekening houdt, verdient geen vrijheid van handelen. Omgekeerd krijgt de leiding van een team of afdeling het drukker dan voorheen. Organisatorisch terrein afstaan aan een strafkamer vergt meer overleg en het door de leiding ontwikkelen van bandbreedtes waarbinnen de strafkamers hebben te functioneren, en waarop de leiding dient toe te zien. Afdelingsvoorzitters voeren de bestuurlijke besluiten uit en de teamvoorzitters, verantwoordelijk voor strafkamers, dienen zich te voegen naar de kaders van de afdelingsvoorzitter. In die zin is de positie van teamvoorzitters een andere dan die van een strafkamervoorzitter.
Nota bene. De oude klassieke strafkamer komt nooit meer terug. Revitalisering van het goede van toen (zelfsturende, vertrouwde ambachtelijke werk- en leeromgeving) moet worden geflankeerd met verantwoordingsprocessen, hetgeen een appel doet op het gedragsinstrumentarium van voorzitters van afdelingen en teams, maar vergt ook een nieuwe houding van strafkamers.
Mijn Arnhemse model van zelfsturing in de rechtspraak genereert geen vrijheid pur sang. Vrijheid met meer bevoegdheden kan niet gedijen zonder verantwoordingsprocessen jegens de leiding en het aanvaarden van bestuurs- en managementkaders van de zijde van de afdelingsleiding. Dit overleg zal soms lijken op een gevecht, maar zolang dit zonder emoties gepaard gaat, als zakelijk wordt opgevat, zullen organisatie, cultuur en financiën van het gerecht weer tot bloei komen.

11. Mijn pleidooi voor een uniform en integraal werkend verband van een strafkamer is helder, de invoering en borging zijn ingewikkeld, zowel voor wat betreft het nemen van meer verantwoordelijkheid door de individuele rechter als voor de leidinggevende die meer moet loslaten maar tegelijkertijd anders moet gaan sturen. Een en ander oogt als een kleine stap, maar revitalisering en modernisering van de klassieke strafkamer zou voor de ontwikkeling van de rechterlijke organisatie een grote stap voorwaarts zijn. En wie heeft gezegd dat het organisatorische werk van een hoogbetaalde rechter of leidinggevende rechter gemakkelijk moet zijn?

12. Bovenstaand pleidooi is tijdgebonden en verdient over enkele jaren weer bijstelling, niets is voor de eeuwigheid. De huidige impasse in de gerechten kan tijdelijk worden doorbroken met het idee van de strafkamer als nieuw centrum van tradities. Laten we aanvangen met Vlaamse aanduidingen als het bekleden van de zetels in de strafkamer x of y. De voorstellen in dit derde manifest zijn niet afhankelijk van Raad voor de rechtspraak, gerechtsbestuur of afdelingsleiding en worden in mijn eigen team gepraktiseerd. Elk team van strafrechters kan op deze wijze aan de slag.

Slot van het drieluik
Ik stel vast dat de modernisering van de rechterlijke organisatie (nog) niet goed heeft uitgepakt voor de doorlooptijden van strafzaken maar ook niet voor de organisatorische positie van de strafrechter.

Mijn pleidooi voor doelen als betere doorlooptijden, een vertrouwde werkomgeving en een sluitende begroting van het gerecht via de revitalisering van de strafkamer zal slechts slagen als verschillen worden toegestaan tussen individuele strafrechters, strafkamers en strafteams. Slechts indien het streven naar organisatorische en juridische eenheid wordt gerelativeerd of wordt hergedefinieerd zullen de huidige patstellingen worden doorbroken. De sinds de eeuwwisseling geambieerde eenheid is immers nooit van de grond gekomen, het streven naar een eenheidsmal is daarentegen doorgeschoten en heeft een hoge tol geëist, waarvan het Leeuwardense manifest slechts een onaangename druppel was.

Ten overvloede: ontwikkelingen via KEI en Spir-it moeten onverminderd worden doorgezet. Bij een betere afstemming tussen de werkprocessen bij het openbaar ministerie en de strafrechtspraak is het mogelijk mijn pleidooi voor een andere verhouding tussen ruimte voor de strafkamer en dwingender omgevingscondities te realiseren.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 23/08/2013 om 17:34

In drie “manifesten” wordt m.i. in hoofdlijnen (in)direct duidelijk gemaakt dat managers de door partijvertegenwoordigers gewenste politieke top-down beheersing van een nieuwe soort “onafhankelijke” rechtspraak op de werkvloer moeten invoeren en waarop politici een blijvende invloed kunnen uitoefenen. En daarmee in feite een democratische rechtsgang vanwege partijpolitieke belangen kunnen belemmeren. Dat rechters naar eer en geweten geen concessies aan hun professionele taakopvatting willen doen en de menselijke maat willen behouden worden uit deze drie manifesten duidelijk. Ook dat het de zittende magistratuur niet in dank wordt afgenomen dat zij onafhankelijk blijven.

Op de werkvloeren van onderwijssectoren, de geneeskundige sectoren en andere zorgsectoren en sociale sectoren ontstonden onder de (professionele) werkenden algemene maatschappelijke overleving strategieën zoals “het hoofd niet boven het maaiveld laten uitkomen”, collaboreren (zich aanpassen, meedoen) en/of anderszins. Parallel aan gebieden waar burgers hun democratische vrijheid in de praktijk verliezen.

Een politiek onafhankelijke rechtspraak voor de rechtsbescherming en rechtszekerheid van burgers tegen de twee naar absolutisme strevende politieke staatsmachten is m.i. een onontbeerlijke voorwaarde om zich geloofwaardig als een democratie te presenteren.
Onze staat heeft m.i. reeds een aangeboren democratisch defect: hij mankeert een Constitutioneel(Hoog)gerechtshof om burgers grondwettelijk te beschermen. Gelukkig hebben wij een Europees Hof voor MensenRechten die met enige regelmaat Europese staten ter zake van de mensenrechten bij de les kan houden.

Een reactie beperkt tot enkele punten.
1. Begin cit.: “Er is voor 1000 eigenzinnige strafrechters geen eenheidsmal te vinden waarnaar ze zich zullen voegen.” eind cit..
Mijnerzijds een voorstel voor een alternatieve formulering: “1000 strafrechters geven geen goedkope eenheidsbehandeling vermits 1000 rechtschapen rechters aan hun individuele professionele en humane standaard geen concessies willen doen.”

4. De teneur van dit punt is de lange behandeltijden (door eigenzinnige) rechters. De verzuchting: “Omdat er geen blikken rechters kunnen worden geopend …..” is m.i. (vooralsnog) geruststellend.
“De rechter die onnodig getuigen toewijst heeft meer zittingstijd nodig ………” is m.i. een voorbeeld van de bij partijvertegenwoordigers en media niet ongebruikelijke techniek om te generaliseren; ongeacht of het een casus betreft of een veronderstelling. .

12. M.i. woorden die van iemand verwacht kan worden nadat de afbraak is geslaagd en de “displaced” bewoners worden getroost met een belofte van een “nieuw” huis waarvan de meerwaarde slechts uit woorden bestaat. Daarbij gaan de gedachten uit naar parallelle processen in het onderwijs, de geneeskunde, verzorging, etc., etc..
Onze (top-down) ondermijnde democratische waarden zijn m.i. een bron van zorg en alertheid geworden.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: