Meer kennis binnen en over de rechtspraak leidt tot vraatzucht

door IvorenToga op 26/02/2013

in Rechtspraak

Post image for Meer kennis binnen en over de rechtspraak leidt tot vraatzucht

Wie wil geen kennis, wie wil er niet meer weten van wat hem boeit, en dat in een tijd waarin kennis zo eenvoudig te vergaren en zo makkelijk digitaal te verspreiden is? Sinds de rechterlijke organisatie uit het papieren tijdperk weg beweegt, wordt besluitvorming van besturen en afdelingsleiding binnen enkele uren op de mail en digitale informatiepagina’s gezet zodat rechters en medewerkers in een oogwenk weten wat er is besloten. De makke is dat een grote organisatie uit vele complexiteiten bestaat die niet eenvoudig in een A-4tje zijn te vatten. De herleiding naar eenvoudige oneliners doet aan de ingewikkeldheid geen recht. Als de leiding wel alle nuances schetst, ontstaat voor niet ingewijden een brei zonder overzicht. Geen inzage geven in de besluitvorming leidt tot opstand, want de meeste collega’s willen zicht en zeggenschap. De spanning zit in de vraag waarom de professional zoveel kennis wil hebben van de bestuurlijke omgeving. Ik lees al vele jaren geen notulen of bestuurlijke notities. Waarom zou ik? Ik heb mijn werk als rechter en daarmee ben ik elke dag bezig. Ik merk het wel als er iets belangrijk is. Mij houdt de vraag bezig waarom veel collega’s zo van hun zaakdossiers wegkijken en tijd vrijmaken voor de laatste nieuwtjes, het uitwisselen van indrukken over dat de bestuurder zich nooit laat zien of waarom dit of dat nu weer is besloten. Als de bestuurder niet op het domein van de rechter mag komen, waarom moet ik dan op het domein van de bestuurder willen komen? Besturen is complex en weinig dankbaar werk, waarom zou ik – anders dan uit oprechte collegiale of wetenschappelijke – belangstelling moeten weten wat er speelt? De bestuurder bestuurt en zorgt voor de organisatorische omgeving en is mij in die zin nabij: ik heb werk, ik krijg inkomen, en mijn bevrediging haal ik uit mijn rechterlijk ambt. Ik wil geen inspraak, ik wil geen betrokkenheid bij de benoeming van een bestuurder, ik wil geen bestuurder die komt vragen hoe mijn weekend was, ik wil gewoon mijn werk doen. Zouden rechters die zich lid van een staatsmacht wanen en zich daar graag op laten voorstaan, hongeren en dorsten naar ware kennis over de complexiteit van hun organisatie? Ik herinner aan Heldring die in Dezer dagen (2012, p. 203) schreef: door overdaad aan informatie raakt men eerder het spoor bijster dan dat men wordt verlicht.

Nu de kennis over de rechtspraak. De burgerij wil zicht op wat de rechters doen en de journalistiek wil hen daarin bedienen met het liefst een eigen rechtspraakkanaal op televisie waar non-stop zittingen worden uitgezonden, bij voorkeur met zwetende verdachten, weerspannige getuigen en zwoegende rechters. De bestuurders van de rechtspraak hebben een nieuwe persrichtlijn vastgesteld, waarin veel meer mogelijkheden ontstaan voor cameravoering in de zittingzalen. Het proces is immers openbaar en daarom moeten burgers daarvan kennis kunnen nemen. Burgers en journalisten willen, moeten en mogen dit, dat is de aanvang van het debat over meer kennisvergaring van het openbare strafproces.
Voor een goed begrip moeten we kijken naar die openbaarheid van het proces. Deze is in vorige eeuwen ontstaan om de rechter niet in een geheim proces te laten rechtspreken. Openbaarheid zou een vorm van controle zijn die de kwaliteit van het proces zou borgen. Zou het journaille en de burgerij echt geïnteresseerd zijn in de waarheidsvinding en in de procedure waarbinnen geprobeerd wordt dat zo goed mogelijk te doen? Ik heb er in mijn rechtersjaren niet vaak iets van gemerkt. Het klinkt hard, daarom gebruikte ik ook de term journaille, maar vrijwel elk televisieprogramma dat over strafrecht handelt is niet informatief bedoeld maar infotainment. Het strafproces als onderdeel van een show, een mediacircus, zoals vroeger de executie door de beul ook al veel bezoekers naar de markt trok. Zou de rechtspraak in deze behoefte moeten bewilligen? De druk van de publieke en politieke opinie is groot, de behoefte aan moeizaam formulerende en strompelende rechters zo mogelijk nog groter, succes bij de kolderieke momenten van de week in “De wereld draait door” verzekerd. De wijze waarop de filmende pers de strafzaak zal ‘verslaan’, heeft weinig van doen met waarvoor de openbaarheid van het proces bedoeld was.

In het recente boek “In mistrust we trust: can democracy survive when we don’t trust our leaders” komt de volgende stelling naar voren: “The end of secrecy does not mean the birth of informed citizen; nor does more control necessarily suggest more trust in public institutions.” Zo is het ook met de rechterlijke organisatie en met de rechterlijke macht. Meer organisatorische kennis ontsluiten voor rechters leidt niet tot meer vertrouwen in gerechtsbestuurders. De laatste tien jaar is er meer kennis ontvouwd voor rechters op de werkvloer; het recente rechtersmanifest maakt niettemin meer wantrouwen dan ooit tevoren zichtbaar. Voor de rechtspraak als zodanig geldt hetzelfde: meer kennis en transparantie van de procesvoering in de zittingzaal zal het vertrouwen in de rechtspraak als zodanig niet per definitie vergroten. Het vertrouwensprobleem binnen en jegens de rechtspraak steekt dieper, is breder gelaagd in andere maatschappelijke ontwikkelingen en moet niet leiden tot wanhoop of modieuze oplossingen maar tot rechterlijke en bestuurlijke bedachtzaamheid.
Waar de eerste rechterlijke informatieboulemie op de werkvloer zou moeten worden getemperd en de rechters zich zouden moeten matigen in hun verveelde informatiebehoefte, is de tweede bestuurlijke informatieboulemie over camera’s in de rechtszaal een haastige vlucht naar voren geweest die evenmin zal leiden tot meer vertrouwen.

Waarom zetten bestuurders en rechters in dezelfde richting zulke haastige stappen, waarom wordt niet meer pas op de plaats gemaakt en meer bedachtzaamheid nagestreefd, zoals past bij het rechterlijke ambt respectievelijk bij wijs besturen? Bestuurders en rechters moeten op hun eigen terrein blijven en zo niet, dan moeten ze op zijn minst vaker overleggen over de afgrenzing van elkaars domein. En bovenal moet de rechtspraak nog eens nadenken over het motto “kennis is macht”, want ongerichte kennis leidt tot boulemische vraatzucht die alleen getemperd kan worden door een nieuw motto: bescheiden en getemporiseerde kennisbehoefte en kennisoverdracht leiden tot wijsheid.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 01/03/2013 om 18:16

Mijns inziens heeft historisch gezien bijna elk emancipatoir proces negatieve emoties opgeroepen in de gelederen van “bezitters” die hun “bezit” voor zichzelf wilden behouden.
Eveneens historisch bezien blijkt het vooral een kwestie van tijd te zijn; in het huidige informatietijdperk gaan veel ontwikkelingen onstuitbaar veel sneller dan in de tijden van de postkoets en trekschuit.

Inderdaad vertegenwoordigt kennis macht en machthebbers (i.e. bezitters van de kennis) zijn m.i. grosso modo bang deze te verliezen en zijn sneller geneigd onwenselijke scenario’s in het vooruitzicht te stellen dan een meer voordeel brengende toekomst.

Daar waar behoudende machten “het voor het zeggen hebben” blijken deze vaak tot meer ellende te leiden dan de “ellende” veroorzaakt door een grotere kennis van zaken.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: