Mei Li Vos en de plafondhoogte van een Amsterdams restaurant

door JAdB op 11/05/2010

in Bestuursrecht, Haagse vierkante kilometer

Post image for Mei Li Vos en de plafondhoogte van een Amsterdams restaurant

De wereld verkeert in crisis, maar het gewone leven en het gewone besturen gaan door. Zo constateerde ook Mei Li Vos (en Johannes van Dam). Zij houden zich bezig met waar het echt om gaat: drank. Daar bemoeit de overheid zich ook al mee, en daarover valt natuurlijk te klagen.

Om drank te mogen schenken in een restaurant is op grond van de Drank- en Horecawet een vergunning van B&W nodig (art. 3 DHW). Zo’n vergunning wordt niet zonder slag of stoot verkregen. De restauranthouder moet voldoen aan allerlei vereisten. Zijn leidinggevenden mogen geen drugsdealers zijn, of maar 12 jaar oud (of allebei). Dat spreekt min of meer voor zich. Maar Johannes van Dam ontdekte nog een regel waaraan moet zijn voldaan: de plafondhoogte in een restaurant moet minimaal 2,40 meter zijn om in aanmerking te kunnen komen voor een DHW-vergunning. Het restaurant waar hij ging eten kwam voor een bepaald gedeelte tekort: 2,33 meter. Het restaurant ging daarom ’s avonds niet open omdat er dan toch niemand zou komen.

Mei Li Vos is het daarmee niet eens.  Deze regel (die is vervat in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet) is, zo vermoedt zij, alleen maar ingesteld vanwege het feit dat er vroeger in horecagelegenheden mocht worden gerookt . Die rook moest voldoende ruimte krijgen. Aangezien er inmiddels een rookverbod geldt, is een hoog plafond ook niet meer aan de orde. Zie haar kamervragen in bovenstaande link.

Deze kamervragen gaven mij aanleiding voor de volgende gedachtespinsels:

1. Ik vraag me af of de regel is gesteld met het oog op het roken in cafés. In de toelichting bij het besluit zie ik er in ieder geval niets van terug. Bovendien staat in hetzelfde besluit dat de horecainrichting over voldoende rookafzuiging moet kunnen beschikken. Die eis lijkt daar eerder op gericht. Ik ben benieuwd wat de minister hierover heeft te zeggen.

2. Ik vraag me af of de betreffende regel wel bevoegdelijk is gesteld. Het besluit waarin deze regel is vervat, is gebaseerd op art. 10 DHW. Daarin staat dat er bij AMvB regels mogen worden gesteld in het belang van de sociale hygiëne. Is een plafondhoogte-eis gesteld in het belang van de sociale hygiëne?

3. Of de regel nu wel of niet onbevoegd is vastgesteld: het Bouwbesluit 2003 bepaalt precies hetzelfde in art. 4.30. Ruimten waarin alcohol wordt geschonken moeten minstens 2,40 meter hoog zijn. Dit is een voorschrift gesteld uit het oogpunt van bruikbaarheid, zoals het Bouwbesluit dat zo mooi noemt. Met een wijziging van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet kan Johannes van Dam zich dus nog niet klem zuipen in het betreffende restaurant. Ook het Bouwbesluit moet worden gewijzigd. Gebeurt dat niet, dan zijn we nog geen steek opgeschoten. Art. 4.30 Bouwbesluit is immers een eis voor bestaande bouw. De gemeente mag op grond van de Woningwet eisen dat een gebouw daarmee in overeenstemming wordt gebracht. Aangezien het wel onmogelijk zal zijn om het plafond zeven centimeter de lucht in te tillen, zal aan die eis niet worden voldaan.

4. Wat heeft de restauranthouder eigenlijk met de verhuurder afgesproken (ervan uitgaande dat hier sprake is van huur)? Hij heeft een ruimte gehuurd die moet kunnen worden gebruikt als restaurant, maar wordt daarin toch wel danig beperkt vanwege het ontbreken van een DHW-vergunning. Zijn er mogelijkheden om de verhuurder aan te spreken?

5. Uit de berichtgeving begrijp ik verder dat slechts een gedeelte van het betreffende restaurant niet hoog genoeg is. Is het niet mogelijk om dat gedeelte af te sluiten voor publiek (en derhalve niet als horecalokaliteit te gebruiken) zodat de horeca-lokaliteit in zijn geheel aan de hoogte-eis voldoet? Wel opletten want op grond van het eerdergenoemde Besluit moet een horeca-lokaliteit ten minste 35 vierkante meter zijn.

Uit het voorgaande blijkt wel dat het aanvragen van een DHW-vergunning geen sinecure is. Ik kan me goed voorstellen dat ondernemers (eenmanszaken) gestoord worden als ze een onderneming willen starten. In dat kader wil ik er toch even een stokpaardje van mij bijpakken. Met dergelijke, relatief gecompliceerde regelgeving is natuurlijk niets te beginnen. Als ondernemer heb je geen tijd en kennis om je erin te verdiepen en juridisch advies is duur. De gemeente zal in dergelijke gevallen uitkomst moeten bieden. Doorgaans zullen gemeenteambtenaren correct adviseren, maar als het misgaat zijn de rapen gaar. Een restauranthouder die (dit is hypothetisch) is afgegaan op uitlatingen van een ambtenaar over de vraag of hij een DHW-vergunning kan krijgen, zit dan plotseling mooi met een wijnkelder die hij niet kan gebruiken omdat zijn plafond te laag blijkt te zijn. Kan hij daar iemand op aanspreken? Nee, want ons bestuursrecht verhindert vrijwel elk beroep op een door een ambtenaar opgewekt vertrouwen. Dat dat schandalig is merkte mr. Mans onlangs ook al op in het Advocatenblad (Een rechtvaardigheidstranche in de Awb. Bestuursrecht kan belangrijk worden verbeterd, Advocatenblad, jrg. 2010, nr. 5-II, p. 146). Mr. Mans schreef zelfs al een wetsvoorstel om onder meer een nieuw, ruimer vertrouwensbeginsel in te voeren.

Kortom, Mei Li: als je belachelijke regels uit de wereld wilt helpen, vraag de regering dan eens de reikwijdte van het bestuursrechtelijk vertrouwensbeginsel op te rekken, alsjeblieft? Vergeet in de tussentijd ook de hierboven genoemde punten 2. en 3. niet!

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Bob Maasen 12/05/2010 om 15:08

Ach…punt 3 is gekoppeld aan de Drank- en Horecawet.

“De aanscherping van de eis voor de plafondhoogte van de bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik, van 2,1 m tot 2,4 m, in artikel 4.33, derde lid, en de toevoeging van het vijfde lid, vloeien voort uit de afstemming van het Bouwbesluit 2003 met het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet.”

2 JAdB 12/05/2010 om 16:08

Bob Maasen, dank voor de reactie.

Het lijkt een kip/ei verhaal te worden. Lees de toelichting bij de plafondhoogte-eis maar:

De eis dat de wanden van een verblijfsruimte een hoogte moeten hebben van ten minste 2,40 meter is overgenomen uit het vigerende Bouwbesluit (artikel 215). In het oorspronkelijke Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet stond in artikel 6 dat de hoogte van de lokaliteit over tenminste vijf/zesde van de vloeroppervlakte ten minste 2,60 m moet bedragen. Deze eis is nu derhalve met 0,20 m verlaagd, maar geldt wel voor de gehele horecalokaliteit.

Uit deze toelichting meen ik af te kunnen leiden dat het Bouwbesluit “eerder” was. De toelichting bij het Bouwbesluit wijst weer in tegenovergestelde richting. Wellicht dat het Bouwbesluit korte tijd heeft afgeweken van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet, maar ik volg het niet meer.

Dit neemt trouwens niet weg dat het feit dat een plafondhoogteeis in het Bouwbesluit is opgenomen voor mij een aanwijziging is dat deze niet is gesteld met het oog op rokers in een horeca-gelegenheid.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: