Misverstanden rond Bruine Senaatsmeerderheid

door Redactie op 19/11/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Misverstanden rond Bruine Senaatsmeerderheid

Het is geen geheim dat het eerste kabinet-Rutte voor een meerderheid in de Eerste Kamer afhankelijk was van een eenzame senator van Staatkundig Gereformeerde huize. VVD, CDA en PVV hadden immers bij de Eerste Kamerverkiezingen van mei 2011 samen slechts 37 zetels bij elkaar gesprokkeld. Eén te weinig voor een meerderheid. Met de stem van SGP’er Holdijk was alsnog steun voor de wetsvoorstellen uit de koker van het kabinet verzekerd. Althans, op papier. Lezers die dit weblog een beetje volgen, weten dat in de Eerste Kamer nogal gegoocheld wordt met de stemverhoudingen. Hoeveel mensen er precies in de vergaderzaal aanwezig zijn, doet er voor de Eerste Kamer niet zoveel toe. Men doet bij de stemmingen gewoon alsof de fracties voltallig aanwezig zijn, ook al staan buitenlandse verplichtingen, bezigheden elders of tijdelijke arbeidsongeschiktheid fysieke aanwezigheid in de weg. Alleen als een voltallige fractie ontbreekt, wat de facto alleen bij de kleinste fracties het geval zal zijn, telt een fractie niet mee. Het is dus alles of niets aan de andere zijde van het Binnenhof. Als er 13 VVD’ers in de zaal zijn en die gaan bij de stemmingen staan, worden er gewoon 16 stemmen uitgebracht, want zoveel Senaatszetels bezet de VVD. Tenzij er hoofdelijk wordt gestemd, want dan geldt weer een andere logica. Met dezelfde hoeveelheid aanwezigen kan de uitslag dus verschillend zijn, afhankelijk van de wijze van stemmen.

Op het hiervoor genoemde systeem is nogal wat kritiek vanuit staatsrechtelijk oogpunt te leveren. In het verleden hebben we dat op dit weblog ook regelmatig gedaan. Echt interessant wordt die kritiek pas op het moment dat een wet zou zijn verworpen als niet het geschetste systeem van gefingeerde aanwezigheid zou zijn gehanteerd. Als een (gedoog)coalitie de kleinst mogelijke meerderheid heeft, 38 van de 75 stemmen, dan ligt dat risico nogal eens op de loer. De afwezigheid van slechts één senator zou in een constitutioneelrechtelijk zuiver systeem dan al fataal kunnen zijn. Publiekrecht & Politiek is eens in de wetsgeschiedenis vanaf het aantreden van de huidige Eerste Kamer gedoken en constateert aan de hand van de stenogrammen dat in een groot aantal gevallen gewoon sprake is van een ‘correcte’ meerderheid. Daarbij gaat het in de overgrote meerderheid van de gevallen overigens wel om wetsvoorstellen die door méér fracties dan alleen VVD, CDA, PVV en SGP werden gesteund. Het beeld dat het elke week knokken was voor een meerderheid in de Senaat strookt zeker niet met de werkelijkheid. In een aanzienlijk aantal gevallen bleek de fractie van de ChristenUnie net zo’n trouwe medestander als die van de SGP. In andere gevallen werkte de Kunduz-coalitie door in de Senaat of waren er andere redenen voor oppositiefracties om zich achter een wetsvoorstel te scharen. Met het staatsrecht is het echter net als met verkeerslichten: als je door groen rijdt gebeurt er doorgaans niets, maar als je een rood licht negeert, speelt dit weblog verkeersagentje. En dit weblog constateert dat bij een aantal zeer omstreden wetsvoorstel gewoonweg geen Senaatsmeerderheid te vinden is.

11 oktober 2011: de Eerste Kamer stemt over het wetsvoorstel houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart. Het wetsvoorstel creëert met terugwerkende kracht een grondslag voor het heffen van leges, hetgeen op z’n zachtst gezegd dubieus is. Die dag zijn 71 leden aanwezig. De CDA’ers Van der Linden en Essers zijn afwezig, net als VVD’er Schaap. Van de oppositie ontbreekt senator Noten. VVD, CDA, PVV en SGP stemmen voor, maar kunnen slechts 35 manschappen in het veld brengen. De oppositie heeft er één meer. Het wetsvoorstel had dus verworpen moeten worden verklaard.

13 december 2011: drie voorstellen worden aangenomen met de stemmen van VVD, CDA, PVV en SGP vóór. Maar die dag ontbreekt één PVV-senator: het lid Popken is afwezig wegens ziekte. De oppositie is voltallig aanwezig. Strikt genomen staken de stemmen dan ook: 37-37. Dat betekent een herstemming de volgende week. Deze vindt echter (uiteraard) niet plaats. Was dit wel gebeurd, dan was het wetsvoorstel een week later verworpen verklaard, want ook op 20 december is senator Popken als enige afwezig. Bij deze wetsvoorstellen klemt de afwezigheid van een meerderheid nogal, want ze regelen belangrijke zaken. Het wetsvoorstel tot implementatie van de Terugkeerrichtlijn stelt bijvoorbeeld een bepaalde vorm van illegaal verblijf strafbaar, te weten het verblijf in Nederland in strijd met een opgelegd inreisverbod. Dat is weliswaar geen generieke strafbaarstelling van illegaal verblijf (men zie het huidige en het vorige regeerakkoord), maar controversieel is het wel. Ook het wetsvoorstel dat de kwaliteitskorting op de huurtoeslag voortaan zonder formele wet (en dus zonder parlementaire betrokkenheid) mogelijk wil maken en het wetsvoorstel tot geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon zijn van dusdanig belang dat zij vragen om een echte meerderheid, niet slechts om een paper majority.

20 december 2011: de laatste vergadering voor het kerstreces. Waar de oppositie in blakende gezondheid verkeert, moet PVV-senator Popken  als gezegd verstek laten gaan. Daardoor is er geen meerderheid voor de wetsvoorstellen tot intrekking van de Wet werk en inkomen kunstenaars en de wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren. Deze wetsvoorstellen zijn wederom omstreden en hebben ook nog eens grote haast, want ze moeten per 1 januari 2012 in werking treden. Strikt genomen had het staken van de stemmen – want daar is hier wederom sprake van – moeten leiden tot een herstemming op 17 januari, de eerste vergaderdag na het reces. In het geval van de Wet werk en inkomen kunstenaars had dat tot het indienen van een novelle moeten leiden, want die wet noemt zelf het tijdstip van inwerkingtreding. Op 17 januari lijkt er wel een meerderheid feitelijk aanwezig te zijn. Voor de Wet werk en inkomen kunstenaars maakt dat weinig uit: die is dan al door de rechter buiten werking gesteld wegens strijd met artikel 1 Eerste Protocol EVRM.

Vervolgens lijkt het allemaal weer goed te gaan. Wetsvoorstellen krijgen vanaf begin 2012 ofwel een ruimere meerderheid (oppositiefracties stemmen mee), ofwel er wordt hoofdelijk gestemd (zoals over verhoging van de AOW-leeftijd of de 1040-urennorm in het onderwijs), ofwel het aantal afwezige oppositieleden is gelijk aan of groter dan het aantal afwezige voorstemmers, zoals bij de invoering van een visumplicht voor vreemdelingen. Bij dit wetsvoorstel – dat overigens ruim na de val van het kabinet behandeld wordt – stemmen de fracties van VVD, CDA, PVV en SGP voor. Er zijn slechts 69 senatoren aanwezig en verreweg de meeste van de afwezigen behoren tot de oppositie. Hier bestaat dus geen twijfel over de meerderheid in Senaat. Dat is ook het geval bij de wijziging van de Wet inburgering, die het ‘u zoekt het voortaan allemaal zelf maar uit’ beginsel introduceert. Doordat senator Nagel van 50PLUS verstek laat gaan bij de stemmingen, staken de stemmen niet. Merkwaardig genoeg blijken wetsvoorstellen soms in de Eerste Kamer op meer steun te kunnen rekenen dan in de Tweede Kamer. Een wetsvoorstel dat vervelende gevolgen in het vooruitzicht stelt voor mensen die een huisbezoek van een uitkeringsinstantie weigeren kreeg in de Tweede Kamer alleen steun van VVD, CDA, PVV en SGP, maar in de Eerste Kamer stemden ook de fracties van PvdA, GroenLinks en D66 voor. Dit alles gebeurde op 2 oktober van dit jaar, dus wellicht dat de onderhandelingen tussen VVD en PvdA over een nieuw kabinet hun schaduw al vooruit wierpen.

2012 biedt geen voorbeelden meer van wetsvoorstellen waarvan het twijfelachtig is of zij wel een meerderheid in de Eerste Kamer hebben behaald. De gedoogcoalitie met PVV en SGP is inmiddels definitief verleden tijd, ook in de Senaat. Is daarmee nu alles terug bij het oude? Zijn we volledig ‘back to normalcy’? Die conclusie lijkt wat voorbarig. Immers, het kabinet-Rutte II beschikt niet over een meerderheid in de Eerste Kamer. De kans op een 38-37 of 37-38 uitslag is wel een stuk kleiner geworden maar niet helemaal uitgesloten. Als de regering in de Eerste Kamer bijvoorbeeld alleen de aanvullende steun van de SP-fractie (8 zielen sterk) voor een wetsvoorstel weet te veroveren, beschikt zij op dat moment over 38 zetels. Dan kan dus de situatie ontstaan dat vanwege de afwezigheid van enkele leden toch twijfelachtig is of bij de stemming wel feitelijk een meerderheid vóór het wetsvoorstel heeft gestemd. Ook bij andere combinaties is een gefingeerde meerderheid nog denkbaar. D66, ChristenUnie en SGP, die in de Tweede Kamer hebben aangegeven wel met Rutte te willen samenwerken, hebben in de Eerste Kamer samen ook precies 8 zetels. De kans is misschien geringer, maar zeker niet uitgesloten.

Toch dringen andere conclusies zich nu veel meer op. Dat de Eerste Kamer zich in de kwestie van het werken met pseudo-aanwezigheid niet erg als constitutioneelrechtelijk geweten opstelt is één van die conclusies. Om politieke redenen kiest de Senaat voor de door hem gehanteerde doctrine. Voor een politiek orgaan verbaast dat niet. Opmerkelijker is dat de oppositie daarin zonder protesteren meegaat. Men maakt veel kabaal tegen legesheffing met terugwerkende kracht en strafbaarstelling van een vorm van illegaliteit, maar als puntje bij paaltje komt, torpedeert men de stemmingen niet door bijvoorbeeld een hoofdelijke herstemming te eisen, een mogelijkheid die het Reglement van Orde uitdrukkelijk biedt (artikel 108). Kennelijk strookt dat niet met de senatoriale zeden, waarbij ongetwijfeld meespeelt dat de oppositiefractie van nu een coalitiefractie van morgen kan zijn, en in die hoedanigheid juist van de gewraakte doctrine kan profiteren. Als laatste kan de conclusie getrokken worden dat het de samenleving buiten de Kamer kennelijk niet veel doet dat de Eerste Kamer niet-aanwezige senatoren toch meerekent bij de stemming (maar dan weer niet bij het bepalen of het quorum aanwezig is of bij een hoofdelijke stemming). Niet dan we bezetting van overheidsgebouwen en massademonstraties in de grote steden hadden verwacht, maar de stilte is veelzeggend. Dat een Eerste Kamer vier wetsvoorstellen als aangenomen beschouwt terwijl ze eigenlijk verworpen zijn en in nog twee andere gevallen grote twijfel over de aanwezigheid van een meerderheid bestaat, verdient toch brede afkeuring.

{ 7 reacties… read them below or add one }

1 Axel Boomgaars 19/11/2012 om 23:51

Nu de PVV geen deel meer uitmaakt van de coalitie, en partijen als het CDA al flink lopen te toeteren dat zij plannen in de senaat willen tegenhouden, zou de vraag om hoofdelijke stemming wel eens kunnen toenemen is mijn inschatting.

2 Super De Boer 20/11/2012 om 18:01

8) De vraag om hoofden ook.

Toch denk ik dat het regeerakkoord geprononceerd genoeg is om altijd wel minimaal één mediumfractie mee te krijgen in de Senaat (mits de dames en heren en van deze Nationale WC-Eend zich uit oogpunt van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid met het desbetreffende voorstel kunnen verenigen natuurlijk).

3 Fokko 21/11/2012 om 07:24

Heeft deze gang van zaken nu nog enig effect op de uitvoering van de wetten? Kun je bijvoorbeeld bij de rechter gaan zeggen dat de wet eigenlijk niet is aangenomen en dat je dus geen geld betaald hoeft te betalen voor je identiteitskaart?

4 Super De Boer 21/11/2012 om 10:06

Hmmm, mijn verwachting wordt door de gang van zaken rondom het leenstelsel voor studenten enigszins geloochenstraft. Even afwachten hoe dat dossier zich verder ontwikkelt.

5 Ruudt 21/11/2012 om 10:59

@Fokko
Nee, vgl. Prof. van den Berg-arrest

6 a.zecha 07/12/2012 om 14:29

De diverse gehanteerde stemprocedures in de 1e kamer worden zowel door de “oppositie” als door de”regeringspartijen” benut voor hun eigen – al dan niet partijpolitieke – belangen. Dat dergelijke kamerhandelingen aanleunen tegen misleiding van kiezers zullen door politici worden ontkend.
a.zecha

7 Ruudt 11/12/2012 om 11:24

Aardig. Minister Plasterk dreigt een reglement van PS Noord-Brabant te vernietigen, waarin is geregeld dat in commissievergaderingen niet het one man – one vote principe geldt, maar de woordvoerder mede namens de afwezige partijgenoten stemt. Dan zal dezelfde minister de huidige praktijk in de Eerste Kamer toch ook kritisch moeten bekijken lijkt me…

http://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/opinie/columns/gewogen-stemmingen-zijn-niet-toegestaan.8510172.lynkx

Reactie achterlaten

{ 4 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: