Molukse wensen

door GB op 19/10/2010

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

De woedende president Yudhoyono liet zijn koffers voor een staatsbezoek aan Nederland weer uitpakken, omdat – naar eigen zeggen – de RMS in Nederland in een kort geding om zijn arrestatie had gevraagd. Vermoed wordt wel dat de positie die Wilders hier tegenwoordig bekleedt ook een rol heeft gespeeld in de afweging van het staatshoofd van het grootste Islamitische land ter wereld.

De voorzieningenrechter had ondertussen niet veel tijd nodig om de vorderingen van de RMS af te wijzen. Op 6 oktober (een dag na de zitting, twee dagen na de vordering) deed hij dat al in verkorte vorm. Onlangs verscheen de motivering. Daarin maakte rechter Paris duidelijk dat zittende buitenlandse staatshoofden van hem niets te vrezen hebben: zij zijn immuun. Het gaat hier immers niet om het Internationaal Strafhof of iets dergelijks.

De vordering tot arrestatie wordt dus echt inhoudelijk afgewezen. Dat kan de RMS niet verbaasd hebben. De kern van de procedure zat ook ergens anders: het verzoek van de RMS aan de minister-president om Yudhoyono met zijn neus op de bloederige Molukse feiten te drukken. Nu legde Balkenende altijd een groot enthousiasme aan de dag wat het ‘aankaarten’ van de mensenrechten betreft, maar dit ook toezeggen aan een niet-erkende regering in ballingschap weigerde de Staat toch. Het schijnt – valt in de motivering te lezen – vast beleid te zijn dat brieven van niet erkende regeringen onbeantwoord in de la gaan. Overigens erkende President en Hof in 1950 wel dat de RMS als een de facto bestaande staat moest worden aangemerkt, maar dat terzijde.

Bij de voorzieningenrechter stuiten de Molukkers met hun vordering op het vaste schild van de buitenlandse politiek:

4.10.  De verzoeken raken het beleid van de Staat op het gebied van buitenlands beleid. De RMS cs beogen daarmee immers te interveniëren in de wijze waarop de Staat zijn (vriendschappelijke) betrekkingen met Indonesië invult. Toewijzing van de vordering sub IV zou vergaande – negatieve – gevolgen kunnen hebben voor de verhouding tussen Nederland en Indonesië en daarmee ook voor het Nederlandse beleid op het terrein van buitenlandse betrekkingen.

4.11.  Echter, zoals uit vaste jurisprudentie volgt, behoren die kwesties bij uitstek tot het domein van de politiek en de politieke besluitvorming, waarbij het zwaartepunt ligt bij het samenspel tussen de regering en de volksvertegenwoordiging. De burgerlijke rechter – zeker die in kort geding – moet dan ook een grote mate van terughoudendheid betrachten bij de beoordeling van vorderingen die ertoe strekken dat aan (organen van) de Staat de mogelijkheid wordt onthouden een bepaald politiek standpunt in te nemen, dan wel wordt opgedragen een standpunt uit te dragen dat (het hunne of) het zijne niet is. Het is immers niet aan de burgerlijke rechter om de hiervoor vereiste politieke afwegingen te maken.

Het afwijzen van de vordering gebeurt eigenlijk op een bewonderenswaardig subtiele wijze, naar mijn idee. Over de Molukse kwestie beginnen tijdens een staatsbezoek schaadt de internationale relatie, en dat moet worden afgewogen tegen andere belangen. Buitenlandse politiek is nu eenmaal niet voor padvinders. In die afweging wil de rechter niet treden. Vervolgens doet de rechter dat toch wel:

4.12.  De voorzieningenrechter begrijpt enerzijds het grote belang van de RMS cs bij inwilliging van de verzoeken van de RMS. Daartegenover staan echter de politieke belangen van de Staat en de daarbij behorende afwegingen die moeten worden gemaakt, waarbij (goede) internationale betrekkingen een grote rol spelen, alsmede de verantwoording die hij dient af te leggen aan de volksvertegenwoordiging. Gelet hierop en op de grote terughoudendheid die in kwesties zoals hier aan de orde moet worden betracht, leidt een belangenafweging ertoe dat het belang van de Staat zwaarder weegt.

Een zuivere political question redenering zou zijn geweest: ‘de onderwerpen van gesprek tijdens een staatsbezoek gaan de rechter niet aan. Reeds hierom wordt de vordering afgewezen.’ Maar deze rechter maakt er meer woorden aan vuil: hij hint zelfs op de te verwachten vergaande negatieve gevolgen voor de verhouding met Nederland. Die lijken mij vooral aan de orde als het gaat om een ‘inconvenient truth’. Zo beschouwd gunt de voorzieningenrechter de RMS in ieder geval hun ‘truth’.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: