Moskeeverbod voor imam

door GB op 26/02/2009

in Uncategorized

Liefhebbers van het kerkscheuringenrecht hebben al sinds jaar en dag de mogelijkheid om ook jurisprudentie over scheuringen in moskeeen te bestuderen. Die is wel anders van aard, omdat moskeeen veel minder strak georganiseerd zijn. Desondanks niet minder interessant, want ook hier gaat het niet om zomaar een ruzie op de biljartclub, maar om een geschil waarbij rechterlijke interventie mogelijk de scheiding tussen kerk en staat raakt. Ook nu weer, in een zaak van een moskee tegen een self-made imam.

Toegegeven, de uitspraak heeft een hoog Rijdende Rechter gehalte. Gesloopte autospiegels, loszittende voortanden en een geschaafde linkerduim. Er heerst namelijk grote onrust. Iemand heeft de opleiding tot imam afgerond en begint zich als leider op te stellen. Dat pikt de rest niet, waaronder het Moskeebestuur. Die leggen hem een moskeeverbod op. De betrokkene schendt dat, en nu vraagt het bestuur een voorziening tegen hem.

De betrokken imam beweert natuurlijk dat hij de juiste versie van de Islam verkondigt en dat het bestuur – gezien de doelstelling van de stichting – hem niet mag weigeren. Dan begint het lastig te worden. De voorzieningenrechter overweegt enerzijds dat de scheiding van kerk en staat met zich meebrengt dat hij zich niet uitspreekt over de juistheid van de stelling van de betrokken imam. De juiste toepassing van de in de statuten vastgelegde theologische doelstellingen laat de rechter graag aan zich voorbij gaan. Anderzijds mag het bestuur toch ook geen willekeurig gebruik van zijn bevoegdheden maken. Als ze stellen dat de Moskee openstaat voor in beginsel iedereen, maar in het bijzonder voor soenni moslims, dan mag ze niet zomaar iemand eruit zetten. Dat mag alleen als daar een goede, lees geobjectiveerde, reden voor is. Zo keert de vraag in neutrale termen dus gewoon weer terug.

Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de rotzooi die de selfmade imam schopte voldoende reden is om hem uit de moskee te weren. Zijn aanhangers mogen blijven komen, en krijgen ook geen ‘bidverbod’ (een verbod deel te nemen aan de gezamenlijke activiteiten) opgelegd. De rechter doet dat niet omdat hij het bizar en niet-opportuun vindt. Wel spreekt hij uit dat zij zich rustig dienen te gedragen, zo lang hun leider niet meer in de moskee mag komen.

Een ander interessant aspect is dat het moskeebestuur ook vorderde dat de onruststoker ook niet zou mogen deelnemen aan activiteiten buiten de moskee. Viering van het offerfeest, bijvoorbeeld, vindt grotendeels buiten de moskee plaats. De rechter oordeelt het in het verlengde van het moskeeverbod en stelt: ‘de voorziening bestaande uit een verbod om deel te nemen aan de activiteiten van de geloofsgemeenschap buiten de moskee worden toegewezen. Weliswaar is dit een weinig duidelijk te omgrenzen gedrag, maar in elk geval zullen de meest vergaande vormen ervan onder het verbod vallen.’ Een redenering, in ieder geval, die nog niet geheel duidelijk is geworden. In de beslissing ontbreekt die. Dat is jammer, want ik had wel een definitie van zo’n bijeenkomst willen zien.

Tenslotte. De rechtbank citeert uitgebreid uit de statuten van de stichtig de bepalingen over de Geestelijk Leider.

Artikel 13 van de statuten houdt onder meer het volgende in:
1. De stichting heeft een Geestelijk Leider. De Geestelijk Leider wordt voor het leven in deze functie benoemd. De Geestelijk Leider wijst zelf zijn opvolger aan.
2. De adviezen van de Geestelijk Leider zijn voor ieder bindend en dienen als bestuursbesluiten te worden overgenomen en vastgelegd.
5. De Geestelijk Leider benoemt en ontslaat de Imaam(s), Khtieb en Muazzin in de moskeeën die ressorteren onder de stichting.

In de uitspraak gebeurt er verder niet zo veel meer mee. Toch zijn het mooie statuten. Ik zou die van de PVV er wel eens naast willen leggen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: