Myozyme, Replagal, Fabrazyme en de strafrechtspraak

door IvorenToga op 25/09/2012

in Rechtspraak

Post image for Myozyme, Replagal, Fabrazyme en de strafrechtspraak

In de zomertijd weer eens iets anders dan alleen komkommernieuws. De NOS had de hand weten te leggen op twee rapporten van het College voor zorgverzekeringen (CvZ). Daarin werd geadviseerd om verschillende medicijnen voor de ziekte van Pompe en de ziekte van Fabry niet langer in het verzekerde basispakket te handhaven vanwege de ‘extreem ongunstige kosteneffectiviteit’.

De adviezen hebben, kleine uitzonderingen daargelaten, vooral negatieve reacties ontvangen. Die kritiek heeft eerst geleid tot aanpassing van de adviezen en uiteindelijk zelfs tot het in zijn geheel terugdraaien daarvan. Eén vraag miste ik in de hele discussie. Die vraag luidt of de kosten/baten-analyse niet breder zou moeten worden getrokken en gerelateerd aan andere kostenposten van de overheid. Daarmee kom ik op een terrein waarin ik wat meer inzicht heb dan de medische ethiek: de strafrechtspraak. Een tweetal vragen op dat vlak.

De eerste is of het niet wenselijk zou zijn ook binnen de strafrechtspraak wat vaker de zin en noodzaak van bepaalde praktijken te onderzoeken. Op het juridisch inhoudelijke vlak zijn verschillende ontwikkelingen te duiden die uit die wens voortvloeien. Veel van die ontwikkelingen zijn terug te voeren op het grote onderzoeksproject Strafvordering 2001. Denk aan het verlofstelsel in hoger beroep en het voortbouwend appel. Een belangrijke gedachte achter die voorstellen was dat ‘nodeloze, door inefficiëntie veroorzaakte kosten vermeden moeten worden en voorts dat de verhouding tussen de (meer)kosten en de (winst aan) kwaliteit een redelijke moet zijn’.*

Naast deze puur juridische aangelegenheden zijn er verschillende andere praktijken binnen de strafrechtspraak die vraagtekens oproepen in het licht van de kosteneffectiviteit. Een voorbeeld is de praktijk om uitspraken te voorzien van uitgebreide bewijs- en strafmotiveringen. De gedachte achter deze promismethode is (onder meer) dat de beslissing voor procespartijen en de maatschappij inzichtelijker wordt gemaakt. Evaluaties van de promismethode wijzen uit dat de methode daartoe op zichzelf geëigend is. In de praktijk worden echter door de gerechtshoven veel van die promisvonnissen vernietigd zonder dat daar nieuw promisarresten voor in de plaats komen. Diezelfde hoven zijn bovendien gekomen met een zelfontwikkelde eenvoudigere promisvariant. De vele vernietigingen brengen mee dat veel werk in de prullenbak belandt. In relatie tot de kosteneffectiviteit kunnen ofwel de vernietigingen onnodig zijn, ofwel het vele werk dat gaat zitten in de promisvonnissen. Wetenschappelijk gezien een interessante vraag, maar met het oog op de kosteneffectiviteit een must om eens nader te onderzoeken. Een ander voorbeeld dat op collectief niveau op zijn kosteneffectiviteit zou kunnen worden onderzocht, is de tijd die vele griffiers in de voorbereiding van strafzaken of rechters in intern vakinhoudelijk overleg steken. Levert de voorbereiding daadwerkelijk de beoogde tijdswinst op bij de rechters en levert het interne debat daadwerkelijk reflectie op de eigen standpunten op?

Ook op individueel niveau kunnen bepaalde verrichtingen op hun kosteneffectiviteit worden onderzocht. Bij uitoefening van het ambt, zou elke ambtenaar, en dus ook elke rechterlijke en gerechtsambtenaar, telkens ook de kosteneffectiviteit moeten betrekken. Tijd en geld die men bijvoorbeeld kwijt is met het juridisch uitdiepen van de vraag of een bepaald wetsartikel moet worden aangehaald of met de vraag of een bepaalde uitspraak volgens de wet een beslissing, een beschikking of een vonnis genoemd moeten worden, kunnen in ieder geval niet meer anders worden benut. Hetzelfde geldt voor het blauw corrigeren van een door de griffier aangeleverde conceptuitspraak. Zijn al deze praktijken wel voldoende kosteneffectief? Goede rechtspraak mag net als goede gezondheidszorg wat kosten, maar het moet dan wel wat opleveren. Het zijn wat mij betreft open vragen, waarvan er niets op tegen is om die eens te onderzoeken op systeem-, collectief en individueel niveau. Het zou, lijkt mij, in ieder geval niet gevoeliger en lastiger moeten liggen dan de hierboven weergegeven kwestie, waarin het over mensenlevens gaat.

De tweede vraag hangt met de eerste vraag samen. De bezuinigingsronden die de rechtspraak hebben getroffen – of beter gezegd: nog zullen treffen – ontmoeten iedere keer heftige reacties en dat zal in de toekomst niet veel anders zijn. Vaak is ‘de rechtstaat’ in het geding. Argumentatief mist vaak een aspect dat ik ook in de discussie rond de vergoeding van dure medicijnen miste. Namelijk dat overheidsmiddelen maar eenmaal kunnen worden besteed. Simpel gezegd kan elke euro aan ‘de rechtsstaat’, niet meer worden uitgegeven aan de verzorgingsstaat. Dat noodzaakt wellicht niet alleen tot een reflectie op de eigen kosteneffectiviteit, maar ook tot beantwoording van de vraag in hoeverre bij bepaalde bezuinigingen ‘de rechtsstaat’ daadwerkelijk in het geding is. Wat in ieder geval reëel is, is dat geld voor ‘de rechtstaat’ niet meer kan worden uitgegeven aan levensreddende medicijnen. Ik geef het toe, het is wat populistisch, maar ik snap niet waarom wel gesproken zou mogen worden over bezuinigingen op levensreddende medicijnen, terwijl ten behoeve van ‘de rechtsstaat’ onbeperkt zou mogen worden gedeclareerd.

Rick Robroek
Stafjurist Gerechtshof Arnhem, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger Rechtbank Maastricht

*zie M.S. Groenhuijsen & G. Knigge, ‘Algemeen deel’, in: M.S. Groenhuijsen & G. Knigge (red.), Het onderzoek ter zitting. Eerste interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 2001, Deventer 2001, p. 24-25.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Richard Westerbeek 25/09/2012 om 11:18

In dat kader is het misschien ook interessant om te kijken wat de kosten zijn van almaar doorprocederende overheden (zowel voor de kosten bij het Ministerie van Veiligheid & Justitie, als die bij de procederende instantie).

Niet alleen vanwege de kosten, maar ook de rechtsongelijkheid hierbij tussen overheid en burger (vrijwel ongelimiteerd budget en tijd tegen beperkte tijd en geld)

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: