Na de oorlog: de herstelbetalingen

door Redactie op 21/11/2010

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Een oorlog dient zich aan in Europa – de oorlog om de euro. Hij gaat
tussen banken en beleggers enerzijds en de Europese Unie en overheden
anderzijds. Terecht zei Herman van Rompuy, bestuursvoorzitter van de
Europese Unie, deze week dat het erop of eronder is voor de euro, zie
het FD van woensdag. ‘En als de eurozone dit niet overleeft, dan de
Europese Unie ook niet.’ De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei datzelfde in mei al in de Bondsdag.

Oorlog brengt een complexe en geblokkeerde situatie in beweging en
leidt via een krachtmeting tot een verhelderende uitslag. Ook voor het
begrip kan dat schema helpen. We zien dan een krachtmeting tussen de
twee overblijvende grote pijlers van de moderne publieke werkelijkheid:
markt en macht.

In een oorlog gaat het immers nog maar om twee partijen; dat ruimt
aardig op. Wie voert de Unie aan? Dat is nog de vraag. Wie doen er met
de Unie mee? Ierland ook? Dat wordt nu net uitgevochten.
Wie leidt het andere kamp, dat van de markt? Zijn het de speculanten, de
banken of zijn het de bedrijven? Behalve de vraag wie elk van de kampen
aanvoert moeten we weten: welke belangen staan tegenover elkaar?
De inzet is asymmetrisch; dat moet ik eerst uitleggen. Als de markt,
ofwel de verzamelde krachten van het winstbejag, deze oorlog wint, dan
strijkt ze direct een geweldige oorlogsbuit op, een speculatiewinst ten
koste van de macht en van de belastingbetalers.

Die winst kan wel in de honderden miljarden euro’s lopen. Dat bedrag is
een kleine geldelijke uitdrukking van de bereikte Europese integratie
tot dusver, die dan in rook opgaat. Begrijpelijk dat de speculanten aan
die kant de leiding nemen.

Uit de eerste schermutselingen die tot nu toe zijn gehouden, is de
markt als grote overwinnaar te voorschijn gekomen. Er is en wordt zeer
grof geld verdiend aan het spel met Europese en staatsbelangen en aan de
ondergraving van de euro, ten koste van de lidstaten en de
belastingbetalers. Begrijpelijk dat de marktkrachten met gezwollen
vertrouwen doorgaan in dit spel.

Elke poging van de kant van de overheden om een deel van de kosten van
de strijd op die marktkrachten te verhalen, wordt beantwoord met nieuwe
brutale aanvallen op de euro en op de lidstaten.

De markt lijkt echter niet te zien hoe ze zichzelf daarbij in de voet
schiet. De Europese integratie en de euro zijn er immers grotendeels ten
bate van haar. Na de triomf en de roes van de overwinning zal daarom de
kater volgen. Dan blijkt dat de markt de basis van haar eigen
functioneren heeft kapotgespeculeerd.

Het is dus eigenlijk gek dat de andere marktdeelnemers zich zo vrolijk
deze oorlog laten binnenlokken. Een oorlog, waarin de winst voor de
speculanten niet anders dan op groter verlies van de andere partijen kan
uitdraaien.

Men zou van die kant enige zelfbeperking verwachten, maar de markt laat
haar brutaalste apen het hoogste woord voeren en de grootste winsten
opstrijken.

Wat is de inzet aan de andere kant, aan de kant van de macht? Als de
Europese landen de euro overeind houden en de banken en beleggers
verslaan, winnen ze meer dan de slag om de euro. Men zegt wel dat
werkelijke politieke eenheid alleen uit oorlog voortkomt. De Duitsers
hebben daaraan de meest verse herinnering (1870). Die inzet is dus
groot.

Wie leidt het kamp van de macht en is bij winst ook in eigen kamp de
baas? Merkel maakt daarop de meeste aanspraak, door de druk tot het
ondraaglijke op te voeren. Het verklaart waarom zij nu zo fel blijft
eisen dat banken en beleggers uiteindelijk gaan dokken.

Oorlog is immers oorlog en de verliezer draait op voor de
herstelbetalingen.

Tom Eijsbouts

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: