Naschrift bij de crisisweek

door GB op 28/03/2009

in Haagse vierkante kilometer

Nog wat verlate overpeinzingen mijnerzijds over het verloop van de crisisweek. Dit naar aanleiding van het verslag dat vandaag in Het Vervolg van De Volkskrant verscheen. Als dat allemaal waar is, dan is het allemaal toch van een hoog amateuristisch gehalte geweest. Verschillende dingen waren al wel bekend, maar als je het op een rijtje ziet lijkt toch op een roman van Brusselmans. Van Geel komt daar niet uit weg door zijn grap dat je niet alleen het productieproces van ‘wetten en worsten’ moet negeren, maar ook dat van ‘coalitiesamenwerking’. Ik kende die grap al uit de West Wing. Misschien moeten we ook het productieproces van de grappen van Van Geel ook maar negeren.

Ik blijf ondertussen van mening dat het gebrek aan dualisme tussen regering en parlement nauwelijks te wijten is aan het ‘structuurprobleem’ dat een fractievoorzitter in alle openheid in het torentje aanschuift bij de MP. Dat blijkt wel uit een analyse van het alternatief dat de zuivere leer voorschrijft, waarbij ook voor lief wordt genomen dat de coalitiefracties het resultaat nog maar marginaal kunnen wijzigen.

Echt dualisme doet zich pas voor wanneer het politieke leiderschap (zowel formeel als persoonlijk) samenvalt met het kamerlidmaatschap. Welk dualisme valt er te verwachten van een Hamer als zij het moet opnemen tegen haar politiek leider Bos? Bos heeft in zijn optreden rondom Vogelaar wel laten zien dat hij ‘inhoudelijk leiderschap’ voorstaat, zoals de koningin dat zou noemen. Hamer, ook geen talent in de media, kijkt dus wel uit voordat ze een weekje naar de Antillen gaat.

Daarbij wil ik, naar aanleiding van de reactie van Jit Peters, wel toegeven dat de gewoonte dat de grootste fractie de MP levert ook van waarde is. Maar dat laat de mogelijkheid open dat de andere coalitiefracties hun leider en onderhandelaar in de Tweede Kamer laten, dat de MP zijn politiek leiderschap overdraagt en dat hij niet de hele fractie leegplukt van elk politiek talent om zijn kabinet mee te vullen. Als die situatie zich voordoet verschijnt serieus dualisme aan de einder. Niet eerder. Het kabinet heeft al een natuurlijk overwicht. Als daar nog persoonlijk en politiek overwicht bijkomt dan rest ons parlement toch weinig dan navelstaren in een achterkamertje, wachtend tot de MP in de kamer een verklaring komt afleggen.

Dat brengt mij op het tweede punt. Hoewel ik dus wel kan billijken dat het coalitieakkoord in besloten samenspraak tussen ministers en coalitiefracties gewijzigd wordt, ging de vertoning van de afgelopen week oneindig verder. Agnes Kant moest ook nog eens Agnes Jongerius voor laten gaan. En de woensdag van de presentatie van het akkoord werd ook weinig moeite gedaan om het level-playing-field te herstellen. Terwijl de kamerleden weer zelfbewust gingen reflecteren stonden Bos, Balkenende en Rouvoet hun verhaal uitgebreid in de media te pluggen. De oppositie kwam dus niet alleen na de coalitie, maar ook na de vakbonden, na de werkgevers en na alle vaderlandse media. Dat was nu ook weer niet nodig.

Maar de aarzeling gaat verder. De uitzonderlijke situatie van een kamerfractie die met een minister onderhandelt moet uiteindelijk gelegitimeerd worden door het resultaat dat bereikt wordt. En dat gevoel heb ik niet. Prof. Van den Berg verwoordde het zo:

Maar toch, het overtuigt blijkbaar niet. De coalitie dankt dit grotendeels aan zichzelf. Zij bouwt een dramatisch scenario op waarin, zoals tijdens een kabinetscrisis, de legitieme instituties tijdelijk moeten wijken voor wat de politicoloog Arend Lijphart ooit een ‘topconferentie’ van politieke leiders noemde. Vervolgens neemt deze politieke top meer dan drie weken voor beraad over een nieuw ‘motorblok’ in het regeerakkoord, nadat eerst al weken van niet-handelen zijn voorafgegaan. Nu zou dat allemaal kunnen worden aanvaard, als er echt een nieuw akkoord zou zijn gekomen en alle taboes doorbroken. Het zou dan, gegeven dit crisistheater, geen kwaad hebben gekund om ook nog even naar de personele samenstelling van het kabinet te kijken. Niet iedere minister is, in deze crisis, immers aan de maat.

Niets van dit alles. Het op zichzelf aanvaardbare programma komt minstens vier weken over tijd en de inhoud rechtvaardigt bepaald niet het bijbehorende theater, laat staan het tijdelijk uitschakelen van de reguliere instituties, regering en parlement. Misschien verklaart dit ook de licht hysterische reactie van de gezamenlijke parlementaire oppositie: even overdreven als begrijpelijk.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: