Nasmeulingen

door GB op 08/04/2009

in Rechtspraak

Post image for Nasmeulingen

En jawel, er is een rechtbank bereid om een bijl te zetten in het rookverbod in de horeca: de strafrechter in Breda. Klink wilde fors optreden via het strafrecht, maar hij krijgt er een bijbehorende assertieve strafrechtspraak bij.

De uitspraak verdient hier analyse, omdat het een geval is waarin de rechter dwars op de politieke besluitvorming lijkt te gaan. Daarbij beroept de rechter zich ook nog eens op verheven beginselen zoals het gelijkheidsbeginsel, zodat het geheel een nogal dramatische dimensie krijgt: rechter redt roker uit klauwen van antirookmaffia. Zonder twijfel wordt het door de actievoerders zo beleefd. Maar het lijkt mij toch de vraag of het hooghouden van de rechtsstaat wel zo veel met het handhaven van het rookverbod te maken heeft. Ik zou eerder een beroep op de verheven beginselen verwachten om de steeds maar verder gaande terrorismebestrijding in te kaderen. Misschien kunnen ze daar in Breda nog eens naar kijken. Anders bestaat – naar mijn idee – het gevaar dat begrippen als ‘rechtsstaat’ uitgehold raken.

Lees verder

Technisch juridisch ging het in deze zaak om twee argumenten. Een beroep op het legalitetisbeginsel en een beroep op het gelijkheidsbeginsel.

Het legalitetisbeginsel zou zijn geschonden doordat een AMvB (Besluit Uitvoering)niet helemaal aansluit bij de artikel 11a van de Tabakswet. Maar de rechter doet niet moeilijk: ‘gelet op de hiervoor weergegeven totstandkoming en de vermelding van artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet in de considerans van dit Besluit Uitvoering is het, anders dan de verdediging heeft aangevoerd, onmiskenbaar de bedoeling van de wetgever geweest’. Geen schending van het legaliteitsbeginsel dus, zonder dat de rechtbank daarbij overigens ingaat op artikel 89 Grondwet.

De schending van het gelijkheidsbeginsel, die de rechtbank wel constateert, is in de kern ook wetstechnisch. Het rookverbod voor horecaondernemers met personeel is gebaseerd op de plicht van de werkgever om te voorkomen dat het personeel meerookt. De horecaondernemer zonder personeel heeft echter niet met een dergelijke resultaatsverplichting te maken, maar is simpelweg gehouden een rookverbod in te stellen en te handhaven in zijn zaak. Daar liggen geen overwegingen ter bescherming van de werknemer onder, maar een standpunt dat ‘de gehele horeca’ rookvrij moet zijn omdat er anders concurrentievervalsing ontstaat. Horecazaken met en zonder personeel worden door de rechter aangemerkt als ‘gelijke gevallen’ die dus ongelijk worden behandeld. Niet uitgesloten is bijvoorbeeld dat de kroegbaas-werkgever aan zijn verplichtingen voldoet door een ventilatiesysteem te monteren. Die route is voor schenkende ZZP’er uitgesloten.

Voor deze ongelijke behandeling bestaat volgens de rechtbank geen objectieve en redelijke rechtvaardiging, nu de werkgevende kroegbazen tegelijk ook de grotere zaken zijn met meer mogelijkheden tot het inrichten van een rookruimte. Met andere woorden: de ene concurrentievervalsing is vervangen door de andere. En dat deugt niet, op deze manier. Anders dan bij het beroep op het legaliteitsbeginsel wil de rechtbank in dit geval de zaak niet repareren met de ‘evidente bedoeling’ van de regelgever.

Hier wreekt zich dus dat verschillende doelstellingen door elkaar heen lopen. Formeel gaat het om de bescherming van werknemers, maar het is ook een brede gezondheidspolitiek om roken in de voor publiek toegankelijke ruimtes zoveel mogelijk tegen te gaan. Maar als je dat wilt, dan moet je dat ook met open vizier en op een gelijke manier regelen. Ik kan de rechtbank daar eigenlijk wel in volgen.

Overigens maakt de rechter het zichzelf niet te lastig. Uiteindelijk wordt een bepaling van een AMvB buiten toepassing gelaten op grond van toetsing aan het gelijkheidsbeginsel. Geen woord over de vraag of dit ‘toetsing over de band’ is en er wordt ook geen moeite gedaan om aan de verdragsartikelen te te toetsen. Terwijl in een rechtsstaat waar kennelijk de techniek van de wetgeving erg belangrijk is toetsing aan geschreven recht toch stijlvoller is dan toetsing aan ongeschreven recht.

Als dit oordeel echter in stand blijft is het rookverbod met de wijziging van een AMvB weer gered. Uiteindelijk heeft de rechter dus niet de roker gered, maar hij heeft de regering een lesje wetgevingstechniek geleerd. Ik lees tenminste geen principiele bezwaren tegen een algemeen rookverbod.

Uiteindelijk gaat de rechter dus niet dwars op de politieke besluitvorming. Hij legt het om technische redenen weer terug bij regelgever om het beter te regelen. Dat punt heeft de rechter echter niet goed aan partijen duidelijk weten te maken. In café Victoria in Breda heeft men eenvoudigweg een medestander ontdekt: ‘zeker een rokende rechter

Ha! Toch weer een poging om de persoon van de rechter achter het vonnis vandaan te krijgen. Op het risico af dat we weer een ontstemde president in de kolommen van het NRC aantreffen, de drie van Breda waren dit keer: mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Louwerse en mr. Breeman. Of ze roken heb ik niet kunnen achterhalen. Minister Klink rookt trouwens wel.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: