NEN-normen: een oase van onkenbare onbegrijpelijkheid

door GB op 11/04/2012

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Post image for NEN-normen: een oase van onkenbare onbegrijpelijkheid

NEN-normen houden juristen bescheiden. Denk je na jaren studie iets te kunnen hanteren wat anderen niet begrijpen, zit je alsnog naar onbegrijpelijke voorschriften over de stabiliteit van schroefbouten te turen. Want daar gaan NEN-normen over. In een oase van onkenbaarheid stelt het NNI vast wanneer een balkon stevig aan de muur is geschroefd en wanneer het gevaarlijk is. Als toppunt van ergernis stuurt het NNI zijn onbegrijpelijke teksten ook nog eens uitsluitend op nadat er betaald is. Nu wordt elk willekeurig advocatenkantoor door Kluwer uitgekleed in ruil voor basale juridische informatie, maar dat voelt toch alsof het geld in de familie blijft. Geld pompen in een instituut dat dit geld gebruikt om de normen nog onbegrijpelijker te maken, voelt als het subsidiëren van je eigen kwelling: je cliënt een rekening sturen om daarmee de normen te kopen waar je cliënt-aannemer aan gebonden is, maar die deze cliënt dan wel eerst aan je moet uitleggen.

Daarom is een stille strijd gaande tegen die NEN-normen. Veiligheid mag wat kosten, en hoe onbegrijpelijker hoe betrouwbaarder, maar Lon Fuller heeft al eens uitgelegd dat normen beschikbaar en begrijpelijk moeten zijn. Daar onderuit komen vereist hoe dan ook ingewikkelde constructies. Dat blijkt ook wel uit het spoor dat de kwestie inmiddels trekt door de jurisprudentie. We hadden al rechtbank Den Bosch die de Woningwet als een lex specialis op de Bekendmakingswet beschouwde en de rest liet weglopen in het putje van het constitutioneel toetsingsverbod. En het het Hof Den Haag veroorloofde zich eigen onbegrijpelijkheid – zij het wel kosteloos beschikbaar. Kern van hun aanvulling op Fullers The morality of Law was dat de NEN-normen standaarden zijn waarmee bepaald wordt of aan een algemeen voorschrift is voldaan, maar daarmee nog geen onderdeel van het algemeen verbindend voorschrift zelf. Het bracht het Hof tot dit soort scholastiek: de NEN-normen waarnaar door het Bouwbesluit verwezen wordt zijn wel ‘algemeen geldend’ maar geen ‘algemeen verbindend voorschrift.’

Deze procedure ligt nu bij de Hoge Raad, om te beginnen bij een van de beste A-G’s van dit moment: Langemeijer. Die leverde weer zeer lezenswaardig werk af. Dat men moeite moet doen om de volle omvang van de bouwregelgeving te begrijpen is niet ongebruikelijk, zo tempert hij meteen de verwachtingen. De wettekst is – zo weten juristen als geen ander – vaak slechts vooral een bruikbare zoekingang om in door Kluwer geleverde diensten de stand van het recht te vinden. Vervolgens pelt Langemeijer de kwestie af tot de kern. Algemeen verbindende voorschriften kunnen de NEN normen eigenlijk nooit worden, omdat ze met geen mogelijkheid zijn te beschouwen als bevoegd gegeven. Dus de bekendmakingsregels voor avv’s zijn niet van toepassing. En andere geschreven regels zijn er niet.

Dat klinkt logisch. Maar als NEN-normen niet bekend hoeven te worden gemaakt omdat het geen algemeen verbindende voorschriften zijn, waarom moeten we er dan wel aan voldoen? Omdat het Bouwbesluit dat zegt. Zo ontstaat toch een merkwaardig gat dat, als ik het goed zie, eigenlijk ontstaat doordat de definitie van een algemeen verbindend voorschrift de eis van een deugdelijke grondslag stelt. Is er geen bevoegdheid tot regelgeving aanwijsbaar in wet of Grondwet, dan kan het het product geen avv zijn. Maar er ‘geldt’ nog meer dan alleen avv’s, zoals hier. Dat zijn dan niet ‘bevoegd gegeven’ voorschriften, maar ‘bevoegd aangehaalde’ of zoiets. Dat alles was nog wel te accepteren geweest, als de normen die ons niet krachtens een regelstellende bevoegdheid binden maar krachtens verwijzing ernaar door andere normen, aan vergelijkbare of strengere voorwaarden voor de kenbaarheid moeten voldoen. Maar juist dat is niet het geval. Langemeijer realiseert zich dat ook de NEN-normen, hoewel geen wet in materiële zin, toch kenbaar moeten zijn. Dan stelt hij:

Aan het legaliteitsbeginsel kan worden voldaan door een vorm van publicatie die voor een ieder een reële mogelijkheid biedt om daarvan kennis te nemen, ook al is dat op een andere wijze dan overeenkomstig de Bekendmakingswet.

Een ‘reële mogelijkheid tot kennisname’. En dat hoeft niet kosteloos te zijn. Zeker niet als het legaliteitsbeginsel altijd blijft vereisen dat er pas een sanctie kan worden opgelegd indien de overtreden norm voldoende kenbaar was, en als overigens duidelijk is dat professionele partijen met de NEN-normen werken en de kostprijs ervan doorberekenen aan hun klanten.

Dus mag van Langemeijer alles blijven zoals het was. Misschien kan Kluwer nog wat verdienen aan een advocaat die wil voorkomen dat hij zich door zijn cliënt moet laten voorlichten over de stevigheid van de gebruikte bouten.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Super De Boer 11/04/2012 om 09:09

😛

DIe eerste alinea is literatuur met verkooppotentie. Dank dus voor het kostenloos beschikbaar stellen.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: