NEN-normen in het Bouwbesluit, (on)verbindend?

door JAdB op 18/03/2010

in Grondrechten, Rechtspraak

De rechtbank ‘s-Gravenhage oordeelde in haar uitspraak van 31 december 2008 dat NEN-normen, waarnaar in het Bouwbesluit wordt verwezen, een algemeen verbindend karakter hebben. Om in werking te kunnen treden dienen zij daarom op de juiste wijze te worden bekendgemaakt.  Dat is echter niet gebeurd, zodat de NEN-normen nooit in werking zijn getreden en er komt dan ook geen verbindende kracht aan toe.  Zie ook de bespreking van GB op dit blog.

Deze uitspraak had grote consequenties. Bouwvergunningen worden immers geweigerd als zij niet aan de, volgens het Bouwbesluit, toepasselijke NEN-normen voldoen. De implicatie van de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage is dat bouwwerken vergund moeten worden, zelfs als uit de NEN-normen blijkt dat het bouwwerk bijvoorbeeld niet voldoet aan (brand)veiligheidseisen. De Staat, verweerder in deze procedure, heeft hoger beroep ingesteld.

De rechtbank ‘s-Hertogenbosch biedt gelukkig redding aan De Staat. In haar uitspraak van 2 februari 2010 stelt zij dat NEN-normen weliswaar een algemeen verbindend karakter hebben, maar dat zij wel degelijk op de juiste wijze zijn bekendgemaakt. De redenering die daarvoor wordt gebruikt is wel een interessante.

De rechtbank ‘s-Gravenhage toetste namelijk of de NEN-normen, conform de bekendmakingsregels in de Bekendmakingswet, wel in het Staatsblad dan wel de Staatscourant waren gepubliceerd. Dat was niet het geval. Maar, zo zegt de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, dat hoeft ook helemaal niet. Immers, art. 89 lid 3 Grondwet bepaalt dat de bekendmaking en inwerkingtreding van algemene maatregelen van bestuur worden geregeld bij wet, terwijl zij pas in werking kunnen treden na de bekendmaking. Welnu, in art. 3 van de Woningwet staat dat in het Bouwbesluit “kan worden verwezen naar normen of delen van normen”. Daarmee is volgens de rechtbank ‘s-Hertogenbosch een bekendmakingsregeling in het leven geroepen die afwijkt van de Bekendmakingswet, maar die daar niet voor onderdoet: de Woningwet is immers een wet in formele zin. De rechtbank ‘s-Hertogenbosch vraagt zich wel af of art. 3 Woningwet wel in overeenstemming is met art. 89 van de Grondwet, maar die vraag hoeft zij niet te beantwoorden.  Daar hebben we het toetsingsverbod van art. 120 Grondwet immers voor.

Op de uitspraak valt wel wat af te dingen. In art. 3 Woningwet staat wel dat het Bouwbesluit kan verwijzen naar “normen of delen van normen”, maar er staat strikt genomen niets in over de wijze van bekendmaking van die normen. Bovendien staat in de toelichting bij art. 3 Woningwet, voor zover ik weet, niet dat hiermee een afwijking van de Bekendmakingswet werd beoogd. Sterker, er zijn voldoende aanwijzingen om aan te nemen dat de wetgever die bedoeling helemaal niet had. In de toelichting bij de Bekendmakingswet stelde de wetgever zich nog op het standpunt dat NEN-normen helemaal geen algemeen verbindende voorschriften waren en dus niet hoefden te worden bekendgemaakt volgens de regels die de Bekendmakingswet daarvoor geeft.

VROM hoeft wat mij betreft dus nog geen hosanna te gaan roepen. Even afwachten wat het hoger beroep  in de Haagse zaak oplevert.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 eli 18/03/2010 om 20:05

NEN-normen worden pas avv als een publiekrechtelijke regeling zegt dat je je eraan moet houden. Dus de toelichting in de Bekendmakingswet is helemaal niet strijdig met artikel 3 van de Woningwet. Verder zijn de regels over bekendmaking bedoeld om de kenbaarheid van wet- en regelgeving te waarborgen. Dat hangt dus samen met het legaliteitsbeginsel, dat is vastgelegd in internationale verdragen waaraan getoetst kan worden. NEN-normen kunnen alleen tegen betaling worden verkregen en zijn dus niet voor het algemeen publiek beschikbaar. Als dat wel het geval zou zijn, kan ik me voorstellen dat een verwijzing in een (correct bekendgemaakte) voor iedereen toegankelijke norm volstaat om daarmee het doel van bekendmaking – kenbaarheid – wordt bereikt. Toch maar hoger beroep afwachten.

2 zaz 18/03/2010 om 22:57

Twee dingen:

1
De suggestie wordt gewekt dat het van belang is te kleven aan dat legaliteitsbeginsel. Dat is echter niet het enige juridische nadeel, elke andere oplossing is ook in strijd met gedragen principes.
NEN normen gaan over diktes van pvc buisjes; dit wil de overheid juit expres bij een onafhankelijk instituut van de NEN leggen. De bedoeling van de wetgever is deze norm óf een vergelijkbare norm, bijvoorbeeld een Europese norm die naar vergelijkbaar is -zeg, een dunner buisje maar van een sterker materiaal-.
De NEN-norm bekendmaken als wet, terwijl dit door een onafhankelijk instituut wordt opgesteld dat hieraan beoogt te verdienen, zou illegale concurrentie zijn.

2
Het legaliteitsbeginsel is niet alleen in de grondwet vastgelegd. Dit beginsel staat ook in artikel 7 van het EVRM. Daaraan moet de rechter toetsen op basis van art. 93 Gw , gegeven de aard van de bepaling van art. 7 EVRM, dat naar zijn aard beoogt burgers daar rechtstreeks (tenminste verticaal; maar het gaat dan ook om een infringement van de overheid) rechten aan te laten kunnen ontlenen.

http://www.vromtotaal.nl/jurisprudentie/2010/city-crash-nen-normen-bouwbesluit-verbindend.4458.lynkx?tid=375&stid=0
http://www.vromtotaal.nl/jurisprudentie/2009/knooble-de-staat-nen.1452.lynkx?tid=375&stid=0.
http://www.vromtotaal.nl/nieuws/2009/april/hirsh-ballin-wil-gratis-nen-normen.3266.lynkx?tid=375&stid=0

3 JAdB 19/03/2010 om 09:43

@eli: Misschien was ik niet helemaal duidelijk in het stuk. Ik bedoelde niet te zeggen dat de toelichting van de Bekendmakingswet strijdig zou zijn met (de tekst van) art. 3 Woningwet, maar dat de toelichting in de Bekendmakingswet mij een aanwijzing geeft voor het feit dat art. 3 Woningwet niet bedoeld is als een afwijkende bekendmakingsregel.

@zaz: Publicatie van de NEN-normen kan een probleem opleveren, wellicht zelfs in de auteursrechtelijke sfeer, of zelfs in het mededingingsrecht oid (het Nederlands Normalisatie-Instituut heeft trouwens geen winstoogmerk, leid ik uit de website af). Maar er zijn genoeg aanwijzingen om aan te nemen dat de NEN-normen geen werking toekomt als zij niet zijn gepubliceerd volgens de regels van de Bekendmakingswet. Moet die – fundamentele – regel opzij worden geschoven, alleen maar omdat deze regel in dit geval negatieve consequenties heeft?

Art. 7 EVRM bevat het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel. Een toets daaraan levert niets op. Art. 7 EVRM bevat immers een geheel andere norm dan art. 89 Gw.

4 RB 19/03/2010 om 22:29

Tjonge wat een rechtelijk geknutsel!
Een dergelijke uitleg -mbt de bekendmaking- zou ik dan ook in de MvT op artikel 3 Woningwet verwachten. Die zie ik niet. Eerder invulling van het legaliteitsbeginsel. Zie hieronder.

TK, 1986-’87, 20 066, nr. 3
Artikelsgewijze toelichting

“Artikel 3 Dit artikel biedt de grondslag voor het bij (of krachtens) het Bouwbesluit verwijzen naar de in dit artikel genoemde documenten. Een dergelijke verwijzing heeft tot gevolg, dat een langs privaatrechtelijke weg tot stand gekomen document een publiekrechtelijk, algemeen geldend, karakter krijgt. Het verwijzen naar de in het eerste lid, onder a, bedoelde documenten heeft tot resultaat, dat bij het bouwen moet worden voldaan aan de in die normen gestelde eisen. Dit betekent, dat die eisen niet in het Bouwbesluit behoeven te worden gegeven dan wel dat die eisen in de plaats treden van in het Bouwbesluit gegeven voorschriften. In dit kader kan onder meer worden gedacht aan Nederlandse normen (NEN), die door het Nederlands Normalisatie-Instituut (NNI) worden uitgegeven. Met dit instituut zal ingevolge het derde lid overleg worden gevoerd voordat tot verwijzing naar enige norm wordt overgegaan. Dit overleg heeft ten doel dat de inhoud van de desbetreffende normen is afgestemd op enerzijds de uitgangspunten en anderzijds de vormgeving van het Bouwbesluit. Het verwijzen naar onder b bedoelde kwaliteitsverklaringen betekent dat, indien gebruik wordt gemaakt van bouwmaterialen of bouwdelen, waarvoor een dergelijke verklaring is afgegeven, mag worden geacht dat aan de voor die materialen of delen geldende voorschriften wordt voldaan. Dit legt derhalve niet de verplichting op tot het gebruik maken van dergelijke verklaringen. Wat betreft kwaliteitsverklaringen kan onder meer worden gedacht aan attesten, certificaten en attesten met certificaat die zijn voorzien van het KOMO-logo. Het verwijzen naar kwaliteitsverklaringen zal ingevolge het derde lid geschieden na overleg met het desbetreffende deskundige, onafhankelijke instituut dat de verklaring afgeeft. Het tweede lid geeft de bevoegdheid in het Bouwbesluit te verwijzen naar voorschriften van bouwtechnische aard, die deel uitmaken van aansluitvoorwaarden. (…)”

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: