NGP: “Bezint eer ge begint”

door Redactie op 21/05/2015

in Varia

Post image for NGP: “Bezint eer ge begint”

In de Bijbel staat geschreven dat een wijs man zijn huis niet bouwt op het zand, maar op een rots (Lucas 6:48-49). Deze vergelijking heeft waarde in alle aspecten van het leven en geldt zeker ook voor beslissingen over de inrichting van ons staatsbestel. Hervormingen van het tweekamerstelsel moeten noodzakelijk zijn en worden gefundeerd op deugdelijk onderzoek.

In het Studentenparlement heeft de regering een wetsvoorstel ingediend dat ons huidig tweekamerstelsel aanzienlijk verandert. De NGP staat in beginsel sympathiek tegenover voorstellen die geconstateerde problemen in ons staatsbestel repareren. Dit betekent echter niet dat zij ieder voorstel juichend ontvangt; het zal wel daadwerkelijk gerezen problemen moeten oplossen. Met het ingediende voorstel tot wijziging van de Grondwet wordt de veronderstelling gewekt dat aanpassing van de rol van de Eerste Kamer noodzakelijk is om de bestuurbaarheid van Nederland zeker te stellen.

De vraag is waar deze veronderstelling op is gebaseerd. Uit recent onderzoek blijkt dat de Eerste Kamer zich tijdens de huidige regeerperiode niet tot hindermacht heeft ontpopt. Dit ondanks het feit dat het kabinet in die Kamer geen meerderheid heeft. Toch wordt deze veronderstelling van de Eerste Kamer als hindermacht vaak als argument opgeworpen om de rol van onze heroverwegingskamer ter discussie te stellen. Gesteld wordt dan dat de senatoren zich te politiek opstellen. Hierdoor vervult zij haar taak als chambre de réflexion onvoldoende. In de Tweede Kamer opperen sommige partijen zelfs dat de Eerste Kamer misschien beter helemaal kan verdwijnen.

Zover gaat de regering in het voorliggende wetsvoorstel gelukkig niet. Wel worden een aantal wijzigingen voorgesteld die de positie van de Eerste Kamer aanzienlijk verzwakken. Zij verwordt van sterke heroverwegingskamer tot tandeloze tijger. Dit alles om een zogenaamde politisering van de Eerste Kamer tegen te gaan en de bestuurbaarheid van Nederland te vergroten.

Eén van de meest opmerkelijke voorstellen is het opnemen van het woord ‘kwaliteit’ in de Grondwet. Deze expliciete taakstelling voor de Eerste Kamer moet de politieke inzet verminderen en haar reflexieve functie versterken. De regering beoogt hiermee aldus een afstandelijke herovering te laten plaatsvinden, zonder politiek oogmerk. Een precieze omschrijving van wat kwaliteit inhoudt, anders dan een verwijzing naar de bestaande Nota Zicht op Wetgeving, wordt echter achterwege gelaten. De NGP staat (uiteraard) positief tegenover voorstellen die wetgevingskwaliteit verhogen. De NGP is echter van mening dat het voorliggende wetsvoorstel daar niet voor zorgt. Het kwaliteitsbegrip heeft namelijk geen enkele onderscheidende waarde. Ieder bezwaar dat een senator tegen het voorstel heeft kan immers onder een kwaliteitsgebrek worden gebracht. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat de regering, of Tweede Kamer, het kwaliteitsbegrip zal gebruiken om de Eerste Kamer onder politieke druk te zetten door in de media te appelleren aan dit begrip. Het is daarom naïef om te denken dat het opnemen van het begrip een politieke afweging uitbant. Ter illustratie het volgende voorbeeld.

Door andere fracties wordt voor de toegenomen politieke rol van de Eerste Kamer vaak verwezen naar de in het afgelopen najaar gesneuvelde Zorgwet. Zoals bekend haalde deze het niet omdat een meerderheid van de senatoren bezwaar had tegen de afschaffing van de ‘vrije artsenkeuze’. Het is heel goed voorstelbaar dat de senatoren die nu tegen het voorstel waren, niet anders zouden hebben gestemd wanneer zij het voorstel slechts op basis van kwaliteit hadden beoordeeld, terwijl de Eerste Kamer ook nu al werd verweten politiek te bedrijven. De toegevoegde waarde van het kwaliteitsbegrip is dan ook zeer ongewis.

Uit het bovenstaande komt helder naar voren dat met het opnemen van het begrip kwaliteit het doel dat de regering daarmee voor ogen heeft niet wordt gehaald. Indien toch een verbetering van de constitutionele positie van de Eerste Kamer wordt beoogd, ligt het veel meer voor de om de thans bestaande opvatting over de wenselijke rol van de Eerste Kamer te codificeren, door vast te leggen dat zij een wetsvoorstel heroverweegt. Op deze manier blijkt duidelijker dan in de huidige situatie dat het politieke primaat bij de Tweede Kamer ligt en dat de Eerste Kamer voorstellen op een zo politiek neutraal mogelijke wijze heroverweegt. Helemaal nu de regering ook voorstelt de leden van de Eerste Kamer direct te verkiezen.

De NGP verwondert zich over de manier waarop de regering in het wetsvoorstel omgaat met de bevoegdheden van de Eerste Kamer. Zij kent haar geen extra bevoegdheden toe, wil de novelle uit de wereld helpen en de Eerste Kamer mag slechts met een tweederdemeerderheid wetsvoorstellen verwerpen. De Eerste Kamer kan bovendien nog worden overruled door de Tweede Kamer. Daar waar de regering met de mond belijdt dat de Eerste Kamer een kwaliteitstoetser moet zijn, ontneemt zij haar alle mogelijkheden om zulks vorm te geven. En dit alles, zo is gebleken, zonder praktische noodzaak.

Overigens treft dit verwijt niet alleen de regering. De partijen in het Studentenparlement verdringen elkaar in hun wil om met nieuwe, progressieve ideeën te komen. Daarbij zou het toch raadzaam zijn dat eerst stil wordt gestaan bij de vraag wat nu daadwerkelijk het probleem is. Nu gaat men uit van een probleem dat tot op heden non-existent is gebleken. Het is van belang dat partijen zich realiseren dat met het wetsvoorstel het constitutioneel bestel aanzienlijk wordt veranderd. De NGP vraagt zich af daarbij af of het voorstel wel een verbetering inhoudt.

Nederland heeft nog steeds behoefte aan een sterke heroverwegingskamer. Een Kamer die wetgevingskwaliteit bevordert en daarbij niet beslist op basis van politieke opportuniteit. Het is dan ook terecht dat de regering ernaar streeft zo’n Kamer te bewerkstelligen. De door de regering gedane voorstellen ogen echter contrair aan haar motieven en behoeven dan ook een open en zorgvuldig debat.

De NGP roept de regering en de overige leden van de Staten-Generaal op geen overhaaste beslissingen te nemen. Laten wij de rots, waar ons parlementair stelsel op rust, niet vermalen tot zand – maar waar nodig verstevigen.

Nijmeegse Gereformeerde Partij.

Deze post maakt deel uit van een reeks posts in het kader van het Studentenparlement 2014-2015.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: