Niemands land

door FTG op 22/12/2009

in Recensies

Enige tijd geleden is het boek Niemands land van Marcel van Dam uitgekomen. Net als bij alle andere grote literatuur heeft ook dit boek meerdere lagen. Op één niveau is het boek te lezen als een heldenroman. Zo redt Marcel van Dam een meisje van een wisse dood, terwijl de kogels hem om de oren fluiten en sterke mannen zich trillend verbergen achter divers meubilair (p. 31). Daarna richt hij de katholieke kerk te gronde (p. 70), introduceert hij de computer in Nederland (p. 78), vindt hij de exit poll uit (p. 79) en redt hij en passant de VARA uit een uitzichtloze positie (p. 75). Vervolgens redt hij de bejaarden (p. 95) en de invaliden (p. 96). Als klap op de vuurpijl beantwoordt hij de diepe filosofische en theologische vraag of de mens een vrije wil heeft; een probleem waar de grootste filosofen vergeefs millennia mee geworsteld hebben (hoofdstuk 8). De oplossing voor dit probleem schoot hem te binnen terwijl hij hulpeloze weesmeisjes uit een brandend weeshuis aan het redden was (p. 1103).

Op een ander niveau is het boek te lezen als een aanklacht tegen het neoliberalisme. Volgens van Dam is, in een ontwikkeling die sinds de jaren tachtig gaande is, langzamerhand de vrije marktideologie de heersende geworden. De vrije markt leidt echter niet alleen tot criminaliteit en armoede, maar leidt zelfs tot een vorm van onderdrukking en slavernij van meer dan tien procent van de bevolking (p. 60).

Hoe komt dat? Omdat we in een kenniseconomie leven, is de redenering, worden er steeds hogere eisen gesteld aan werknemers. De groep aan de onderkant van de samenleving kan doordoor niet meekomen. De mensen uit die groep zijn dus aangewezen op geestdodende banen met een lage sociaal-economische status. Als zij begrijpelijkerwijs geen zin hebben in dergelijke banen, zijn ze aangewezen op uitkeringen. De uitkeringen worden, onder invloed van het neoliberalisme, echter steeds kariger, zodat mensen uit die groep steeds vaker in de criminaliteit belanden. Door de roep om hardere straffen, komen deze mensen vervolgens in nog grotere problemen. De uitkeringen moeten dus omhoog en de straffen omlaag.

Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat, alhoewel men zich met een uitkering niet al te veel luxe kan veroorloven, het op zich mogelijk is van een uitkering te leven. En dat als je meer geld wilt, je een baan kunt zoeken. En dat als je gaat stelen in plaats van een baan te zoeken, je streng gestraft moet worden. Dat strenger straffen voor het gestrafte individu weliswaar nadelige consequenties kan hebben, maar dat de gestrafte dan in ieder geval van de straat is en daardoor bovendien het rechtsgevoel van de slachtoffers beter bevredigd wordt: één van de functies van straffen is immers vergelding.

Het lijkt op het eerste gezicht dus op de oude discussie tussen links en rechts. Wel of geen hogere uitkeringen, wel of geen zwaardere straffen. Welke positie je kiest in die discussie is afhankelijk van je politieke en ethische opvattingen. Objectieve argumenten om die discussie blijvend te beslechten lijken te ontbreken. Van Dam komt echter met een deus ex machina: hij neemt als uitgangspunt dat de vrije wil niet bestaat (hoofdstuk 8). Mensen die niet willen werken, kunnen daar eigenlijk niets aan doen; mensen die gaan stelen ook niet. Zij hebben geen invloed op en dus ook geen verantwoordelijkheid voor hun daden. Het heeft daarom geen zin om de uitkeringen laag te houden om mensen te bewegen werk te zoeken. Het is daarom ook onethisch om mensen zwaarder te straffen bij wijze van vergelding. Hun daden zijn hun niet aan te rekenen, daarom is vergelding niet gerechtvaardigd. Domheid, luiheid en criminaliteit zijn, net als MS of reuma, een ziekte. Het is daarom praktisch en moreel gezien het beste om de uitkeringen te verhogen en de straffen laag te houden.

Dit is niet de plaats om te bespreken of de mens wel of geen vrije wil heeft. Het is op zijn minst gezegd niet sterk om een heel boek te baseren op de veronderstelling dat de vrije wil niet bestaat, terwijl dat standpunt allerminst onomstreden is. Maar goed, stel dat er inderdaad geen vrije wil is, dan heeft dat natuurlijk verregaande consequenties. Het brengt niet alleen mee dat dieven hun daden niet te verwijten valt. Het brengt eveneens mee dat over niemand een moreel oordeel geveld kan worden. Immers, ook voor de neo-liberalen geldt dat zij geen vrije keuze kunnen maken. De morele oordelen die van Dam over hen velt zijn dan misplaatst. Niemand draagt in die redenering verantwoordelijkheid voor zijn daden, ook de politieke tegenstanders van van Dam niet.

Van Dam sluit het boek af met een soort kruising tussen “Imagine” van John Lennon en “I have a dream” van Martin Luther King (die hij citeert op p. 87). Hij begint iedere alinea met “Stel je voor dat…” en vertelt vervolgens wat mooi zou zijn. Bijvoorbeeld: “Stel je voor dat de Centra voor Werk en Inkomen veranderen in Centra voor Werk, Inkomen en Participatie in de samenleving. Met als belangrijkste doelstelling iedereen, ongeacht zijn vaardigheden, een zodanige plaats in de samenleving te geven dat die kan bijdragen aan zijn geluk.” (p. 359) Hoe zou dat geklonken hebben als Martin Luther King dat in zijn toespraak had verwerkt?

I have a dream that one day every valley shall be exalted, every hill and mountain shall be made low, and that the centers for work and income will change to centers for work, income and participation.
I have a dream today!

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 SV 22/12/2009 om 15:44

Mooie review. Misschien kan de heer Van Dam te raden gaan bij de rechter die, geconfronteerd met "het ligt aan zijn omgeving/achtergrond/opvoeding/etc."-verweer, zei dat ook hij, rechter, door zijn achtergrond ertoe gedwongen werd een zware straf uit te spreken.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: